Koper

Het is geruisloos voorbijgegaan, mijn koperen jubileum als columnist. Zelf had ik het ook niet in de gaten. Het was een van die kurkdroge, klamme zomerdagen waarop ik waarschijnlijk apathisch voor de ventilator hing en geen hoofd had voor herdenken. Misschien maar goed ook. Een valkuil voor stukjesschrijvers is dat ze zichzelf te belangrijk vinden. Je kunt zomaar gaan denken dat jij alles wat krom is in de (reformatorische) wereld moet rechtzetten. Deels komt dat door lezers die bij je aankloppen. „Dáár moet je écht eens een stukje over schrijven!” Anderzijds ben je het zelf die bij elke ergernis denkt: dáár ga ik over schrijven.

Gelukkig heeft elke dag genoeg aan zijn eigen ergernis. Soms bedacht ik in bed een nijdig stukje, dat ik de volgende ochtend maar weer van mijn gezicht waste. Ik ben dan ook gevoeliger voor die andere valkuil: het iedereen naar de zin willen maken. Grappige, schone, welluidende stukjes schrijven waar je enkel lof voor ontvangt. Dat is niet altijd gelukt. Ook maar goed.

Mijn schrijfsels over homoseksualiteit bijvoorbeeld werden niet door iedereen gewaardeerd. Dat was een goede voorbereiding op de recente publicatie van ons boek ”Homo in de biblebelt”. Sindsdien weet ik dat je nimmer alle tenen kunt vermijden. Vermijd je de rechtse, dan trap je op linkse, en vice versa.

Na deze roerige periode heb ik sterk de neiging om beschutting te zoeken in het grappige, schone, welluidende. Een veilig onderkomen na de storm. Maar hoe ik ook peins, er komt niets gezelligs uit. Schrijf over schitterende herfstbladeren, zegt een stemmetje, over de leuke uitspraken van je kinderen die je laatst tegenkwam in je archief. Mensen houden daarvan.

Maar gezelligheid is geforceerde gezelligheid als er iets knaagt. Iets wat toch echt rechtgezet moet worden. De meeste kritiek op ons ‘homoboek’ kon ik wel begrijpen en verdragen. Maar zeggen dat het geloof van de geïnterviewden in ons boek te vanzelfsprekend zou zijn, is aanmatigend. Als het geloof voor íémand niet vanzelfsprekend is, dan voor mensen die zich een liefdesrelatie ontzegden omwille van dat geloof.

De geloofstaal en -beleving van mensen die in een andere hoek van de kerk zijn opgegroeid dan jij, kunnen je soms bevreemden. Maar wie hen beter leert kennen wordt minstens zo vaak beschaamd. Mensen die ooit hun hand opstaken om te kiezen voor Jezus, hoeven nog geen onechte of oppervlakkige gelovigen te zijn. Hun strijd speelt zich vaak af op andere terreinen dan wij gewend zijn. Waarin ze ons onze blinde vlekken tonen. Laat dat ons raken, ons zacht en nederig maken. God beware ons voor een ijzeren nek en een koperen voorhoofd.

Volgende keer weer een gezellig stukje, dat beloof ik. Als ik blijven mag.

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Zomerdroogte

Foto door Pixabay op Pexels.com

…lonely, very lonely to have a past no one else can share. (Susan Howatch)

De profeet Ezechiël wordt door de Geest meegevoerd naar de tempel, naar een kijkgat in de muur, waarachter de privévertrekken van de priesters zijn. Die, volgens Matthew Henry, daarvoor expres zo’n hoge wal hebben opgetrokken. „Zij wensten dat al wie hen in Gods huis zag, hen niet in hun eigen huis zou zien, opdat men niet zou zien dat zij zichzelf tegenspraken en in hun huis ongedaan maakten wat zij in ’t openbaar deden.”

Ezechiël krijgt een onthutsende blik op allerlei afzichtelijke zonden, bedreven door Gods tempeldienaren. Je hoeft geen pastoraal werker te zijn om te weten dat dit van alle tijden is. Soms brokkelt de muur van een ambtelijk levenshuis af en krijgen we via de media een kijkgaatje. Maar wat als je dan dieper zou gaan graven, de krochten in van de geest van zo’n priester of dominee die de misstap beging?

De schrijfster Susan Howatch doet het. Sinds Enny de Bruijn haar Starbridge-serie noemde in het Reformatorisch Dagblad (3-4-2020) –zes dikke (Engelstalige) delen over anglicaanse geestelijken in de twintigste eeuw– ben ik eraan verslingerd geraakt. Zoals De Bruijn schrijft zijn deze romans „soms wat zweverig over het geloof, ze behandelen het onderwerp seksualiteit nogal vrijmoedig, ze schetsen anglicaanse geestelijken als heel gewone mensen met zonden en gebreken, en ze zijn veel te uitleggerig om literair te zijn.”

En toch… ze bieden óók dat zeldzame inzicht, dat kijkgat in de ziel van een ijdele bisschop met een driehoeksverhouding, van een aartsdeken die verslaafd is aan successen. Howatch fileert ze. Geen motief blijft verborgen, de boeken van het verleden worden geopend. Haar hoofdpersonen dienen geregeld te biechten. Als het enigszins kan kiezen ze daarvoor een lieve oude priester die niet achter hun wal of rookgordijnen kijkt. Pas als er kijkgaten dreigen, schandalen op de loer liggen, erkennen ze wat ze werkelijk nodig hebben: iemand die hen doorzaagt en doorziet, tot op de naakte waarheid. Als álles op tafel ligt, als elke schuld hardop beleden is, dan is er ook genade, vergeving en een nieuw begin. Als iemand de noodzaak van zo’n proces duidelijk weet te maken, dan is het Howatch.

Wat missen we die biecht. Hoeveel zonden torsen we mee die onverwoord, onbeleden en onvergeven zijn. Wat een zomerdroogte bij mensen wier leven een stroom van levend water zou moeten zijn. Hoe groter het glazen huis, hoe meer gordijnen of wallen misschien wel. Vooral rondom dat binnenste heiligdom, ons eigen hart dat ons leven voortdurend tegenspreekt. Onverdraaglijk. Maar hoe geïsoleerder dat hart, hoe vatbaarder het wordt voor vreemde verleidingen, vreemde vrouwen, vreemde krachten. En dan volgt het kijkgat, de val en de nog diepere verlatenheid. Laten ook protestanten tijdig biechten. Laat de dwang van een kijkgat voor ons niet nodig wezen.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Gezichten zien

Ga niet naar Barcelona of Santorini – en zeker niet met het vliegtuig. Ga naar de Duitse wouden, liefst per trein. Zelden heb ik zo’n vakantiegevoel gehad als ooit in een met koffers en mensen volgestouwde coupé. Iemand die bij gebrek aan stoelen op een troon van tassen zat, begon op een banjo te tokkelen. Mensen neurieden mee en gaven koekjes door. We tuften schuin in een bocht langs de Duitse Rijn. De zon schitterde op het water.

Ik weet dat het ook anders kan gaan, vaak zelfs, maar dit is me bijgebleven. Dat simpele geluk in die coupé, de glans op de gezichten. De genade in alles.

Als je de Rheinsteig bewandelt –wat ik onlangs met mijn geslaagde dochter deed– ga je soms lang en diep de bossen in. Regent het, dan houdt het groene dak je droog. (Maar als het droog is regent het bladerdek nog even door.) De geur van het wilde woud, na regen, en daarna zonneschijn… je zou het in een flesje mee naar huis willen nemen.

Verdwalen is bijna niet mogelijk; Duitsers zijn pünktlich genoeg om bij elk twijfelmoment een wegwijzer op te hangen. Zo kondigen ze ook naderende Aussichtspunkte met bordjes aan. Die beloofde vergezichten drijven je voort, door het donkergroen naar het licht, terwijl de hagedissen haastig voor je voeten wegschieten.

Op een van die open plekken zagen we de grote vogel zweven, ik meen een rode wouw. Hij hoefde niets te doen, hij zweefde op de wind ver boven water en mensen en huizen en bedrijvigheid beneden, zijn vleugels verlicht. Zo stil, zo majesteitelijk. Ik verlangde zeer dat hij dichterbij zou komen, zichzelf zou laten zien, maar er was niets wat ik kon doen om dat voor elkaar te krijgen. Hij behoorde tot een andere, hogere wereld.

Met Pinksteren net achter ons was het onmogelijk om niet aan ”de vogel Gods” te denken, zoals lieddichter Ad den Besten de Heilige Geest noemt. Die Geest laat Zich evenmin dwingen; er is niets wat een mens kan doen om een opwekking te bewerkstelligen.

En toch – als de duisternis zich verdiept (zoals op het Britse eiland Lewis in 1949: de kerk nog in functie, maar geestelijk op sterven na dood), als het verlangen naar vernieuwing zo groot wordt dat het alle andere verlangens overheerst, als je geen andere weg meer ziet dan die van het gebed en die volhardend gaat (zoals twee oude vrouwen op Lewis deden), dan komt Hij, de vogel Gods.

En het licht dat Hij meebrengt zal zo vol glorie zijn, dat alleen al de glinstering ervan op een menselijk gezicht (zoals dat van een klein kind op Lewis) de mensen tot bekering en berouw zal brengen.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Livestream boekpresentatie Homo in de biblebelt

Hier te volgen!

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

De laatsten worden de eersten

„Haar leven was dienen”, zegt mijn eega grijnzend, terwijl ik van de was naar de winkel naar het fornuis ren. Hij verheugt zich al op mijn reactie.

Een beetje vrouw gaat tegenwoordig steigeren als mannen haar graag zien dienen. Dat bleek onlangs maar weer. Het Nederlands Dagblad plaatste bij een artikel met de kop ”Geen ruimte voor vrouwelijke ambtsdragers in Christelijke Gereformeerde Kerken”, een afbeelding die een lont in het Twitterkruitvat bleek te zijn. Op deze foto bedient een dame een zittend rijtje stemmig geklede mannen die duidelijk hoger zaken aan hun hoofd hebben. De grijnzende boodschap: voor vrouwen is slechts ruimte in koffie schenkende zin.

Ik volgde de ophef op sociale media een beetje, zoals ik ook de besluitvorming gevolgd had. Het gesprek over vrouw en ambt boeit me, al heb ik aan het mogen bijwonen van kerkenraadsvergaderingen persoonlijk geen behoefte. Wel zoek ik nog een muizengaatje om pastoraal werk te kunnen doen binnen mijn eigen kerkverband.

Waarom steigeren we massaal bij deze foto? Die vraag hield me nog het meest bezig. Ik ben ook een vrouw van mijn tijd, met bitter weinig talent voor onderdanigheid. Maar waarom zouden we wel willen dienen in een ambt, doch niet als koffiejuffrouw? Dat doet vermoeden dat we het eerste hoger inschatten dan het laatste – zoals ik altijd weer geneigd ben het schrijven van een column belangrijker te achten dan het boenen van de vloer.

Wat wij hier zien door onze bril: ongelijkwaardigheid. Een vrouw die gevangenzit in haar rol, en mannen die dat ‘even’ over haar beslissen, en haar niet zien staan.

Nog afgezien van de vraag of dit plaatje klopt – is het niet juist die bríl die ons gevangenhoudt? Hij benauwt me. Ik kan hem nauwelijks afzetten, maar intussen vertroebelt hij niet alleen mijn blik, maar ook mijn vrede, mijn liefde, mijn stilte.

Wat nu als dienen in Gods Koninkrijk geen hogere of lagere orde kent? Wat als je om de Bijbel te begrijpen op dit punt, niet alleen je bril moet afzetten maar ook nog eens op je hoofd moet gaan staan? In dit Koninkrijk is alles omgekeerd. „De laatsten worden de eersten, wie knielde krijgt een troon, de knechten mogen heersen, de dienaar heet een zoon.”

Zo’n Koning mag van mij de taakverdeling bepalen: jij dit, en jij dat. Zelfs als ik het niet begrijp. Zelfs als Hij daarmee dwars tegen mijn eigen trots, verlangen of aanleg ingaat. Hij is goed, Hij is de Koning. Wie Hem zoekt, moet de foto nog eens goed bekijken. Hij is de vrouw die rondgaat. Hij zit tussen de mannen die zij bedient.

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Homo in de biblebelt

Er komt een nieuw boek aan! Samen met Ineke de Jong interviewde ik dertien homo’s die uit de kast kwamen, maar in de kerk bleven. Welkom op ons mini-symposium.

https://www.brevieruitgeverij.nl/boeken/9789492433909/homo-in-de-biblebelt.html

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Geroepen

De roep van God is als de roep van de zee en de bergen, schrijft de Schotse baptistenevangelist Oswald Chambers. Niemand hoort die behalve de zee en de bergen zelf, want zij alleen zijn geschapen om die stem te verstaan. Zo gaat het ook met de roep van God. Alleen de mens voor wie hij bestemd is, hoort hem.

Honderd mensen kunnen luisteren naar dezelfde preek, 70 vergeten die meteen weer, 29 denken er misschien nog een tijdje over na, maar die ene mens zal nooit meer dezelfde zijn. Iets ontzaglijks heeft hem aangeraakt: de heerlijkheid van Gods Evangelie, de verlorenheid van ontelbare zielen. Het hoe, wanneer en waar is niet altijd duidelijk, maar hij weet: ik ben afgezonderd voor het Koninkrijk van God.

Gaat het hier om zeer speciale gelovigen, heiliger dan de rest? Sommige mensen denken dat. Maar licht schijnt het felst in de duisternis. Niet zelden is de roep van God juist dáárom zo onmiskenbaar omdat je die niet op je vroomste momenten hoorde, maar na een echtelijke ruzie op de zondagmorgen, na een biddeloze week, na een nacht vol smoezelige dromen.

En nog op duizend andere momenten heb je je afgevraagd waarom uitgerekend jij geroepen werd, of je er nog vanaf kunt. Een roeping volgen maakt niet gelukkig, „maar als de roep eenmaal vernomen is, is er geen geluk meer voor hen die niet volgen.” (C. S. Lewis)

Dus ga je op pad. Er zullen blokkades zijn onderweg, ontmoedigingen. Je zult je mond opendoen en vertellen welke wending je leven toen en daar nam, maar je zult ontdekken dat er geen taal is voor wat alleen jij gehoord hebt. Je zult stuntelen als je erover spreken moet, en waanzin en twijfel is al wat degenen die naar je luisteren horen. Op andere momenten zul je zoeken naar het vuur dat ooit in je brandde, maar het is gedoofd en je krijgt het zelf niet meer aangewakkerd. Misschien word je de toegang ontzegd tot de deur die je het liefst wilt binnengaan, waarvan je dacht dat God die aanwees. Het woord ”nee” valt en je voelt je ineens honderd jaar in plaats van dertig. Sap verandert in zomerdroogte. De roep zelf wordt een klein zwart zaadje dat neervalt op de gebarsten aarde van je hart. Je ploegt voort, soms jarenlang.

Maar elk voorjaar steekt met de krokussen ook die onbegrijpelijke roep zijn kleine gezichtje weer omhoog. De heilige kunst is om het dan niet te vertrappen – „Ik heb me vergist.” Laat het staan in de grond waarin het is gevallen. Vouw je handen eromheen. Voed het met oud vertrouwen. Luister naar de wind.

En richt je met alles wat in je is op de Zon.

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

La Vierge

Dat ik een beelddenker ben zal niemand verbazen of verontrusten. Het is gewoon handig als je stukjesschrijver bent. Beelden vliegen af en aan, je hoeft ze maar op te schrijven. Verontrustender is dat dit geen aan- en uitknop heeft. Ook in de kerk fabriekt je hoofd voortdurend beelden, of je het wilt of niet. Zegt de dominee bij het bevestigen van ambtsdragers dat broeder A en broeder B er zelf tussenuit moeten vallen, dan opent zich voor mijn geestesoog een enorme gletsjerspleet, waar twee zwarte figuurtjes in tuimelen.

Als ik hier dan nog opbiecht dat mij geregeld een beeltenis van Maria voor ogen komt, tuimel ook ík wellicht met al mijn vermeende degelijkheid de diepte in. Maar het is waar; Maria betekent veel voor me. Zoiets bewaar je in een reformatorische gemeenschap maar stilletjes in je hart. Mij heeft het aangenaam verrast dat een oergereformeerde theoloog (en man) laatst zo’n dik boek over Maria publiceerde. Ze is het waard, al komt ook meteen de vraag op of het wel klopt – zo veel aandacht voor een vrouw die tot in haar diepste wezen nederig was.

Arnold Huijgen legt in het begin van zijn boek heel mooi uit dat alle pogingen om Maria te benaderen of na te volgen je confronteren met een paradox. Wie nederigheid actief gaat nastreven is immers al niet nederig meer, die wil namelijk ‘hogerop’ komen. Het geheim van Maria is dat ze leeg was voor God.

Toen ik nog een meisje was kwam ik haar in de Franse Vogezen onverwacht tegen. Een vergrijsd beeld op 1100 meter hoogte, uitkijkend over een groene vallei waar het volstrekt stil was, op het geluid van de wind na. Ik heb niet geknield, en ook niet gebeden tot ”La Vierge”, de maagd. Ik maakte alleen een paar zwartwitfoto’s, waarvan ik er een in mijn dagboek plakte. Een close-up van haar gezicht, dat stille gezicht dat ik sindsdien niet meer kwijtraakte.

Het is de stilte die me bijgebleven is. Niet alleen de stilte van die wondermooie plek, ook die van Maria. De vragen die ze níét stelde, het verweer dat ze níét heeft gehad. Ik herinner me het vreemd nieuwe verlangen daar in die vallei, om net zo leeg te worden voor God als zij. Die plotseling begeerlijke eenvoud van hart: Hier ben ik. Ik ben beschikbaar. Laat met mij gebeuren wat U wilt. Wat het ook brengt, wat het ook kost.

Je zou het toch opnieuw wensen, dat de eindeloze beeldenstroom van elk dag stokt, en dat er één beeld blijft staan dat gaat morrelen aan al je ik-gerichte verlangens. Maria­beelden op elke straathoek? Dat gaat vermoedelijk niet helpen. Eén blik op haar Zoon aan Zijn kruis, dat is genoeg

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Een groene vlag

Regelmatig bezoek ik de vragenrubriek op refoweb.nl. Die biedt namelijk een aardig inkijkje in wat er onder reformatorische jongeren leeft. Hier kun je al je vragen kwijt, anoniem. Een team van wijze mensen voorziet ze van een zorgvuldig antwoord. Mooi vind ik dat. Als ik onderzoek wilde doen naar de gereformeerde gezindte, zou ik met deze rubriek beginnen.

Een vraag van afgelopen week: Waarom zouden christenen geen regenboogvlag mogen uithangen voor andersgeaarden? Ter bemoediging? Ook aan hen heeft God toch Zijn teken van liefde en trouw gegeven? Het antwoord kwam van Herman van Wijngaarden (HGJB) die zelf homo is. Hij schreef dat hij er geen behoefte aan heeft om over een regenboogzebrapad te lopen. „Dan voel ik me te veel in de ‘zielige’ hoek gezet. (…) Laat mij als homo maar gewoon over een zwart-wit zebrapad lopen.”

Ik houd ook niet van de regenboogvlag. Die heeft weinig meer met God te maken, net als regenboogsokken, -jassen en -chocolade. Toch ligt mijn hart bij een minderheid die best wat meer aandacht verdient: de Hermans. Andersgeaarde mensen die omwille van God en de Bijbel single blijven. Als kerk en wereld weer eens hard botsen op dit punt, en de een met een regenboogvlag zwaait en de ander met een verklaring, zitten zij er precies tussen. Het tosti-ijzereffect. Maar dit neigt alweer naar zieligheid, en dat is nu juist niet de bedoeling. Samen met een vriendin heb ik de afgelopen maanden mensen als Herman uitgebreid geïnterviewd, over alle aspecten van hun leven. Het zijn veelkleurige verhalen. Over eenzaamheid, onvervulde verlangens en beschadigd zijn. Maar ook over vriendschap, vreugde, vrijheid, hoop. Wat begon als een pastoraal project –inzicht bieden aan de achterban, zoekende jongeren inspireren– bracht ons op het spoor van een kostbaar geheim. Iets waar ik tijdens de lange autoritten naar huis maar over na blijf denken, waar ik soms zelfs niet van slapen kan. Single blijven om Jezus’ wil vraagt om een leven met Hem op hoog peil. Daarmee bedoel ik dat Hij de intiemste Ander is met Wie het leven gedeeld wordt, met alles wat daarin speelt. Als het hierover gaat hang ik aan hun lippen, en vraag me af of niet juist deze mensen het meest van al tot hun bestemming komen. Zieligerds blijken wegwijzers te zijn.

Als er geen zondeval was geweest, was ik niet homo, schrijft Herman. Het is niet iets om trots op te zijn. „Als ik in dit geval ergens trots op ben, dan is het dat God mij geroepen heeft om Hem als single te dienen.” Bij die laatste zin zwaai ik vandaag een bescheiden groene vlag. De kleur van hoop in een grijze wereld, en in een grijs magazine.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Elke dag dankdag

Mijn essay over stille tijd in het Reformatorisch Dagblad van 29 oktober jl.

https://www.rd.nl/artikel/949188-elke-dag-dankdag

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie