Medereizigers

We deden een voorstelrondje. Het refrein ging zo: getrouwd met die-en-die en zus-en-zoveel kids. Totdat de muziek stopte, omdat iemand zei: „Ik ben Jos, en ik zie altijd als een berg tegen voorstelrondjes op.” Jos kwam me nader dan alle anderen, al had hij partner, kind noch carrière te melden. Het leven is een vreemde reis, ons hart een donker ding. Daarom moet je altijd goed tussen de voorstelregels door luisteren. En heel alert zijn wanneer iemand zijn donkere ding op een kiertje zet.
Jos deed me aan Barto denken. Ik zal Barto even voorstellen. Onderwijzer, en hoofdpersoon in de eerste protestants-christelijke roman (1923) over homofilie. Hij probeert zijn homo-zijn te verbergen, maar een verloving blijkt onhoudbaar. Barto’s moeder en ex-verloofde Anneke steunen hem in stilte, maar als hij op een dag zijn gehandicapte vriend troost met een kus op het voorhoofd en het gerucht rondgaat, raakt hij in één klap zijn baan, gezondheid en integriteit kwijt.
Barto: het gezicht van veel gezichtslozen, in het gebed meestal „diegenen die worstelen met hun geaardheid” genoemd, in het rijtje van gehandicapten, kinderlozen en alleengaanden. Dat Barto worstelt, maakt de roman goed invoelbaar. Je vraagt je af wat nu precies het zwaarst is: het homo-zijn, of de eenzaamheid van het onbegrepen zijn. „Ze waren al veroordeeld nog voor ze kwaad gedaan hadden.”
Voordat dit alles in zieligheid blijft hangen; er komt een keerpunt. Niet: na een lang proces vindt Barto vrede in een duurzame relatie met een man. Niet: iemand bidt voor Barto, waarop hij geneest en alsnog gelukkig met Anneke wordt. Er komt een ‘vreemde’ op Barto’s pad die zegt: Ik sta vlak naast u. Die zonder angst of schroom luistert naar Barto’s hele verhaal en zegt dat hun ‘kwestie’ geen mislukking is, geen zonde, maar een taak: „Misschien maakt God sommige menschen wel zoo gruwelijk eenzaam, omdat Hij aan hen, beter dan aan andere kan laten zien, wie Hij is. Begrenzing van het leven brengt altijd met zich het afsteken naar de diepte, waar de kostbaarste parelen liggen en het opstijgen naar de berghoogte, waar men de zuiverste lucht inademt omdat men het dichtst bij God is.”
De vreemde leidt Barto met zijn liefdesverlangen naar een Bron die nooit opraakt. Is dat het keerpunt? Dat de woestijn woestijn blijft, maar Barto al zijn hoop op de hemel leert zetten? Niet helemaal. Want, zegt de vreemde, wie het leven, zíjn leven met zijn eigen bijzondere opdracht, hoe zwaar ook, eerlijk uit Christus’ hand aanvaardt, krijgt er een overvloeiende beker voor terug. Midden in de (celibataire) woestijn kunnen bloemen groeien: zelfaanvaarding, innerlijke vrede, onafhankelijkheid van mensen, diepe vriendschap, liefde voor heel het bestaan.
Elke Barto is een wegwijzer naar dit geheim, dat elke reiziger naar de eeuwigheid zou moeten kennen. Neem hem op in de groep, en luister goed.
Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Kiek mien dan

Je column hangt bij ons op de wc! Die mededeling zou ik eens moeten gaan turven. Of mijn eigen toilet behangen met meegestuurd fotografisch bewijsmateriaal. Maar van zulk ”Kiek-mien-dan”-gedrag, zoals dat in mijn Kamper schoonfamilie heet, houd ik mij liever verre.
Is het trouwens wel zo’n eer om als knipsel op een toilet te eindigen? Nog niet zo lang geleden was de krant van gisteren het wc-papier van vandaag. Woorden vervlieten. Die gedachte zou een columnist nederig moeten houden, en allen die woorden te baren hebben. Onder druk komen gedachten als weeën, pers je er een boodschap uit die je zorgvuldig in doeken windt, de mensen toont, en dan is het voorbij. Na een dag is het kraambezoek je kind vergeten.
Tenzij de bezoekers doen wat Maria deed: woorden bewaren en overleggen in het hart. Daar hoorde ik onlangs een preek over, die ik nog niet vergeten ben. ”Archiveren en combineren” was het thema. Het hart is een archief, vol ladekasten en hangmappen. Elke dag komen er nieuwe stukken bij. De bedoeling van een archiefzaal is dat er iets onderzocht wordt. Dat gegevens met elkaar gecombineerd worden.
Toegepast: wat wij met de woorden van God moeten doen is ze niet alleen archiveren (bewaren), maar ook combineren (overleggen). Wat vanuit de Bijbel naar mij toekomt moet ik hechten aan de ‘stukken’ van mijn eigen leven; soms met nietjes, soms met paperclips.
Kiek mien dan, mijn column vullend met de preek van een ander. In de kerstvakantie is ons huis dan ook bepaald geen archiefzaal, maar meer een duiventil met veel gefladder en gekoer. Wat doe je als de gedachten zich vermenigvuldigen, maar het schrijven niet lukt? Vluchten naar de enige stille plek in huis… het kleinste kamertje. Dáár, in het meest verachte hoekje van ons (levens)huis bewaren én overleggen we kennelijk nog.
Laten we het daarom eren. Daar is het stil, daar ben je alleen en doet status er niet toe – de koningin gaat ook maar gewoon naar de wc, zei een oude buurvrouw vroeger. Daar krijg je soms zomaar een idee cadeau. Want stel nu dat ook dit stukje op toiletten belandt, en dat het daar per gratie heel 2018 door mag blijven hangen. En stel dat lezers dan meer dan duizend keer in die spiegel van drie woorden kijken.
Kiek mien dan: hoog opgericht of juist onpeilbaar diep gevallen. Kiek mien dan in mijn zwarte pak, of in mijn vale ochtendjas. Kiek mien dan: zingend of in tranen. Kiek mien dan, met mijn leven dat ik maar niet bij elkaar gepuzzeld krijg. Duizend keer Kiek mien dan. Totdat er al overleggend iets op z’n plaats begint te vallen. Totdat de rode draad verschijnt: Eer iets van mij begon te leven, was alles in Uw boek geschreven.
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Ver heen

Laatst kreeg ik van iemand een welgemeende raad. Onderweg naar huis werd het me helder dat dit weleens een goed advies zou kunnen zijn. Maar ook een advies dat regelrecht indruiste tegen alles wat ik ánderen altijd heb voorgehouden. Blijkbaar kan een mens om zijn eigen as draaien. Best een nederig makende ervaring.
Die me onmiddellijk deed denken aan psychiater Piet Kuiper. In 1983 werd Kuiper –hoogleraar en hoofd van de psychiatrische universiteitskliniek– zelf peilloos diep depressief, moest hij door leerlingen behandeld worden en werd hij ten slotte genezen door het medicijn dat hij in zijn handboeken het sterkst had afgeraden.
Als het een roman betrof zou je het ongeloofwaardig vinden, zei Kuiper zelf. ”Ver heen” (1989) is dan ook geen fictie, maar een biografie, een gedetailleerd en diepgaand verslag van een nog diepere depressie, inclusief psychoses en maandenlange opnames in de Valeriuskliniek te Amsterdam.
Kuiper was artistiek aangelegd. In het boek staan schilderijen (onderdeel van zijn therapie) in kleur, muziek speelt een cruciale rol en voorin staan een paar dichtregels van de Engelse jezuïetenpater Gerard Manley Hopkins, die heel goed wist wat depressies waren. Korte, onaffe zinnen van iemand die veel pijn heeft:
O de geest, geest kent gebergte; klif, rotsenhang
Bodemloos, steil, ongevademd.
Kuiper schreef ”Ver heen” op advies van zijn behandelend arts, maar ook vanuit een diep persoonlijk plichtsbesef. Een mens draait nooit voor niets om zijn eigen as. Van binnenuit dat bodemloze gevoel, dit psychisch lijden meemaken, daar moet je als psychiater iets mee. Slechts wie daar hing / Weet hoe zeer, stamelt Hopkins.
Zo beklemmend als het diepe dal, zo ontroerend is Kuipers langzame klim naar boven. Het smelten van de ijskap vanbinnen, het weer kunnen hopen, kunnen ervaren dat het leven de moeite waard is. De dag breekt aan, de schaduw gaat voorbij.
Niet iedereen heeft zomaar het recht dat te zeggen. „Och man, je bent nog zo jong en je hebt niks meegemaakt”, kreeg ds. L. Kievit (jeugdvriend van Piet Kuiper) eens te horen toen hij een van haar zoon beroofde vrouw in Putten probeerde te troosten. Het Putten van vlak na de oorlog, met de vele vaderloze kinderen en families met vreselijke gaten. Ds. Kievit wist niets meer te zeggen, maar toen ouderling Schuitemaker, die zelf twee zoons had verloren, zijn mond opendeed en zei: „God had één Jongen en Hij wilde Hem kwijt voor jou en voor mij, voor jouw en mijn kinderen”, toen kon ze eindelijk huilen.
Zomaar midden in het gesprek, midden in nood en zorg richtte Schuitemaker het kruis op, zei Kievit. En alleen dat kruis biedt rust en troost. Want Hij, het Medicijn dat wij het meest verachten, Hij hing daar. En Hij weet hoe zeer.
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

De herfstbril

Hartje zomer denk ik aan de herfst. Zet ik in gedachten mijn tanden in zo’n geurige nieuwe appel. Versnel ik het verkleuringsproces van de boom in de achtertuin tot hij prachtig mosterdgeel voor mijn geestesoog verschijnt. En draag ik een absorberende zonnebril die de wereld voor mij in najaarslicht zet: mijn herfstbril.
Op mijn 35e denk ik aan de zeventiger die ik hoop te worden. Aan hoeveel schoonheid mijn ogen dan gezien zullen hebben – en hoeveel ellende. Iets in mij strekt zich uit naar die herfst des levens, naar milder licht en verdiepte kleuren. Geheimen. Die ik hier zomaar publiekelijk deel, zoals dertigers dat plegen te doen. Niets verzwijgen we, alles leggen we open. Wat we onderdrukken kan onderhuids gaan etteren en vroeg of laat tot schade leiden – aan onszelf en aan anderen.
Het is interessant deze overtuiging ook eens door een ‘herfstbril’ te bekijken. Onlangs kreeg ik die van Gabriella Pappenheim op mijn neus gedrukt, het prachtige monumentale omaatje uit ”Mazzel tov”, het boeiende boek van Margo Vanderstraeten, die als werkstudente jarenlang met een orthodox-joodse familie optrok. Ze raakt aan de praat met Oma Pappenheim, die als een zeldzaamheid in haar familie Auschwitz overleefde en twee orthodoxe echtgenoten moest verliezen – één tijdens de oorlog en één lang daarna. Met de tweede had ze afgesproken nooit meer over de oorlog of de kampen te spreken. „Misschien wilt u er met mij graag over praten?” oppert Margot argeloos. Waarop oma van verontwaardiging bijna uit haar rolstoel vliegt. Gráág over de oorlog praten?? „Zwijgen is het medicijn”, zegt ze met betraande ogen, terwijl haar gerimpelde vinger de gezichten van haar mannen streelt die ze in één medaillon op haar borst draagt. „Er zijn twee soorten verdriet”, zegt oma’s oudste zoon elders in het boek. „Een dat het kan verdragen om gekieteld te worden. En een dat zo groot is dat je ervan af moet blijven, zelfs met ogenschijnlijk onschuldige vragen.”
Het komt mij voor dat er ook twee soorten zwijgen zijn. Een benauwend zwijgen dat de pijnlijke waarheid niet toelaten kan. En een zwijgen dat gegroeid is uit het volle besef dat sommige wonden nooit helemaal begrepen, laat staan geheeld zullen worden. Kraters van rouw en verdriet doen beseffen dat dit leven eindig is.
Maar ook: dat liefde en geluk onopgeefbaar zijn. Gabriella Pappenheims tweede echtgenoot was vaak op reis. „Soms bleef hij maanden weg. Dit keer blijft hij een aantal jaar. Zo denk ik erover. Alleen zo kan ik met zijn afwezigheid leven.” Echt gemis legt zich nooit neer bij verlies. Het wacht (zwijgend). Na herfst komt winter. En als de winter voorbij is en de regens zijn weggegaan, zullen de bloemen verschijnen en breekt de zangtijd aan. Dan komt Hij thuis. Zalig die zo treuren, want ze zullen getroost worden.
Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Een schrijvende schoonzus (2)

In januari jl. postte ik onderstaand bericht over mijn schrijvende schoonzus uit Engeland. Inmiddels is haar roman vertaald, en verschenen bij uitgeverij De Banier.

Zie: www.debanier.nl/romans/rebecca

Laat het nederige ‘motto’ uit 2 Makkabeeën 15:39 dat achterin het boek staat, een aanbeveling zijn ;-):
“En indien ik dit wel, en gelijk het in een historie behoort, bijeen gesteld heb, dat is mijn wil geweest; maar indien ik het slecht en onvolledig heb gedaan, dat is hetgeen dat ik heb kunnen doen.”

stamvangent's avatarChristine Stam-van Gent

Zo traag als ik ben in het produceren van een boek, zo snel was mijn (Engelse) schoonzus. Het is haar gewoon gelukt: een mooi en meeslepend verhaal schrijven dat op goed historisch onderzoek berust, met het lieflijk landschap van Kent als decor.

9200000040480964

Rebecca Stubbs is de dochter van een Engelse dorpspredikant in het Victoriaanse tijdperk. Haar kindertijd is een idylle van geborgenheid. Beide ouders geven zich helemaal aan de kerk en boerengemeenschap, waaronder veel armen. Maar dan komt de koorts, en Rebecca moet zich als wees alleen zien te redden.

Het vinden van haar eigen plaats in de wereld kost de nodige strijd. Ze wordt ‘housemaid’ in een groot landhuis. Zal ze ondanks eenzaamheid en hard werken haar geloof behouden? Zal ze – terwijl ze het leven van de mensen om haar heen tot bloei ziet komen – altijd een buitenstaander blijven?

Dit zegt de flap over Hannah Buckland (schrijversnaam):

“Hannah Buckland…

View original post 104 woorden meer

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Ogenzalf

We zijn in een tijd beland waarin het handgeschrevene iets ontroerends krijgt. Ik stond voor een plank met honingpotten en las in antiek schrift: linde, heide, klaver. De honing was afkomstig uit Junne, een heel oud buurtschapje bij Ommen. Meer heeft de verbeelding niet nodig.
Een bejaarde Junneger aan tafel, met op het pluchen kleed een piramide van honingpotjes waar de avondzon vloeibaar goud van maakt. Hij neemt een uit zuinigheid in drieën geknipt etiket en een pen en geeft de potjes namen. De lof van een bijenvolk, bezongen in bevende letters.
Satan houdt er niet van dat wij een pen gebruiken, zegt Ann Voskamp, een schrijvende boerin uit Ontario, Luther na. Maak dagelijks een lijst met dingen waar je dankbaar voor bent, opperde haar vriendin op een dag. Ga door tot je er duizend hebt, en kijk wat er met je gebeurt.
Het klinkt als een truc, maar dat was het voor Voskamp niet. Wanneer je als vierjarige je zusje hebt zien verongelukken, als angsten en minderwaardigheid een grauwe sluier over de rest van je leven hebben gelegd, werken succesformules niet meer. Dankbaarheid is ja zeggen tegen genade, zegt Voskamp. En genade stroomt altijd naar het laagste punt, daar waar je door al je eigen trucs bent heen gezakt en een gebroken mens werd. „De daad van het brengen van dankoffers aan God –zelfs voor het brood en de beker van wat het mij allemaal kost, voor kanker en kruisiging– dat is het wat de weg baant voor God om ons Zijn volle verlossing te schenken, verlossing van bittere, broze, boze levens en van alle zonde die ons van Hem vervreemdt.”
Met tegenzin begon Ann te noteren wat haar dankbaar stemde. De ochtendschaduw over de oude vloer. Het kraken van de eerste vorst. De klik van het deksel als de eigengemaakte jam opengaat. Het spelen van kind en poes in de zon. Verband en pijnbestrijding (want zoons kunnen zomaar hun hand in de ventilator steken). En het wonder dat ze niet meer voor mogelijk hield, kwam. Al schrijvend kwamen de lofprijzing en vreugde, ondanks het verleden en te midden van mais, (zieke) varkens en een half dozijn rumoerige kinderen. En de veiligheid – haar lijst werd een duizendvoudig bewijs van Gods niet-aflatende liefde voor schepselen, en voor Ann in het bijzonder.
Wie vreugdevol vakantie wil vieren maar niet weet hoe, zou het moeten proberen: de ogenzalf van Ann. Je hoeft er niet per se op uit. Alles wat je zien moet is al aanwezig op de plek waar je bent, of dat nu in de bergen of aan een ziekbed is. Zijn het niet juist de barsten in het leven waardoor Gods licht binnenkomt? Kijk goed. Die lieve gerimpelde hand, het achtergebleven zand in de koffer, de klaterende lach van je vriendin. Geef er dankbaar woorden aan. Oefen je zeer persoonlijke handschrift weer eens. Wedersta de duivel.
Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Houd me (niet) vast

Leg overal boeken neer! In de keuken, op het toilet… Wanneer ik een pleidooi voor lezen houd en „geen tijd” hoor, is dit mijn advies. Maar ik moet er wel iets bij vertellen. Er kunnen dagen komen waarop al die boeken een mysterieuze verbintenis aangaan. Waarop ze –buiten jouw macht om– een pact sluiten en je gedachten bezet houden.
Ochtend, aan het bureau. Ik lees een preek over Maria Magdalena, tegen wie Jezus zegt: „Raak Mij niet aan.” Of, in andere vertaling: „Houd Mij niet vast.” De preek zegt: ze moet uit haar gevoelige leven gezet worden. Leren om uit het geloof te leven en niet uit de ervaringen daarvan. Ik denk daar lang over na.
Middag, in de keuken. Er staat ook psychologie op het menu: ”Houd me vast” van Sue Johnson, over hechting en relaties. De heersende opvatting is: gezonde volwassenen zijn onafhankelijk en laten zich niet beheersen door emoties. Anders noemen we hen onrijp, onzelfstandig of verstrikt in een symbiotische relatie. Niet waar, zegt Johnson die het allemaal overdacht heeft. Volwassenen zijn, net als kinderen, nog stééds afhankelijk van de koestering, troost en bescherming van mensen dicht bij hen. Zodra we signalen opvangen dat die verbondenheid bedreigd wordt, slaat de angst toe. Niet altijd zo buitenproportioneel als bij mensen met hechtingsproblemen, maar toch: zo zijn we geschapen (al heet dat bij Johnson ”geëvolueerd”).
De gedachten vermenigvuldigen zich. Van Sue Johnson mogen Maria Magdalena’s het zeggen: „Ga niet weg. Houd me vast.” Misschien leggen we ook als gelovigen wel te veel nadruk op onafhankelijkheid. Misschien zijn mensen die niet kunnen leven buiten Gods gevoelige tegenwoordigheid helemaal niet zo geestelijk onvolwassen als we denken.
Avond, op de slaapkamer. In de roman ”Een hemel zonder schroeven” ontmoet ik nog een Maria. Deze getraumatiseerde vrouw moest veel loslaten: haar geliefde, haar zoon, haar zelfredzaamheid. Veel grond onder de voeten heeft ze niet. Toch ontdek je haar identiteit, gelegen in een hunkering naar de aanwezigheid van het Lam, zoals ooit ervaren tijdens een avondmaal. „Toe, mekker nog een keer, en het is me genoeg.” Er staat nog een cruciaal zinnetje in dit boek: „Alleen als je me laat gaan, raak je me niet kwijt.”
Jezus maakte zich niet los van Maria Magdalena om haar sterk en onafhankelijk te maken, maar omdat Hij de omvang van haar ”hechtingsprobleem” nog veel beter peilde dan zijzelf. Omdat Hij haar verlangen nog veel dieper wilde vervullen dan zij ooit voor mogelijk hield. Hij ging van haar en ons weg om overal Zijn sporen achter te laten. In preken, in keukens, in slaapkamers, in de meest ultrarechtse kerken, in moderne romans. Zo houdt Hij het verlangen levend, tot de dag aanbreekt dat wij zullen vasthouden, en vastgehouden worden, tot in eeuwigheid.
Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

God wil bij mensen wonen

Dank tot zover voor alle mooie antwoorden die ik in mijn mailbox ontvang naar aanleiding van de weggeefactie van onze nieuwe kinderbijbel (die nog duurt tot 20 mei DV, zie het blog hieronder).

Het is als drukke moeder helaas ondoenlijk om iedereen persoonlijk te antwoorden, hopelijk hebben alle enthousiaste reageerders daar begrip voor!

Op de website geloofinhetgezin.nl is een interview met mij te lezen over het meeschrijven aan deze kinderbijbel.

http://www.geloofinhetgezin.nl/blogs/interview-over-nieuwe-kinderbijbel

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Alweer een nieuwe kinderbijbel

En weer verscheen er een nieuwe kinderbijbel. Maar dit keer een hele bijzondere, want er staan twintig verhalen van mij in ;). Mijn aandeel betrof de bijbelboeken Nehemia, Esther, Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël, Daniël, Hosea, Amos, Jakobus. In totaal bevat de bundel 150 verhalen.We schreven hem met z’n zessen: Ria Borkent, Judith Janssen, Arie Kok, Roeland Smith, Corinne Vuijk en ik. De eindredactie was in handen van Jeannette Donkersteeg.

20170501_095717

20170501_095900

“God wil wonen bij de mensen. Die wonderlijke boodschap is de rode draad door de 150 verhalen in deze kinderbijbel, gericht op kinderen vanaf 8 jaar. Kenmerkend is de eerbied voor het Woord en de woorden. De auteurs zijn zo dicht mogelijk bij de bijbeltekst gebleven en vertellen in een mooie ingetogen stijl. Bij de selectie van de verhalen is geen enkel genre overgeslagen. Zo bevat deze kinderbijbel bekende en onbekende verhalen én passages uit bijbelboeken als Psalmen, Spreuken, de kleine profeten en Openbaring.”

“God wil bij mensen wonen” is geïllustreerd door Liza-Beth Valkema, verschenen bij uitgeverij Mozaïek en kost 29,99 euro.

Het goede nieuws is: elke auteur mag een kinderbijbel weggeven van de uitgever. Dus wil je graag zo’n prachtige band thuis gestuurd krijgen, stuur mij een mailtje met je motivatie. Daar zal ik er dan eentje uit kiezen. En waarom precies die ene, dat blijft natuurlijk mijn geheim.

Mailen mag naar stam-vangent@hotmail.com. Sluitingsdatum: 20 mei. Reageren via de knop ‘Geef een reactie’ kan ook, maar dan is je motivatie voor iedereen leesbaar.

 

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Een kans om te sterven

„Mijn dagen zijn lichter geweest dan een weversspoel.” Een zinnetje uit het Bijbelboek Job. Hoewel het daar een sombere klank heeft, blijf ik het een mooi beeld vinden. Zeker voor een huisvrouw. Je ziet de draad afrollen. Ontbijt, afwas, bedden, was, boodschappen, koken, koffie, naar bed. Morgen geweest, avond geweest, een nieuwe dag. Met hetzelfde rijtje, en alle niet-noemenswaardigheden die zich daar nog tussen weten te nestelen.
Zoals de telefoon. Ik heb een moeder aan de lijn, een moeder zoals ik. Alle dagen thuis, en af en toe een klusje buiten de deur. Ze vertelt over een krijsende peuter die door zijn moeder door de gangpaden van de supermarkt werd gesleurd. „Toen ik haar zag dacht ik…” zegt zij. „Werkende moeder?” opper ik. „Toen dacht ik…” gaat ze onverstoorbaar verder, „…kijk, dat ben ik nou. Heb ik nota bene een lezing afgezegd om er voor mijn gezin te zijn, en wat gebeurt er die dag? Ik ben een brok chagrijn. Loop alleen maar op de kinderen te mopperen. Kun je dáár niet eens over schrijven?”
De wereld is geen schaakbord. De werkende moeder is niet per se zwart, en de thuisblijvende moeder niet per se wit. Het kwaad zit een spade dieper: innerlijke onvrede. Die je kan kwellen als je (letterlijk) ver van huis bent, offers brengend aan een te hoge hypotheek. Maar ook als je een heel principiële thuisblijfmoeder bent, alles en iedereen dienend, kan er diep in je een bommetje groeien dat tot ieders verbazing plotseling barst. Bijvoorbeeld in de supermarkt.
Is er een remedie tegen bommetjes? Als bedachtzaamheid en rust ons land kunnen redden, zoals filosofe Joke Hermsen zegt, dan zeker een moeder. Juist als huisvrouw kun je in een doorrazende wereld nog ongestraft je bezem neerzetten. De spoel stoppen, en de tijd, en je eigen rusteloze hart.
Bidden maakt alles anders. Dat is niet zomaar een vroom doekje tegen het bloeden. Dat is even reëel als het stukje grond waar ooit een Man knielde om Zijn aangevochten hart open te leggen. „Mijn Vader, alle dingen zijn mogelijk bij U. Maar niet Mijn wil maar de Uwe geschiede.” Overgave aan Gods wil is een vrucht van het kruis. Ook alle liefde, geduld en zelfverloochening die je zelf niet hebt zijn daar te krijgen. Maar dat is nog niet alles!
Juist zij die geroepen worden tot taken (en kruisen) die zinloos, doelloos, ongezien lijken, zijn vlak bij een groot geheim. Elke dag krijgen zij „een kans om te sterven”, zoals zendelinge Amy Carmichael het noemde. Een uitnodiging om inniger verenigd te worden met Hem Die Zijn leven gaf voor anderen. Wie die blijdschap eenmaal geproefd heeft, wil er alleen maar meer van hebben. Slavendienst blijkt duizelingwekkende vrijheid. De dagen worden steeds lichter. „Tot de Heer komt, en met Hem het loon!”
Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties