Allemaal van Bach

Op de tentoonstelling ‘Gezin XXL’ in Den Bosch, die inmiddels voorbij is, was ook een talrijk, muzikaal gezin te zien. De opmerking van een der dochters bleef bij me hangen: ‘Samen muziek maken was de enige manier om (letterlijk) in harmonie te zijn met elkaar.’

Dat geldt in zekere zin ook huize Stam. En dan niet alleen in het samen muziek maken, maar vooral in het samen muziek beluisteren.

Wat je ook op moderne media tegen kunt hebben, het web heeft ons de laatste tijd maar mooi een leerzame en onschuldige zoethouder opgeleverd voor zowel 2- als 9-jarigen (inclusief twee dertigers) : http://www.allofbach.com!Een website waar elke week nieuwe (video)opnames worden geplaatst van de 1080 werken van Johann Sebastian Bach, uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging en vele gastmusici, die we al aardig beginnen te kennen.

Jos, Lucia, Maarten… het zijn huisvrienden aan het worden, zij het dat de vriendschap wat eenzijdig is. Het fijne van deze opnames is dat je je kinderen voor de muzikale vorming niet meer mee hoeft te nemen naar (dure) concerten, waar ze hun benen stil moeten houden en hun neus niet mogen ophalen. Ook kun je de afzonderlijke instrumenten mooi aanwijzen. Waarna je dan wel weer vragen kunt verwachten als: ‘Mam, mag ik piccolo gaan spelen?’

Uitleggen waarom je lijfje bijna vanzelf gaat dansen op bepaalde muziek – die mevrouw zingt: ‘Wie freudig ist mein Herz! – leidt er natuurlijk wel toe dat ze hun eigen jubelstem ook goed uit willen proberen. En daar worden de buren dan weer minder freudig van.

Maar hier heb ik een stevig weerwoord op: Buurman ‘zingt’ tussen zonsopgang en -ondergang wel vijf keer op een dag. En dat horen wíj maar al te goed. Zo. Dus: doe ons alles van Bach! SDG…

IMG_0056

IMG_0062

IMG_0064 IMG_0065

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Schilderskeuken

IMG_0150

Er is een nieuwe Schrijverskeuken in voorbereiding, met Jip Wijngaarden! Hier volgt de uitnodiging, zoals die vandaag aan ons bestand verzonden is. Maar iedereen is welkom.

HanZ organiseert de zesde Schrijverskeuken! Die Keuken staat gepland voor zaterdagmiddag 25 april van 13.30-17.00 uur! Zoals al eerder aangekondigd, gaat Jip Wijngaarden ons, bij leven en welzijn, die middag ‘lernen’ vanuit een andere tak van kunst. Zij wil een kijkje geven in haar Schilderskeuken en zal vertellen, maar ook in gesprek gaan, over hoe zij het woord beeld laat worden.  We vroegen haar om ons als schrijvers wijs te maken n.a.v. raakvlakken als: hoe kijk je naar de wereld/mensen, hoe bereid je je voor, hoe concentreer je je, wat laat je, wat doe je, hoe kom je tot vormgeven, hoe sta jij in/t.o.v. het verhaal dat jij verbeeldt, wat wil je vertellen, enz. Naast de lezing met Jip zal er natuurlijk tijd zijn voor ontmoeting met andere eenzame;) schrijvers.
Voor meer informatie over Jip Wijngaarden, zie haar website en lees bijvoorbeeld de interviews en/of bekijk haar werk: http://www.jipwijngaarden.nl/nl/Interviews. Over een poosje krijgen jullie meer info over de preciezere inhoud van de Keuken, maar op dit moment is Jip volop in bedrijf i.v.m. de expositie (inclusief boekwerk) komend voorjaar in de Oude Kerk Delft en haar gezondheid is broos, haar energie beperkt.
Toch mailen Christine en ik jullie vast omdat verschillende schrijvers, vanwege toch al vollopende agenda’s, vroegen naar de datum. En voor ons bijkomend: afhankelijk van het aantal deelnemers kunnen wij de Keuken ter plekke in de Oude Kerk Delft organiseren of kiezen we toch ons (al vertrouwde) plekje in Huis van Vrede te Utrecht. In beide gevallen zal Jip m.b.v. een beamer haar werk tonen, maar in het eerste geval kun je ook haar werk in een andere werkelijkheid zien. In het laatste geval zal je er ongetwijfeld nog een dagje prachtig Delft aan vast knopen.
I.v.m. een optie op een zaal in de Oude Kerk Delft zouden we dus heel graag vroegtijdig, vóór 30 november, weten wie van plan is te komen. Hierbij geldt dit keer: opgave betekent betalen. De kosten zullen € 25,-/pp zijn, inclusief koffie/thee e.d.. Opgave via janne.ijmker@solcon.nl .
Wij horen graag!
HanZelijke groet, ook namens Jip (maar dan een FranZelijke),
Christine Stam en Janne IJmker.
en oh ja, zeg het voort aan schrijvers-in-wording (boek of geen boek)!
Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Lila

“Het was de oude zwarte jas waar hij altijd in preekte, die hij op een avond om haar schouders legde, toen ze samen wat langs de weg dwaalden en hij als een jongen steentjes gooide naar de spijlen van een hek, nog altijd verlegen voor haar. Maar op een zondagmorgen, met de preek voor zich waar hij de hele week mee bezig was geweest, heel goed wetend dat hij hem amper hoefde in te zien, was hij een prachtige oude man, en het verheugde haar bijna boven alles dat ze wist hoe die jas aanvoelde, wat de zwaarte er van was.”

Hoe klinkt dit? Juist, als Marilynne Robinson. En zo niet, dan ligt dat waarschijnlijk aan mijn vertaal(on)kunsten… Deze maand verscheen haar nieuwe roman:”Lila” (helaas nog niet in vertaling).

Lila

En hoe heerlijk,  hij ligt al open op mijn bureau. Lila, de tamelijk raadselachtige jonge vrouw van dominee John Ames uit “Gilead” – die op een dag als wildvreemde zomaar zijn kerk komt binnenlopen, maar tegen wie hij na hun huwelijk zegt: “Het voelde alsof ik je op een bepaalde manier herkende” – heeft na tien jaar een stem gekregen.

Het is voor mij altijd een vraag gebleven, wie ze precies was. En zie daar… Ik ga eerst maar lezen, daarna krijgt “Lila” ongetwijfeld een plaats in de digitale boekenkast.

 

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Een nieuwe naam

Soms is het maar beter iemands woorden te lezen en te bewaren, zonder de persoon in kwestie ooit  gezien of gehoord te hebben.

In de Lettergreep van Hans Werkman, vandaag in het Nederlands Dagblad (voor een paar eurocenten te lezen op http://www.nd.nl/artikelen/2014/oktober/17/lettergrepen-640-gabe-en-kees ) gaat het over de gereformeerde predikant Gabe van Duinen, wiens boekjes ik gretig verzamel en met wiens woorden ik dagelijks in slaap pleeg te vallen. (Dagboekje ‘De stem achter u’, zie ook mijn column ‘Zwart en goud’)

Tot nog toe had ik hem nooit op een foto gezien, maar het ND drukte bij het stukje van Werkman een serie achtereenvolgende foto’s af waarop de beweeglijke ds van Duinen nogal filmisch te zien is op de kansel. Inderdaad zoals Jaap Zijlstra hem zich herinnerde:  ‘Gabe van Duinen hamerde op de kansel en hij maakte brede gebaren en hij sloeg tegen zijn kale hoofd en op die dikke buik onder zijn toga en met zijn gezicht deed hij van alles.’

En je denkt ineens wat je nooit eerder dacht: wat een pias. En toch zulke mooie boekjes en preken. Een mens tussen God en mensen.

Interessant is zo’n serie ergens wel. Zijn er trouwens meer van, in dit genre?

Nog interessanter: Gabe van Duinen blijkt een veel jongere broer gehad te hebben, die een begaafd dichter was: Kees van Duinen. Zijn enige bundel kwam destijds postuum uit. Het wachten is nu op de heruitgave van de gedichten van deze ‘stille, schuwe, gereformeerde dichter’ die Werkman voorbereidt.

Ik vond alvast een paar regels, een fragment uit het gedicht ‘Kerkhof’:

Hun namen sinds zijn lang versleten,
met kweek en woeker overdekt:
wie hier verstopt ligt en vergeten,
wordt met een nieuwe naam gewekt.

Het is vrijwel zeker dat de broers om verborgen redenen weinig contact hadden. Maar misschien kenden ze wel dezelfde hoop. Juist vorige maand kwam ik ook bij Gabe iets tegen over die nieuwe naam:

Een mens krijgt van de mensen niet gemakkelijk een nieuwe naam. Ze houden het halsstarrig op de oude. Ze plakken steeds weer het oude etiket op ons. “Als we eenmaal de naam hebben…” “Die eenmaal steelt…” “O díé? Daar is iets mee geweest. Weet u wel?” Ja, “u” weet het nu weer. Daar hebt u, door de oude naam weer op te rakelen, goed voor gezorgd. Neen, van die oude naam komen we nooit meer af.

Christus helpt ons van onze oude naam af. Hij bevrijdt ons van ieder soort erfelijke belasting en minderwaardigheidscomplex, waarmede anderen en wijzelf ons belasten. Hij doet dat door ons een nieuwe naam te geven. Dat is wel een zeer radicaal middel! Dat is maar niet een schone lei, een nieuw begin, een nieuwe kans met nieuwe mogelijkheden. Het is geen blanco formulier dat wij zelf nog moeten invullen. Dat zou natuurlijk al heel mooi zijn. Welk mislukt mens wil niet graag overnieuw beginnen? Maar Christus geeft oneindig meer. Hij geeft een nieuw begin dat in Hem reeds begonnen ís, en waarvan de voleinding in Zijn bloed gegarandeerd ligt.

Deze nieuwe naam te mogen dragen is een hoge eer. Het is ons een heilige roeping hem hoog te houden in een leven, dat aan deze naam beantwoordt.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Stil

”Be still my soul”…Vanmorgen gehoord hoe lastig de meeste (huis)vrouwen het vinden om stille tijd te houden. Dit luisteren kost je maar vier minuten. Ik wil nog eens proberen hier een mooie, rijmende vertaling van te maken, want er lijkt alleen deze (matige) versie te zijn:

Wees stil, mijn ziel

Wees stil, mijn ziel: de Heer staat u terzij;

Draag met geduld uw kruis van smart of pijn.

Laat uw God orde brengen en zorg verschaffen;

Hij zal bij iedere verandering trouw blijven.

Wees stil, mijn ziel: Uw beste, uw hemelse Vriend

Leidt langs doornige paden naar een vreugdevol einde.

Wees stil, mijn ziel: Uw God neemt op zich

Om de toekomst te geleiden zoals in het verleden.

Laat niets uw hoop, uw vertrouwen doen wankelen;

Al wat nu mysterieus is zal uiteindelijk duidelijk zijn.

Wees stil, mijn ziel: Golven en wind hebben nog weet

Van Zijn stem die hen beteugelde toen hij hier verbleef.

Wees stil, mijn ziel: het uur zet tot spoed aan

Wanneer wij eeuwig toeven bij de Heer,

Wanneer teleurstelling, kommer en vrees voorbij zijn,

Leed vergeten is, en liefde’s puur genot hersteld is.

Wees stil, mijn ziel: zijn verandering en tranen voorbij

Dan, veilig en gezegend, ontmoeten wij elkaar eindelijk

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Heldenoverleg

Afgelopen zaterdag vergaderde de Schrijverskeuken weer. Ditmaal met een daglange workshop o.l.v. Janne IJmker en mij, waarbij we het boekje ‘Storytelling in 12 stappen’ als leidraad gebruikten. Deelnemers was gevraagd hun eigen held (hoofdpersoon) mee te brengen. En zo waren wij bijeen – niet als elkaar bekritiserende auteurs, want “zulke oordelen zijn gewoonlijk toch maar samengesteld uit gelijke delen van onwetendheid, vleierij en kwaadaardigheid.” (Flannery O’Connor)

Nee, dit was een hoogstaand Heldenoverleg. Elkaar helpen om de slimste, mooiste of kronkeligste route te vinden, met speciale aandacht voor vergezichten. Onder onze helden waren predikanten, vaders en grootvaders. Anderen kwamen gemaskerd, nog niet toe aan het prijsgeven van hun identiteit. Tot slot hadden we de eer zelfs een alwetende hefbrug in ons midden te hebben.

zie ook http://www.facebook.com/janneijmker

Misschien gaan we deze workshop t.z.t. nog eens herhalen. Wie daar belangstelling voor heeft: laat het ons weten.

“De Reis van de Held helpt je als schrijver of verhalenverteller bij het opbouwen van je verhaal. De Reis stuwt het verhaal voort en spiegelt je een universeel patroon voor van hoe zaken zich kunnen ontwikkelen. Het is een overdrachtelijke reis, een ‘rite de passage’, die we allemaal op diverse manieren in ons eigen leven maken. De Reis is een kompas, een routeplanner en een reisgids ineen, omdat hij de noodzakelijke stappen aangeeft waarmee algemeen menselijke ontwikkeling en bewustwording plaatsvinden. Het model dwingt je als schrijver tegelijkertijd je doel voor ogen houden. En bij al die stappen en motieven herken je de hoogtepunten en dieptepunten en alle kenmerkende passages die de menselijke ziel doormaakt gedurende het leven.”  (‘Storytelling in 12 stappen’ – Mieke Bouma)

Lied van Ruth
 
Ek is n vreemde hier
Ek het my land gelos
Ek het jou pad gekruis
Ek het jou spoor gevolg

Jy het gese gaan terug
Moe nie op my vertrou
Maar jy s n deel van my
Wat doen ek sonder jou

En ek weet die toekoms is onseker
En die donker is digby
En ek weet ons wag n lang reis
Reg deur die woestyn

Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jouw God is my God
Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart in my hart

Ek weet jou volk is bang
Voor ons wat anders is
Maar ek sal brugge bou
Daar waar die afgrond is

En ek sal terugverlang
Wanneer die wind sal waai
Wat uit die suide kom
Van my geboorte grond

Maar ek sal sterk wees
En ek sal oorleef
Want ek wil naas jou staan
Al sal dit moeilyk wees

Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jouw God is my God

Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart is my hart

My deel is jou deel
My brood is jou brood
Jou lewe is my lewe
Jou dood is my dood

En wanneer die donker kom
En jou mense my ontwyk
Sal ek my liefde gee
Totdat die haat verdwyn

Want jou huis is my huis
Jou angs is my angs
Jou stilte my stilte
Jou land is my land

Stef Bos

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Kruisvaarders

Mijn column ‘Kruisvaarders’ in het Reformatorisch Dagblad van 27 september:

De buren zijn een maandje weg en we voelen ons vrij. Die zin zullen ze niet lezen. Al delen we een trappenhuis, de taalkloof is onoverbrugbaar.

Dat maakt verfijnde communicatie lastig.  Als er voor de tweede keer een mes van tafel valt, of de jongste enthousiast op herenschoenen door het huis klost, pookt buurman met de bezem tegen zijn plafond. Het klinkt agressief en het maakt op den duur, helaas, wederkerig agressief.  Een ongelukje tijdens de afwas en jawel, buurman pookt weer, en het komt vanzelf omhoog: Zal ik die deksel nog een paar keer laten vallen? Zal ik een klompendans doen…?

Toch is de band met buurman goed. Misschien danken we dit vooral aan de jongste, die ‘buu’man’ immer juichend begroet. Geluidsoverlast of niet, dan zakt ‘buu’man’ vertederd door de knieën en kust de hem toegestoken handjes. Sjouwt mijn boodschappentassen omhoog. En pookt een dag of wat niet meer.

Desondanks droomde ik pas van gemaskerde ‘buurmannen’ die ‘s nachts onze slaapkamer binnendrongen. Buurman is moslim, imam bovendien. Je weet het nooit. Ook IS-strijders kunnen soms van die warme, reebruine ogen hebben. En hem naar zijn IS-opvattingen vragen, gaat dus niet.

Wat maakt die IS zo onstuitbaar? Vooral de inzet van zelfmoordenaars, ‘die in de loop van een geweer het Paradijs zien.’ Maar welke vreemde kracht voedt dit visioen? Een recente ‘preek’ van IS-topman Adnani verschafte me inzicht: feitelijk appelleert hij daarin onophoudelijk aan het verlangen je over te geven aan een hoger doel, en de bereidheid daarvoor te sterven. Daarbij neemt hij de kruisvaarders serieus, door hen geen mooie droom maar de realiteit voor te spiegelen: “O soldaten van de Islamitische Staat, wees niet ontzet als je volk tegen je is, je kalifaat bespot en bevecht. Zo hebben ze ook hun Profeet behandeld. Dit is de weg die Allah gaat. Hij zal je rijk maken na armoede.”

Het doet huiveringwekkend bijna-Bijbels aan. De zes ligt dicht bij de zeven. Dit beseffend bid je maar om één ding: dat de kerk wakker schrikt en in volle ernst rekruten gaat voortbrengen en toerusten voor de laatste strijd. Om de Christus-Staat. Misschien moeten ze nog geboren worden. Maar liefde voor de Koning moet hun vuur, de wil met Hem te sterven hun kracht en het gebed hun nooit verouderende wapen worden.

Ze zullen niet een, maar vele doden sterven (eergevoel, trots, ambities, een goede naam, de liefste betrekking) maar daaruit weer opstaan. Voor hen geen paradijs met maagden, maar een leven in toenemende gemeenschap met de Geliefde.

De training: altijd Eén op één, en zelden opzienbarend. Ze kan zomaar plaatsvinden in de stilte van een keuken, in die eerste paar seconden na de bonkende bezem van een Turkse buurman.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

17-9-2004

liefdevaneenkantIMG_0033[1]

Tien jaar geleden – op een prachtige nazomerdag, zonovergoten maar al zo herfst-fris – trouwden wij. Tien jaar! Voor de gelegenheid een stukje proza.

“Het eerste dat ik tegen je zeggen wil, is dat ik veel van je vader gehouden heb. Wat ze ooit ook tegen je mogen zeggen, wanneer dat ‘ooit’ dan ook is, en wie die ‘ze’ dan ook zijn;  denk dan terug aan de eerste zin van dit boek. Ik hield veel, heel veel van je vader.

Ik zie voor me dat je lacht, diezelfde lach als wanneer we aan elkaar zitten, je vader en ik. Hij probeert me op de grond te gooien, en terwijl jij in de kamer je boek zit te lezen, word je ineens alert, en al gauw hoor je aan de geluiden dat het spel is, liefdesspel. En je komt de gang in, met glinsterende ogen. Je grijpt het been van je vader en begint eraan te sjorren, je gezichtje één gretige vraag om ook mee te mogen doen, te delen in dat wat altijd anders begint, en altijd hetzelfde eindigt.

Voordat onze eerste ontmoeting plaatsvond, was ik al voorbereid. Iemand had hem zelfs voor me uitgetekend, op een gelig vel uit een oud schetsboek en daarbij gezegd: let op hém. Op de tekening stond een slanke jongeman met een spits gezicht en sluike donkere haren, die aan weerszijden van een rond brilletje lang naar beneden vielen. Hij hield een zwarte boodschappentas in zijn hand.

Wij stonden bij de overvolle kapstokken; we hadden er net met moeite onze jassen overheen gegooid, toen hij binnenkwam. Ik zag het aan de tas, die exact hetzelfde was als op de tekening; er was zelfs aan het zijvak met ritsje gedacht. De handvatten waren leren bandjes die al een paar keer gebroken waren. Je vader had er simpelweg knopen in gelegd, waardoor ze te klein geworden waren om er een hele hand door te steken. Hij liet ze bungelen tussen duim en middelvinger. De tas was dus naar waarneming. Alleen de haren klopten niet meer.

Je vader was nagenoeg kaalgeknipt. Bovenop was nog een klein kuifje overgebleven, waar een van de oudere studentes op af stoof als een kat op een vogeltje. Ze trok er paniekerig aan en  toen ze buiten adem vroeg ‘waar is de rest gebleven’, kleurde je vader langzaam rood, en ik zag hoe ongelukkig hij zich voelde zonder dat beschermende haar. Ik draaide mij om en ging naar het toilet. Toen ik terugkwam, zaten de studenten allemaal; iemand voorin, in een net iets te ruim pak, hamerde om stilte.

Ik kende nog bijna niemand, ik schoof haastig in de achterste bank en zocht naar je vader, die een paar rijen naar voren zat en met een korte, brede hand vertwijfeld de zachte stekeltjes in zijn nek aaide.

De filosoof Mengelveld heeft natuurlijk gelijk dat iemands haar deel uitmaakt van zijn persoonlijkheid, zoals jij mijn complete dochtertje niet bent zonder je sluike donkere krullen; het sluike van je vader, de krullen van mij. Dus ontliep ik je vader zolang en stelde de kennismaking uit tot zijn haar was aangegroeid en de tekening weer klopte.

Na ons eerste gesprek – een uitwisseling van welgeteld vijf woorden, vier van mij en een van hem – begon geloof ik het bidden. Een gebed zonder einde, dat op den duur uitgroeide tot een wanstaltig raadsel, alsof het eerste woord dat ik uitsprak een cel was geweest die zich maar bleef delen en delen. “

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

De nieuwe IJmker – update

“Kanaleneilandjes” van Janne IJmker krijgt vandaag ruimschoots aandacht in het Reformatorisch Dagblad.

Zie voor een grondige analyse ook het blog van criticus en docent Nederlands Teunis Bunt:

http://teunisbunt.blogspot.nl/2014/09/kanaleneilandjes-janne-ijmker.html

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Grijs (en blauw, en rood)

IMG_0008[1]

De herfstcolumn van vorig jaar is weer/nog actueel:

“Ga je ons weer het mooiste herfstboek aanraden?” vroeg iemand. “Natuurlijk,” zei ik, en ging in gedachten alles langs waarin ik naarmate het kouder werd troost heb gezocht, bij de houtkachel waarop de eerste peren stonden te stoven. Maar er sprong niets uit. Een sneeuwend scherm. “Alles is grijs,” verzuchtte de krekel in ‘De genezing van de krekel’ van Toon Tellegen. Dat is trouwens een uitstekende kandidaat: het beste boek dat ooit over depressiviteit geschreven is, vond een psychologisch vakblad. Het maakt op een onnavolgbare manier somberte en eenzaamheid invoelbaar, waarbij droefheid en humor een perfect evenwicht vormen.

In Tellegens andere dierenverhalen worden altijd veel briefjes geschreven en met de wind verstuurd. Ook handgeschreven brieven hebben iets herfstigs. Ze worden bij voorkeur geschreven als de regen eindeloos tegen de ramen klettert en je binnen gevangen zit. Ik las een aantal prachtige brieven van de bekeerde Engelse slavenhandelaar John Newton (1725). Van pure heimwee schreef ik er zelf maar weer eens een, aan de antieke secretaire die als erfstuk in ons huis is beland. Vroeger kreeg  ik moeiteloos vijf, zes kantjes per dag vol aan een vriendin die een paar huizen verderop woonde. Tot mijn ontzetting had ik nu al na één vel kramp in mijn hand. “Stop dan! Wie zit er eigenlijk nog op je schrijfsel te wachten?” fluisterde de herfst in mijn oor. Ik heb het maar aan de wind meegegeven.

Het gras verdort, de bloemen vallen af… En ineens zit je weer buiten, met blote benen op een zonovergoten dakterras. Je bewondert de kleurexplosie van de bomen tegen de blauwe lucht. Je hoort de kastanjes vallen, eerst geritsel en dan een plof, pal voor de voeten van het kind dat daar zonder jas loopt te zoeken. Je ontdekt twee aardbeien aan een bijna verdorde struik, dieprood en zoeter dan alle aardbeien die je deze zomer geproefd hebt. En in je hart wellen de juiste woorden op, zoals na die kreunende psalm 44 – “Waak op, waarom zoudt Gij slapen, Heere!” –  een “Bruiloftslied” ontstaat.  Het herfstboek der natuur laat uitbundig zien dat er, dwars tegen de menselijke prognose van alle dingen in, toegiften en wonderen mogelijk zijn. Sterker nog, “het wonder behoort tot de vanzelfsprekende dingen voor die mens, die weet dat Christus uit de doden is opgestaan en dat wij in Hem alle dingen bezitten.” (Prof. J.H. Bavinck)

Jezus Zelf wijst er Martha op wanneer, voor zover haar zintuigen reiken, het liefste en dierbaarste al tot ontbinding is overgegaan: “Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?”

“De opwekking van Lazarus” verslaat “De genezing van de krekel.” Het laatste Boek is het beste. Het is niet te grijs om daar je enige troost in te vinden.

IMG_0026[1]

IMG_0027[1]

IMG_0024[1]

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie