Echte liefde kan niet sterven

Eind januari 2015 is het tien jaar geleden dat Nel Benschop overleed. Uitgeverij Kok wil tegen die tijd een bundel met honderd gedichten publiceren,”Benschops Beste”, en doet een oproep (hierbij doorgegeven) om je lievelingsgedicht te mailen naar fdriessen@kok.nl.

Nu vind ik het oeuvre van deze pastorale dichteres niet bijster boeiend, maar haar leven des te meer. En daarvoor moet je toch weer bij haar gedichten zijn.

Ik weet te goed: de zoetste vreugd breekt stuk,
en er zijn wonden die nooit meer genezen.
Ik tracht te zeggen: wat Gij doet is goed –
Maar geef mij toch een heel klein beetje moed.

Twee keer had Nel een relatie met een getrouwde man. Liefdes die in strijd waren met haar geloof, en daarom niet mochten bestaan. Na haar dood werd de bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’ gepubliceerd – “de geheime liefdesgedichten” waar ze al tijdens haar leven op zinspeelde. Bijzonder literair zijn ze niet, er komen m.i. iets te veel rozen en sterke mannenarmen in voor, maar het is ook waar wat C. Rijnsdorp schreef over Benschops verzen: ‘Onder hun conventionele taal klopt een hart.’

In het RD schreef Enny de Bruijn over deze bundel: “Ondanks de vele gebreken weet ”Echte liefde kan niet sterven” toch te raken en te ontroeren. Dat komt door het verhaal dat tussen de regels doorschemert, de onverhulde, naakte pijn, het verlangen en het verdriet. Alle emoties en gedachten van de moeilijke jaren uit Nel Benschops leven komen langs: het genieten van „de vreugde van het ogenblik”, de liefdesfantasieën, de gedachte aan Gods oordeel, de blijdschap om de scheppingsschoonheid, de worsteling met onmogelijke verlangens, het gevoel van kou te sterven, het onbegrip, de opstandigheid, de teleurstelling als hij zijn leven sneller herneemt dan zij. Eén gedachte overheerst: de liefde is een paradijsbloem die, onder welke omstandigheden ook, schoon is en niet kan sterven.”

Ik vind dat tenminste een van die honderd beste gedichten uit deze laatste bundel moet komen. Maar welke, dat wordt lastig. Er zijn best hier en daar wat mooie zinnetjes en beelden, maar niet echt één gedicht dat er wonderschoon uitspringt. Wie het weet, mag het zeggen.

Een stil en machtig wonder tussen jou en mij;
een woordenloos geluk, een woordenloos begrijpen,
een woordenloos verdriet om het onmooglijk ‘wij’,
om het gescheiden zijn, om ’t onafwendbaar rijpen
van bitt’re vruchten van gemis en eenzaamheid –
en bij elk samenzijn, bij elk verrukt ontmoeten,
wordt iedere minuut een stukje eeuwigheid,
waarin het lichaam en de ziel elkander groeten.

*

Nu is het ook voor jou ‘Adieu’ geworden. –
Ik geef je over in Gods Vaderhand.
Denk niet aan donk’re rozen, die verdorden,
denk aan de zon, die straalde over ’t land
denk aan de gouden uren, zilv’ren dagen,
denk aan de stilte, als geen van ons sprak,
denk aan muziek, het antwoord op de vragen,
denk aan de nardusfles, die nimmer brak,
denk – ach nee, denk maar niet; je moet maar horen
naar wat God in dit zwijgen tot ons zegt:
– Kind, ‘k heb je net zo lief als ooit tevoren,
maar op je hart heb Ik het allereerste recht. – 

*

http://www.refdag.nl/boeken/spotlight_geheime_liefdesgedichten_van_nel_benschop_1_569676

http://www.nd.nl/artikelen/2011/juni/03/-de-geheime-liefdesgedichten-van-nel-benschop

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Kerstgroet

*

Hij is niet uit de lucht komen vallen

daar in Bethlehem

al klonk er de boodschap en het lied

van engelen

maar heeft moeten groeien

vanuit een vormeloos begin

er was alleen maar een woord

dat mocht worden geloofd

en dat zijn moeder ontvankelijk maakte

Ook de vrede

zal niet uit de lucht komen vallen

als een warm zacht kleed over ons heen

maar wil groeien

daar waar geen plaats is

vanuit een belofte

die mag worden geloofd

en die ontvankelijk maakt

tegen alle bedenkingen in

wat je niet zien kunt

nog niet zien kunt

het rijk van vrede

het groeit al

het kiest mensen:

om gestalte te geven

handen en voeten

hier en nu

*

Inge Lievaart – 1917-2012

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Voor alles een tijd

Een tijdlang geen bericht kan twee dingen betekenen: er gebeurt niets, of er gebeurt te veel. Ik lees niets, of ik lees te veel. Of: er is een tijd om te delen en een tijd om, zoals Maria, in je hart te bewaren.

Laat ik eerst iets warms delen: Ik geef om jou. Een uitgebreide tentoonstelling over naastenliefde in het Catharijneconvent, die ik op de valreep nog bezocht heb, natuurlijk met een vriendin waar ik veel om geef. Wij  luisterden naar een ontroerend kerstverhaal van Godfried Bomans, bewonderden het rood van de mantel (der liefde) van de barmhartige Samaritaan, en spraken over Mattheüs 25 waar geen ontkomen aan was – je zou deze tentoonstelling een preek voor de leek hierover kunnen noemen. Aanbevolen, nu het nog kan.

barmhartige samaritaan

Verder namen wij de grote beslissing – hoewel iemand waarschuwde dat je nooit grote knopen moet doorhakken als het jaar al zo oud is, en mensen al zo moe – om weer een straathoek om te gaan slaan in de oude binnenstad, komend voorjaar bij leven en welzijn. Wie eenmaal van de oude stad houdt, verlaat haar niet zonder blijvend hartzeer.

Het mooiste huis van Kampen viel ons toe; we dreigen er nog steeds verlegen onder te worden.

Broederweg 21

Ooit woonde hier, aan de Broederweg, de jood Ruben van Boele, magazijnbediende en verkoper van levensmiddelen. In 1942 werd hij vermoord in Auschwitz, nog maar 45 jaar oud. Ter herinnering aan hem ligt voor het huis, verzonken in de stoep, een kleine koperen ‘Stolperstein’. En wat was – tijdens een overleg met de huidige bewoners  – het eerste dat ‘overgedragen’ werd? Het verzoek om toch vooral die steen te blijven onderhouden, met koperpoets. Dat vind ik nu mooi om op te schrijven, en te bewaren.

Ik schreef nog een artikel over de kunstenaar Kees Verwey (zie onder Artikelen) en de column die hieronder te lezen is:

Zo groot, zo schoon

Het is niet alleen dat krullen af en toe gesnoeid moeten worden, willen ze goed krul blijven. Het is ook dat er gedempte gesprekken gevoerd worden die je toch, terwijl je soezerig onder een alles bedekkende mantel zit, goed kunt volgen. Net als in de trein kun je bij de kapper soms iets wijzer worden. Een wijs hart is een luisterend hart, had Salomo al begrepen.

Echte Gesprekken worden gevoerd door de kapper zelf, die dan ook alleen Echte Klanten doet. Dames die alleen hém willen, omdat hij een vale coupe kan kleuren en opmaken als geen ander. En omdat je zo fijn met hem kunt praten. Er komt een dikke grijze kabel dwars door zijn plafond. Voor de kerstverlichting, licht de kapper toe. Het kost hem wat, maar de klanten willen dit. Nee, die kabel niet. Lichtjes. Sféér.

Ik word altijd geknipt door het meisje. Samen luisteren wij naar de kapper, die het heeft over zijn pas overleden moeder. Met Kerst gaat de familie maar buiten de deur eten, dan missen ze mama wat minder. Daarna gaat het over iemand die eerst vaak en daarna nooit meer bij mama kwam, maar op de begrafenis was ze er wel, en op het laatst legde ze nog een brief in de kist ook. Die heeft de kapper er uit gevist, dat hoefde van hem niet. ‘Wie leest die nou?’

Maar de ware reden van zijn verontwaardiging moet nog komen. Zelf heeft de kapper dagelijks aan mama’s bed gezeten, toen ze in coma lag. Hij heeft haar nog zijn eigen levensloop voorgelezen. In plaats van ‘Wie hoort dat nou?’ zegt de Klant: ‘Ach Henk, wat mooi.’ Henk zucht, en daarna is het een moment stil. En zeer donker, ondanks de kabel. Maar mama is niet weg, zegt hij dan, ze is misschien wel in alles om ons heen. Hij kijkt naar de haardroger in zijn hand.

Dan is er brekend nieuws op de radio: de kindermoord in Pakistan. Dit is te groot en te donker, dit redden we niet alleen, hier moet Iemand bij komen. De kapper zegt iets dat hij niet van mama heeft geleerd en dat hij vast anders bedoelt, maar dat klinkt als ‘Kyrie eleison’.

En ineens, in het diepste duister van je eigen niet-weten-te-reageren-zoals-het-behoort, zie je dat juist hier, nu, verkondigd wordt: het adventsgeheimenis dat God aan het werk is, waar niemand Hem meer ziet of verwacht.

Maar dan is het misschien voor de tweede keer nabij. Misschien is ergens weer een vrouw zwanger geworden bij wie het eigenlijk niet meer kon, groeit er opnieuw een jongen op in de geest en kracht van Elia, gaan eindelijk de wolken scheuren. Maak u op.

Geplaatst in Uncategorized | 7 reacties

Annunciatie

Rembrandt Annunciatie Museum Besancon(1)

Rembrandt Harmensz van Rijn, De aankondiging aan Maria, circa 1635. Let op de lege pantoffel op de voorgrond: schoenen van de voeten, heilige grond. 

Uit “Adam zaait radijzen” (Brandaan, 2011) van Rikkert Zuiderveld:

Maria

Een langzaam woord is in mij neergedaald
Zoals een zaaier zaait en vol vertrouwen
de dagen afwacht van het openvouwen,
het bloeiend graan waarnaar hij heeft getaald,
zo ademloos zie ik dit wonder groeien
van vlees en geest, mijn tere korenaar.
Zo wordt dit zere woord dat ik bewaar
een lichaam dat met mij wil samenvloeien.
Soms wil een mens niet weten wat hij ziet,
mijn eigen kleinheid durf ik niet te lezen.
Ik twijfel duizendmaal, maar weet het al:
hij is van mij, maar is de mijne niet.
Zoveel oneindig groter nog is deze
die in mij is. Die ik verliezen zal.
Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

C.S.L.

Op 22 november was het 51 jaar geleden dat C.S. Lewis stierf, vrij onopgemerkt, omdat op die dag ook president John F. Kennedy het leven liet.

Ik moet toegeven dat ik nu vaak te chaotisch/moe/slaperig in mijn hoofd ben om zijn werk te lezen. O nee, dat is niet helemaal waar. Af en toe lees ik ‘Narnia’ in bed, precies volgens Lewis’ voorspelling: ‘ooit zul je oud genoeg zijn om weer sprookjes te lezen’.

Maar ooit was er een tijd dat ik Lewis’ werk probeerde te lezen, en dat soms zodanig opzoog dat ik het nu nog kan terughalen. Zijn essays ‘Christendom en literatuur’ en ‘Christendom en cultuur’ hielpen me een houding ten opzichte van de kunst te bepalen en ‘De vier liefdes’ was bepaald ons lijfboek in roerige tijden van vlinders, vriendjes en Grote Verliefdheden. Over liefde en vriendschap had Lewis mooie, diepe dingen te zeggen. Vooral over de Liefde, die niemand kent dan die hem ontvangt. ‘Niets dat je niet eerst uit handen gegeven hebt, zal ooit werkelijk het jouwe zijn.’

Ook het Reformatorisch Dagblad heeft vandaag een citaat van hem op de achterpagina: ‘Vriendschap is het instrument waardoor God ons de schoonheid van anderen laat zien.’

Ik heb er nog een paar. Zolang we geen tijd of moed hebben om Lewis volledig te lezen, kunnen een paar citaten van hem al denkstof genoeg opleveren.

‘Jullie hebben elkaar niet uitgekozen, maar Ik heb jullie voor elkaar uitgekozen.’

‘Eros wil naakte lichamen; vriendschap naakte persoonlijkheden.’

‘De liefde kan alle kwalen vergeven en ondanks hun bestaan doorgaan met liefhebben. Maar Liefde kan niet ophouden te willen dat ze totaal verdwijnen.’

‘Datgene zeggen wat je werkelijk bedoelt, niets meer, minder of anders dan wat je werkelijk bedoelt; dat is de hele kunst en vreugde van woorden.’

‘In de literatuur en kunst zal niemand die zich druk maakt om originaliteit, ook daadwerkelijk ooit origineel zijn. Terwijl, als je simpelweg probeert de waarheid te vertellen (zonder je er ook maar een seconde druk over te maken hoe vaak die vóór jou al verteld is) je negen van de tien keer origineel zult zijn, zonder het zelf ook maar te beseffen.’

Ik denk dat we de kunstenaar Kees Verwey wel tot de laatste groep (gelukkigen) mogen rekenen. Daarom ga ik morgen een hele dag in mijn eentje naar Haarlem, naar ‘Typisch Verwey’, om daar een artikel over te schrijven. En wat heb ik daar, geen woord teveel, ongelofelijk zin in.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

In liefde bloeyende

IMG_0207

‘Het regent en het is november.’ Niet dus. En ook geen ‘ongekleurd namiddaglicht’ of ‘troosteloze straten’, want de zon schijnt uitbundig. En in de Groenestraat, aan de kale takken naast onze voordeur, is een roze fris ontloken..! Al mijn uitgaan en mijn ingaan krijgt er een vrolijk tintje van. Dat het er maar eentje is, maakt het juist zo ontroerend. Balsem voor ‘het hart, dat droef, maar steeds gewender, zijn heimelijke pijnen draagt.’

1
Een roze, fris ontloken,
uit tere wortel kwam,
want d’ oudheid had gesproken:
“Zij bloeit uit Jesse’s stam”
Die heeft een bloem gebracht
al in de koude winter
te midden van de nacht.

2
Die bloem van wond’re luister,
waarvan Jesaja sprak,
bloeid’ op, toen door het duister
het licht der wereld brak.
Toen is in stille nacht
Maria’s kind geboren,
dat ons Gods heilwoord bracht.

3
Die bloem, zo klein en teder,
met hare geur zo zoet,
brengt ons de zonne weder,
die ’t duister wijken doet.
O Jezus, mens en God,
bij U is wel geborgen
ons aards en eeuwig lot

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Waarom Lila zo belangrijk is…

…vertelt Tom Wright vandaag op cip.nl:

Kunst
Kunst is verrassend genoeg heel belangrijk bij N.T Wright, als het om evangelisatie gaat. “Als je mensen vertelt over Jezus, dan is dat natuurlijk heel belangrijk. Maar let hier op: als je mensen alleen over Jezus vertelt, is er een groot probleem met de voorstelling van het verhaal. Ze kunnen zich geen wereld voorstellen waar Jezus echt Heer in is, een wereld waarin Jezus echt voor onze zonden is gestorven. Onze verbeelding wordt namelijk beperkt door het secularisme. Die verbeelding moet worden opengebroken. Daardoor heeft de kerk kunst en schoonheid nodig.”
Als je een mooie roman leest, of naar een symfonie luistert, een toneelstuk bezoekt, dan realiseer je je voor een moment dat er een andere dimensie is. Als dat gebeurt bij mooie muziek in de kerk bijvoorbeeld, of bij een mooi schilderij over de kruisiging, dan blijven mensen voor zo’n schilderij staan. Op het einde, wanneer ze weglopen, is er iets met hen gebeurd. Door dat schilderij is het voor hen logischer geworden hoe ze moeten geloven en hoe dat aansluit bij hun dagelijks leven. Daarom moet de kerk oog blijven houden voor kunst. Het is belangrijk in Evangelisatie. Als het Evangelie alleen maar een verbale boodschap zou zijn, een intellectuele boodschap, dan begrijpen mensen het wel, maar dan resoneert het niet bij hen. Daarom heeft de kerk kunst nodig.”
Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Lila 3

Ja, het was een nogal lyrisch stukje in het RD, over “Lila”. Zodat iemand achterdochtig vroeg of er nou werkelijk niets negatiefs te zeggen valt over Marilynne Robinson, en haar boeken.

Nou eh…wat “Gilead” betreft, kan ik werkelijk niets bedenken. “Lila” is een íets ander geval. Maar een column leent zich niet echt voor een enerzijds-anderzijds-verhaal. Een kameel door het oog van een naald duwen, zo voelde het om de wereld van gedachten die “Lila” bij me opriep, terug te moeten brengen tot 450 woorden. Maar het was ook goed.

Hoe dan ook, ik heb veel dingen laten liggen.

– De vrouw die “Lila” heeft grootgebracht bijvoorbeeld: Doll, met wie ze een nogal symbiotische relatie had. Robinson heeft dit karakter prachtig vormgegeven, niet door lange beschrijvingen, maar door simpelweg de juiste zinnetjes uit Dolls mond op te tekenen, zodat we precies datgene van haar weten wat we weten moeten om haar nooit meer te vergeten.

– Het bordeel waar Lila gewerkt heeft, en waarvan Robinson perfect de sfeer weet op te roepen zonder dat ze daar ook maar één enkele seksscène voor nodig heeft.

– Ezechiël 16, het gedeelte dat Lila keer op keer uit haar Bijbel kopieert en overdenkt, en waarin ze haar eigen leven terugziet. (“Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!”) Waarmee Robinson tegelijkertijd haar roman van een diepere laag voorziet.

– Het kind, dat gedoopt wordt met gesmolten sneeuw, die diezelfde dag vers op het aardrijk nederviel. Het kind, dat John Ames in het begin maar nauwelijks durft aan te raken.

– De prachtige, geladen natuurbeschrijvingen. De geniale details, waarmee Robinson sfeer weet op te roepen. Geluk, dat Lila en de Reverend horen in het ritselen van de lakens, wanneer ze zich daar samen onder nestelen. De hand die hij op haar hoofd legt, als hij haar doopt, en waarom ze dan moet huilen, meer dan om al het andere.

– De steeds terugkerende vraag in Lila’s gedachten: wat gebeurt er straks met mijn oude lotgenoten als ze sterven? Doll, die waarschijnlijk niet meer leeft: waar is ze nu? Deze gedachten, die ze wél aan haar echtgenoot vertelt, brengen hem in verlegenheid, en uiteindelijk tot een uitspraak over de hel, die me enigzins teleurstelde. Niet zo erg als de theoloog John Piper, die er gisteren op zijn persoonlijke website een groot artikel aan wijdde, maar toch wel een beetje. Meer zal ik er niet over zeggen, anders gaan jullie straks te bevooroordeeld aan “Lila” beginnen. (Ik hoop overigens van harte dat een goede vertaler zich inmiddels uit de naad werkt…)

Wat ik in Marilynne Robinson altijd hogelijk waardeerde, was haar vermogen om mysterions te laten staan, en in haar schrijven daarover de grenzen van het onzegbare ver te overschrijden. Met John Ames’ uitspraak over de hel (daarin geloven komt hem bijna voor als een grote zonde) haalt ze mijns inziens een mysterie omver.  (Piper toont aan, in verband met een artikel dat Robinson schreef over Jonathan Edwards, dat Ames met betrekking tot de hel, duidelijk de huidige visie van Robinson zelf uitdraagt)

Nu kun je zeggen dat het toch niet afdoet aan de kwaliteit van de roman, hóe er door de personages in theologisch opzicht over de hel/verwerping van mensen wordt gedacht (en of je het daar als lezer mee eens bent).

Toch had ik het denk ik ook romantechnisch sterker gevonden, als Robinson dit grote mysterie mysterie had gelaten. Met alle weerbarstigheden en waaroms waarin het zich maar hullen kan.

Tot dusverre maar even. Dan kan “Lila” nu eindelijk in de digitale boekenkast.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

De column Lila

Zoals vandaag verschenen in het Reformatorisch Dagblad:

Ooit bood mijn tekstverwerker me steevast, zodra ik de naam van mijn vriend intypte, het vervangende woord ‘wasbeer’  aan. Waardoor de arme jongen nog een tijd deze bijnaam heeft gedragen.

Nu kunnen computers niet denken – laten ze dan ook niet doen alsof – maar schokkender is de gedachte dat dit ook tussen mensen voorkomt: je zegt iets, maar de wereld erachter wordt niet begrepen. Dus wordt er niets begrepen. Het kan een mens eenzaam maken. De ziel monddood.

De Amerikaanse auteur Marilynne Robinson laat zien dat ieder mens eigenlijk twee stemmen heeft: zijn mond en zijn ziel. Voor wie “Gilead” gelezen heeft, en de zilverharige predikant John Ames in het hart gesloten, is er nu “Lila”, over de geschiedenis van zijn jonge vrouw. Het is (opnieuw) zo’n onwaarschijnlijk mooi boek dat ik er niet over zwijgen kan. Met alle risico’s van dien. Om met Ames te spreken:  “Beoordeel datgene wat ik weet niet aan de hand van de woorden die ik ervoor heb.”

Het mooie van een roman is dat je beide stemmen recht kunt doen. Je leest de woorden die Lila spreekt: kinderlijk, primitief, soms ruig. Tegelijkertijd kun je in het verfijnde web van haar gedachten kijken, die ze meest voor zichzelf houdt. Zoveel liefde als je proeft in de subtiele gebaren tussen Lila en haar ‘Reverend’, woorden zijn er niet zoveel. Nog niet.

Is het geen droom? Welgestelde pastor op leeftijd verlost jonge vrouw van armoede en een duister verleden. Dubbele eenzaamheid opgelost, bestemming bereikt. Menig christen-auteur zou dankbaar eindigen.

Maar bij Robinson is de liefde heilig en dus, net als de genade, nooit goedkoop. Beide vallen een mens onverdiend en niet-meer-verwacht toe. En zoals genade eerder iets is wat onze zwarte ziel uit de weg gaat, in plaats van het gretig aan te nemen, zo doet ook intimiteit Lila in eerste instantie vooral pijn. Ze denkt voortdurend aan vluchten, weg uit de armen van John Ames, waar ze tegelijkertijd steeds bewuster naar hunkert. Maar ‘als je verbrand bent, doet elke aanraking pijn, hoe vriendelijk het ook bedoeld is.’

Ook Ames zelf is niet zonder vrees: verlies heeft hem bang gemaakt voor geluk, voor zovéél geluk. Bovendien, Lila kan hém elk moment verliezen. Hun kind zal hij misschien nog net leren veterstrikken, maar dan…

Juist door breekbaarheid en eindigheid te erkennen, vertelt Robinson een verhaal van heling, een romance die je bijna niet met droge ogen kunt lezen. Voor wie goed luistert, zweemt er achter de ‘sterfelijke schoonheid van het leven’ nog een andere stem. “Vrees niet, gij klein kuddeke! Want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het koninkrijk te geven.” Dat was de balsem in “Gilead”, dat is de nardus in “Lila”.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Lila 2

En dan was er nog ‘Lila’ – voor mij hét boek van 2014. Ik heb het uit. Maar dat moeilijke engels – het gevoel dat ik grijstinten miste. Vooral miste ik Lila, en haar ‘Reverend.’ Dus aan een tweede ronde begonnen!

Een berichtje in de boekenkast stel ik dus nog even uit, ook omdat ‘Lila’ hoogstwaarschijnlijk de stof gaat vormen voor mijn column van aanstaande zaterdag.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie