-
Meest recente berichten
Recente reacties
Anoniem op Bidpijn Evert Roeleveld op Bidpijn Anoniem op Bidpijn Anoniem op Bidpijn Anoniem op Yorkshire Tales Archief
- december 2025
- oktober 2025
- september 2025
- juni 2025
- mei 2025
- maart 2025
- februari 2025
- december 2024
- november 2024
- september 2024
- juli 2024
- mei 2024
- maart 2024
- februari 2024
- januari 2024
- december 2023
- september 2023
- augustus 2023
- juli 2023
- mei 2023
- april 2023
- februari 2023
- januari 2023
- december 2022
- oktober 2022
- september 2022
- juni 2022
- mei 2022
- april 2022
- maart 2022
- januari 2022
- november 2021
- oktober 2021
- juni 2021
- april 2021
- maart 2021
- januari 2021
- november 2020
- oktober 2020
- juni 2020
- mei 2020
- april 2020
- februari 2020
- januari 2020
- december 2019
- november 2019
- oktober 2019
- september 2019
- augustus 2019
- juni 2019
- april 2019
- maart 2019
- januari 2019
- december 2018
- november 2018
- september 2018
- juni 2018
- mei 2018
- maart 2018
- februari 2018
- januari 2018
- november 2017
- oktober 2017
- september 2017
- juli 2017
- mei 2017
- april 2017
- maart 2017
- februari 2017
- januari 2017
- november 2016
- oktober 2016
- september 2016
- juli 2016
- mei 2016
- april 2016
- februari 2016
- januari 2016
- december 2015
- november 2015
- oktober 2015
- september 2015
- augustus 2015
- juli 2015
- juni 2015
- mei 2015
- april 2015
- maart 2015
- februari 2015
- januari 2015
- december 2014
- november 2014
- oktober 2014
- september 2014
- augustus 2014
- juli 2014
- juni 2014
- mei 2014
- april 2014
- maart 2014
- februari 2014
- januari 2014
- december 2013
- november 2013
Categorieën
Meta
Ver heen
Laatst kreeg ik van iemand een welgemeende raad. Onderweg naar huis werd het me helder dat dit weleens een goed advies zou kunnen zijn. Maar ook een advies dat regelrecht indruiste tegen alles wat ik ánderen altijd heb voorgehouden. Blijkbaar kan een mens om zijn eigen as draaien. Best een nederig makende ervaring.
Die me onmiddellijk deed denken aan psychiater Piet Kuiper. In 1983 werd Kuiper –hoogleraar en hoofd van de psychiatrische universiteitskliniek– zelf peilloos diep depressief, moest hij door leerlingen behandeld worden en werd hij ten slotte genezen door het medicijn dat hij in zijn handboeken het sterkst had afgeraden.
Als het een roman betrof zou je het ongeloofwaardig vinden, zei Kuiper zelf. ”Ver heen” (1989) is dan ook geen fictie, maar een biografie, een gedetailleerd en diepgaand verslag van een nog diepere depressie, inclusief psychoses en maandenlange opnames in de Valeriuskliniek te Amsterdam.
Kuiper was artistiek aangelegd. In het boek staan schilderijen (onderdeel van zijn therapie) in kleur, muziek speelt een cruciale rol en voorin staan een paar dichtregels van de Engelse jezuïetenpater Gerard Manley Hopkins, die heel goed wist wat depressies waren. Korte, onaffe zinnen van iemand die veel pijn heeft:
O de geest, geest kent gebergte; klif, rotsenhang
Bodemloos, steil, ongevademd.
Kuiper schreef ”Ver heen” op advies van zijn behandelend arts, maar ook vanuit een diep persoonlijk plichtsbesef. Een mens draait nooit voor niets om zijn eigen as. Van binnenuit dat bodemloze gevoel, dit psychisch lijden meemaken, daar moet je als psychiater iets mee. Slechts wie daar hing / Weet hoe zeer, stamelt Hopkins.
Zo beklemmend als het diepe dal, zo ontroerend is Kuipers langzame klim naar boven. Het smelten van de ijskap vanbinnen, het weer kunnen hopen, kunnen ervaren dat het leven de moeite waard is. De dag breekt aan, de schaduw gaat voorbij.
Niet iedereen heeft zomaar het recht dat te zeggen. „Och man, je bent nog zo jong en je hebt niks meegemaakt”, kreeg ds. L. Kievit (jeugdvriend van Piet Kuiper) eens te horen toen hij een van haar zoon beroofde vrouw in Putten probeerde te troosten. Het Putten van vlak na de oorlog, met de vele vaderloze kinderen en families met vreselijke gaten. Ds. Kievit wist niets meer te zeggen, maar toen ouderling Schuitemaker, die zelf twee zoons had verloren, zijn mond opendeed en zei: „God had één Jongen en Hij wilde Hem kwijt voor jou en voor mij, voor jouw en mijn kinderen”, toen kon ze eindelijk huilen.
Zomaar midden in het gesprek, midden in nood en zorg richtte Schuitemaker het kruis op, zei Kievit. En alleen dat kruis biedt rust en troost. Want Hij, het Medicijn dat wij het meest verachten, Hij hing daar. En Hij weet hoe zeer.
Geplaatst in Uncategorized
1 reactie
De herfstbril
Hartje zomer denk ik aan de herfst. Zet ik in gedachten mijn tanden in zo’n geurige nieuwe appel. Versnel ik het verkleuringsproces van de boom in de achtertuin tot hij prachtig mosterdgeel voor mijn geestesoog verschijnt. En draag ik een absorberende zonnebril die de wereld voor mij in najaarslicht zet: mijn herfstbril.
Op mijn 35e denk ik aan de zeventiger die ik hoop te worden. Aan hoeveel schoonheid mijn ogen dan gezien zullen hebben – en hoeveel ellende. Iets in mij strekt zich uit naar die herfst des levens, naar milder licht en verdiepte kleuren. Geheimen. Die ik hier zomaar publiekelijk deel, zoals dertigers dat plegen te doen. Niets verzwijgen we, alles leggen we open. Wat we onderdrukken kan onderhuids gaan etteren en vroeg of laat tot schade leiden – aan onszelf en aan anderen.
Het is interessant deze overtuiging ook eens door een ‘herfstbril’ te bekijken. Onlangs kreeg ik die van Gabriella Pappenheim op mijn neus gedrukt, het prachtige monumentale omaatje uit ”Mazzel tov”, het boeiende boek van Margo Vanderstraeten, die als werkstudente jarenlang met een orthodox-joodse familie optrok. Ze raakt aan de praat met Oma Pappenheim, die als een zeldzaamheid in haar familie Auschwitz overleefde en twee orthodoxe echtgenoten moest verliezen – één tijdens de oorlog en één lang daarna. Met de tweede had ze afgesproken nooit meer over de oorlog of de kampen te spreken. „Misschien wilt u er met mij graag over praten?” oppert Margot argeloos. Waarop oma van verontwaardiging bijna uit haar rolstoel vliegt. Gráág over de oorlog praten?? „Zwijgen is het medicijn”, zegt ze met betraande ogen, terwijl haar gerimpelde vinger de gezichten van haar mannen streelt die ze in één medaillon op haar borst draagt. „Er zijn twee soorten verdriet”, zegt oma’s oudste zoon elders in het boek. „Een dat het kan verdragen om gekieteld te worden. En een dat zo groot is dat je ervan af moet blijven, zelfs met ogenschijnlijk onschuldige vragen.”
Het komt mij voor dat er ook twee soorten zwijgen zijn. Een benauwend zwijgen dat de pijnlijke waarheid niet toelaten kan. En een zwijgen dat gegroeid is uit het volle besef dat sommige wonden nooit helemaal begrepen, laat staan geheeld zullen worden. Kraters van rouw en verdriet doen beseffen dat dit leven eindig is.
Maar ook: dat liefde en geluk onopgeefbaar zijn. Gabriella Pappenheims tweede echtgenoot was vaak op reis. „Soms bleef hij maanden weg. Dit keer blijft hij een aantal jaar. Zo denk ik erover. Alleen zo kan ik met zijn afwezigheid leven.” Echt gemis legt zich nooit neer bij verlies. Het wacht (zwijgend). Na herfst komt winter. En als de winter voorbij is en de regens zijn weggegaan, zullen de bloemen verschijnen en breekt de zangtijd aan. Dan komt Hij thuis. Zalig die zo treuren, want ze zullen getroost worden.
Geplaatst in Uncategorized
Plaats een reactie
Een schrijvende schoonzus (2)
In januari jl. postte ik onderstaand bericht over mijn schrijvende schoonzus uit Engeland. Inmiddels is haar roman vertaald, en verschenen bij uitgeverij De Banier.
Zie: www.debanier.nl/romans/rebecca
Laat het nederige ‘motto’ uit 2 Makkabeeën 15:39 dat achterin het boek staat, een aanbeveling zijn ;-):
“En indien ik dit wel, en gelijk het in een historie behoort, bijeen gesteld heb, dat is mijn wil geweest; maar indien ik het slecht en onvolledig heb gedaan, dat is hetgeen dat ik heb kunnen doen.”
Zo traag als ik ben in het produceren van een boek, zo snel was mijn (Engelse) schoonzus. Het is haar gewoon gelukt: een mooi en meeslepend verhaal schrijven dat op goed historisch onderzoek berust, met het lieflijk landschap van Kent als decor.

Rebecca Stubbs is de dochter van een Engelse dorpspredikant in het Victoriaanse tijdperk. Haar kindertijd is een idylle van geborgenheid. Beide ouders geven zich helemaal aan de kerk en boerengemeenschap, waaronder veel armen. Maar dan komt de koorts, en Rebecca moet zich als wees alleen zien te redden.
Het vinden van haar eigen plaats in de wereld kost de nodige strijd. Ze wordt ‘housemaid’ in een groot landhuis. Zal ze ondanks eenzaamheid en hard werken haar geloof behouden? Zal ze – terwijl ze het leven van de mensen om haar heen tot bloei ziet komen – altijd een buitenstaander blijven?
Dit zegt de flap over Hannah Buckland (schrijversnaam):
“Hannah Buckland…
View original post 104 woorden meer
Geplaatst in Uncategorized
Plaats een reactie
Ogenzalf
We zijn in een tijd beland waarin het handgeschrevene iets ontroerends krijgt. Ik stond voor een plank met honingpotten en las in antiek schrift: linde, heide, klaver. De honing was afkomstig uit Junne, een heel oud buurtschapje bij Ommen. Meer heeft de verbeelding niet nodig.
Een bejaarde Junneger aan tafel, met op het pluchen kleed een piramide van honingpotjes waar de avondzon vloeibaar goud van maakt. Hij neemt een uit zuinigheid in drieën geknipt etiket en een pen en geeft de potjes namen. De lof van een bijenvolk, bezongen in bevende letters.
Satan houdt er niet van dat wij een pen gebruiken, zegt Ann Voskamp, een schrijvende boerin uit Ontario, Luther na. Maak dagelijks een lijst met dingen waar je dankbaar voor bent, opperde haar vriendin op een dag. Ga door tot je er duizend hebt, en kijk wat er met je gebeurt.
Het klinkt als een truc, maar dat was het voor Voskamp niet. Wanneer je als vierjarige je zusje hebt zien verongelukken, als angsten en minderwaardigheid een grauwe sluier over de rest van je leven hebben gelegd, werken succesformules niet meer. Dankbaarheid is ja zeggen tegen genade, zegt Voskamp. En genade stroomt altijd naar het laagste punt, daar waar je door al je eigen trucs bent heen gezakt en een gebroken mens werd. „De daad van het brengen van dankoffers aan God –zelfs voor het brood en de beker van wat het mij allemaal kost, voor kanker en kruisiging– dat is het wat de weg baant voor God om ons Zijn volle verlossing te schenken, verlossing van bittere, broze, boze levens en van alle zonde die ons van Hem vervreemdt.”
Met tegenzin begon Ann te noteren wat haar dankbaar stemde. De ochtendschaduw over de oude vloer. Het kraken van de eerste vorst. De klik van het deksel als de eigengemaakte jam opengaat. Het spelen van kind en poes in de zon. Verband en pijnbestrijding (want zoons kunnen zomaar hun hand in de ventilator steken). En het wonder dat ze niet meer voor mogelijk hield, kwam. Al schrijvend kwamen de lofprijzing en vreugde, ondanks het verleden en te midden van mais, (zieke) varkens en een half dozijn rumoerige kinderen. En de veiligheid – haar lijst werd een duizendvoudig bewijs van Gods niet-aflatende liefde voor schepselen, en voor Ann in het bijzonder.
Wie vreugdevol vakantie wil vieren maar niet weet hoe, zou het moeten proberen: de ogenzalf van Ann. Je hoeft er niet per se op uit. Alles wat je zien moet is al aanwezig op de plek waar je bent, of dat nu in de bergen of aan een ziekbed is. Zijn het niet juist de barsten in het leven waardoor Gods licht binnenkomt? Kijk goed. Die lieve gerimpelde hand, het achtergebleven zand in de koffer, de klaterende lach van je vriendin. Geef er dankbaar woorden aan. Oefen je zeer persoonlijke handschrift weer eens. Wedersta de duivel.
Geplaatst in Uncategorized
5 reacties
Houd me (niet) vast
Leg overal boeken neer! In de keuken, op het toilet… Wanneer ik een pleidooi voor lezen houd en „geen tijd” hoor, is dit mijn advies. Maar ik moet er wel iets bij vertellen. Er kunnen dagen komen waarop al die boeken een mysterieuze verbintenis aangaan. Waarop ze –buiten jouw macht om– een pact sluiten en je gedachten bezet houden.
Ochtend, aan het bureau. Ik lees een preek over Maria Magdalena, tegen wie Jezus zegt: „Raak Mij niet aan.” Of, in andere vertaling: „Houd Mij niet vast.” De preek zegt: ze moet uit haar gevoelige leven gezet worden. Leren om uit het geloof te leven en niet uit de ervaringen daarvan. Ik denk daar lang over na.
Middag, in de keuken. Er staat ook psychologie op het menu: ”Houd me vast” van Sue Johnson, over hechting en relaties. De heersende opvatting is: gezonde volwassenen zijn onafhankelijk en laten zich niet beheersen door emoties. Anders noemen we hen onrijp, onzelfstandig of verstrikt in een symbiotische relatie. Niet waar, zegt Johnson die het allemaal overdacht heeft. Volwassenen zijn, net als kinderen, nog stééds afhankelijk van de koestering, troost en bescherming van mensen dicht bij hen. Zodra we signalen opvangen dat die verbondenheid bedreigd wordt, slaat de angst toe. Niet altijd zo buitenproportioneel als bij mensen met hechtingsproblemen, maar toch: zo zijn we geschapen (al heet dat bij Johnson ”geëvolueerd”).
De gedachten vermenigvuldigen zich. Van Sue Johnson mogen Maria Magdalena’s het zeggen: „Ga niet weg. Houd me vast.” Misschien leggen we ook als gelovigen wel te veel nadruk op onafhankelijkheid. Misschien zijn mensen die niet kunnen leven buiten Gods gevoelige tegenwoordigheid helemaal niet zo geestelijk onvolwassen als we denken.
Avond, op de slaapkamer. In de roman ”Een hemel zonder schroeven” ontmoet ik nog een Maria. Deze getraumatiseerde vrouw moest veel loslaten: haar geliefde, haar zoon, haar zelfredzaamheid. Veel grond onder de voeten heeft ze niet. Toch ontdek je haar identiteit, gelegen in een hunkering naar de aanwezigheid van het Lam, zoals ooit ervaren tijdens een avondmaal. „Toe, mekker nog een keer, en het is me genoeg.” Er staat nog een cruciaal zinnetje in dit boek: „Alleen als je me laat gaan, raak je me niet kwijt.”
Jezus maakte zich niet los van Maria Magdalena om haar sterk en onafhankelijk te maken, maar omdat Hij de omvang van haar ”hechtingsprobleem” nog veel beter peilde dan zijzelf. Omdat Hij haar verlangen nog veel dieper wilde vervullen dan zij ooit voor mogelijk hield. Hij ging van haar en ons weg om overal Zijn sporen achter te laten. In preken, in keukens, in slaapkamers, in de meest ultrarechtse kerken, in moderne romans. Zo houdt Hij het verlangen levend, tot de dag aanbreekt dat wij zullen vasthouden, en vastgehouden worden, tot in eeuwigheid.
Geplaatst in Uncategorized
Plaats een reactie
God wil bij mensen wonen
Dank tot zover voor alle mooie antwoorden die ik in mijn mailbox ontvang naar aanleiding van de weggeefactie van onze nieuwe kinderbijbel (die nog duurt tot 20 mei DV, zie het blog hieronder).
Het is als drukke moeder helaas ondoenlijk om iedereen persoonlijk te antwoorden, hopelijk hebben alle enthousiaste reageerders daar begrip voor!
Op de website geloofinhetgezin.nl is een interview met mij te lezen over het meeschrijven aan deze kinderbijbel.
http://www.geloofinhetgezin.nl/blogs/interview-over-nieuwe-kinderbijbel
Geplaatst in Uncategorized
Plaats een reactie
Alweer een nieuwe kinderbijbel
En weer verscheen er een nieuwe kinderbijbel. Maar dit keer een hele bijzondere, want er staan twintig verhalen van mij in ;). Mijn aandeel betrof de bijbelboeken Nehemia, Esther, Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël, Daniël, Hosea, Amos, Jakobus. In totaal bevat de bundel 150 verhalen.We schreven hem met z’n zessen: Ria Borkent, Judith Janssen, Arie Kok, Roeland Smith, Corinne Vuijk en ik. De eindredactie was in handen van Jeannette Donkersteeg.

“God wil wonen bij de mensen. Die wonderlijke boodschap is de rode draad door de 150 verhalen in deze kinderbijbel, gericht op kinderen vanaf 8 jaar. Kenmerkend is de eerbied voor het Woord en de woorden. De auteurs zijn zo dicht mogelijk bij de bijbeltekst gebleven en vertellen in een mooie ingetogen stijl. Bij de selectie van de verhalen is geen enkel genre overgeslagen. Zo bevat deze kinderbijbel bekende en onbekende verhalen én passages uit bijbelboeken als Psalmen, Spreuken, de kleine profeten en Openbaring.”
“God wil bij mensen wonen” is geïllustreerd door Liza-Beth Valkema, verschenen bij uitgeverij Mozaïek en kost 29,99 euro.
Het goede nieuws is: elke auteur mag een kinderbijbel weggeven van de uitgever. Dus wil je graag zo’n prachtige band thuis gestuurd krijgen, stuur mij een mailtje met je motivatie. Daar zal ik er dan eentje uit kiezen. En waarom precies die ene, dat blijft natuurlijk mijn geheim.
Mailen mag naar stam-vangent@hotmail.com. Sluitingsdatum: 20 mei. Reageren via de knop ‘Geef een reactie’ kan ook, maar dan is je motivatie voor iedereen leesbaar.
Geplaatst in Uncategorized
1 reactie
Een kans om te sterven
„Mijn dagen zijn lichter geweest dan een weversspoel.” Een zinnetje uit het Bijbelboek Job. Hoewel het daar een sombere klank heeft, blijf ik het een mooi beeld vinden. Zeker voor een huisvrouw. Je ziet de draad afrollen. Ontbijt, afwas, bedden, was, boodschappen, koken, koffie, naar bed. Morgen geweest, avond geweest, een nieuwe dag. Met hetzelfde rijtje, en alle niet-noemenswaardigheden die zich daar nog tussen weten te nestelen.
Zoals de telefoon. Ik heb een moeder aan de lijn, een moeder zoals ik. Alle dagen thuis, en af en toe een klusje buiten de deur. Ze vertelt over een krijsende peuter die door zijn moeder door de gangpaden van de supermarkt werd gesleurd. „Toen ik haar zag dacht ik…” zegt zij. „Werkende moeder?” opper ik. „Toen dacht ik…” gaat ze onverstoorbaar verder, „…kijk, dat ben ik nou. Heb ik nota bene een lezing afgezegd om er voor mijn gezin te zijn, en wat gebeurt er die dag? Ik ben een brok chagrijn. Loop alleen maar op de kinderen te mopperen. Kun je dáár niet eens over schrijven?”
De wereld is geen schaakbord. De werkende moeder is niet per se zwart, en de thuisblijvende moeder niet per se wit. Het kwaad zit een spade dieper: innerlijke onvrede. Die je kan kwellen als je (letterlijk) ver van huis bent, offers brengend aan een te hoge hypotheek. Maar ook als je een heel principiële thuisblijfmoeder bent, alles en iedereen dienend, kan er diep in je een bommetje groeien dat tot ieders verbazing plotseling barst. Bijvoorbeeld in de supermarkt.
Is er een remedie tegen bommetjes? Als bedachtzaamheid en rust ons land kunnen redden, zoals filosofe Joke Hermsen zegt, dan zeker een moeder. Juist als huisvrouw kun je in een doorrazende wereld nog ongestraft je bezem neerzetten. De spoel stoppen, en de tijd, en je eigen rusteloze hart.
Bidden maakt alles anders. Dat is niet zomaar een vroom doekje tegen het bloeden. Dat is even reëel als het stukje grond waar ooit een Man knielde om Zijn aangevochten hart open te leggen. „Mijn Vader, alle dingen zijn mogelijk bij U. Maar niet Mijn wil maar de Uwe geschiede.” Overgave aan Gods wil is een vrucht van het kruis. Ook alle liefde, geduld en zelfverloochening die je zelf niet hebt zijn daar te krijgen. Maar dat is nog niet alles!
Juist zij die geroepen worden tot taken (en kruisen) die zinloos, doelloos, ongezien lijken, zijn vlak bij een groot geheim. Elke dag krijgen zij „een kans om te sterven”, zoals zendelinge Amy Carmichael het noemde. Een uitnodiging om inniger verenigd te worden met Hem Die Zijn leven gaf voor anderen. Wie die blijdschap eenmaal geproefd heeft, wil er alleen maar meer van hebben. Slavendienst blijkt duizelingwekkende vrijheid. De dagen worden steeds lichter. „Tot de Heer komt, en met Hem het loon!”
Geplaatst in Uncategorized
4 reacties
Het verleden is een ander land
Recensie van ‘Verliesfontein’ van Karel Schoeman
Er zijn schrijvers die je een afgerond verhaal thuisbezorgen, en schrijvers die je uitnodigen voor een reis. Zonder reisgezel kunnen zij hun mooiste vergezichten niet delen. Betrokken lezers zijn nodig om het verhaal zijn echte voltooiing te geven.
Tot die laatste categorie behoort de Zuid-Afrikaan Karel Schoeman. Met ”Verliesfontein” is zijn ”Stemmen”-drieluik in Nederlandse vertaling compleet. Het is Schoemans gewoonte om ”stemmen” aan het woord te laten. De enkele, bijna wegstervende stem van een oude vrouw in ”Dit leven”. De kakofonie van stemmen rond het mysterie van een schaapherder –heeft hij nou een echte engel in het veld gezien of niet?– in ”Het uur van de engel”. In ”Verliesfontein” klinken er opnieuw stemmen, van mensen die zich iets over een oorlog herinneren en daar woorden aan geven.
”Verliesfontein” lijkt in eerste instantie een echt historische roman; gebaseerd op geschiedkundige feiten en schijnbaar gedreven door het verlangen om historisch zo zuiver mogelijk te werk te gaan. Komt in zo’n geval niet óf de verbeelding, óf de objectiviteit in de knel? Bij Schoeman niet. Hij maakt een meesterlijke verbinding tussen die twee door het verleden als ”een ander land” te zien, en het uitspitten van dat verleden als een reis. Dat het leven als reis een heel sprekende metafoor kan zijn, zeker met behulp van een Bijbels georiënteerde verbeelding, weten we al sinds John Bunyans ”Christenreis naar de eeuwigheid”.
Geheugen en verbeelding
Schoemans reisdoel ligt echter niet voor, maar achter ons. „Er staan geen verkeersborden meer, geen kilometerpaaltjes om de afstand aan te duiden, en op geheugen en intuïtie reis je verder, het verleden tegemoet.”
Het geheugen, dat zijn de feiten zoals ze te vinden zijn in de ”Korte historische schets” achter in het boek. De intuïtie, dat is Schoemans verbeelding.
Op deze twee benen vangt hij de reis aan naar Fouriesfontein, een dorp dat in 1901 bezet werd door Boeren tijdens de Tweede Boerenoorlog, die uitbrak na jarenlange spanningen tussen supermacht Groot-Brittannië en twee nietige Zuid-Afrikaanse Boerenrepublieken: Transvaal en Oranje Vrijstaat. „Hoe moet je beginnen?” peinst Schoeman op de eerste pagina. „Theoretisch gezien zijn de mogelijkheden onbeperkt, en de verbeelding aarzelt, overweldigd door de overvloed die haar wordt aangeboden.”
Gewoon op weg gaan, lijkt het antwoord. Samen met fotograaf Eddie reist een historicus, Schoemans hoofdpersonage, per auto over een geasfalteerde weg die het vlakke open veld aan weerszijden verdeelt in twee gelijke helften. Ze zoeken de afslag Fouriesfontein. Daar moeten nog een graf en een gedenkteken zijn. Misschien kunnen ze dat vanmiddag op de foto zetten, en daarna weer door, overnachten in het volgende dorp.
Maar hoe ze de wegenkaart ook bestuderen, de afslag vinden ze niet. Ten einde raad laat de historicus zich ergens ter hoogte van waar ooit Fouriesfontein moet hebben gelegen uit de auto zetten en begint een stoffige landweg af te lopen. „Traag worstelt hij tegen de hitte op, uitgeput als een zwemmer die zich door de branding worstelt, en merkt dat de middagstilte net zo hoorbaar begint te worden als het verre gesnerp van krekels.”
Tijdmachine
Die zinderende middagstilte, dat gat op de kaart, daar maakt Schoeman heel knap een soort tijdmachine van die de historicus ten slotte toch in het dorp brengt, waar al zijn zintuigen opengaan. Terwijl hij huizen binnengaat, kreten hoort, geuren opsnuift en mensen tot op de huid benadert (terwijl hij zelf onzichtbaar blijft) doemt het verleden op als een surrealistisch landschap. Door middel van al die brokstukken, fragmenten en flinters informatie begint zich een reconstructie van Fouriesfontein in oorlogstijd af te tekenen.
Dit spel, dat schijnbaar objectief observeren met behulp van zijn verbeeldingskracht, speelt Schoeman op een duizelingwekkend hoog niveau.
Alsof hij zich schaamt voor zo veel verbeelding voert Schoeman daarna drie stemmen op, bronnen die voor meer objectiviteit moeten zorgen. Hoezeer deze mensen zich ook verontschuldigen voor het weinige dat ze te melden hebben, ze maken het plaatje wel iets completer.
Alice, de eerste stem, is de dochter van de Engelse rechter in Fouriesfontein. Ze is nog jong, de oorlog raakt haar niet, zegt ze. „Het is lang geleden en ik denk nooit aan onaangename dingen, ik herinner me geen onaangename dingen, dat dient geen enkel doel.”
Vervolgens komt Kallie aan het woord, die als secretaris op het rechtsgebouw werkt. Een wat trieste, mank lopende figuur die in de avonduren de mooiste citaten uit zijn boeken opschrijft in schoonschrift. Hij droomt ervan om dit levenswerk ooit te kunnen bekronen met een deel dat ”Reflections” zal heten: zijn eigen gedachten over wat hij gekopieerd heeft.
Mantels
De laatste stem is die van juffrouw Godby, een weduwe die „niets over de oorlog kan vertellen, dat heb ik nu al bij herhaling gezegd,” en toch komen we via haar een stuk meer te weten over Adam Balie, de mondige kleurling die eenvoudig de kogel krijgt als de Boeren snel van hem af moeten.
Drie stemmen, drie mantels waarin het geheugen zich hullen kan, wil Schoeman waarschijnlijk duidelijk maken. Alice wil zich geen onaangename dingen herinneren, Kallie loopt steeds weg voor elke eigen verantwoordelijkheid en juffrouw Godby doet alsof een oude vrouw genoeg heeft aan de wissewasjes van het dorpsleven.
Toch vreet het onrecht rond Adam Balie aan juffrouw Godby. Toch is Kallie de eerste die bij Adams lijk staat, al vraagt hij zich af waarom nu net hij. De oorlog kan niet weggedacht of vergeten worden, concludeert juffrouw Godby ten slotte. „Als een schaduw ligt hij over de weg, zwart over het stof van de straat, en je moet verder door die plotselinge kilheid, je kunt niet anders.”
Aan die onaangename koude ontsnapt zelfs Alice niet, wanneer ze na de oorlog merkt hoe eenzaam hun familie geworden is. Ze verbrandt alle foto’s „waar ze op staan, de rebellen en verraders, de mensen die ons niet meer groetten, de mensen bij wie we niet meer over de vloer kwamen.”
Groezelige routekaart
Wat wil Schoeman nu eigenlijk zeggen? Het verleden is een ander land. Met feitenkennis alleen kom je de grens niet over. Herinneringen zijn onbetrouwbare gidsen, ze worden immers steeds overschreven door het heden.
Is dat alles? Schouder aan schouder met de schrijver kijk je naar een groezelige routekaart met slechts een paar aanknopingspunten. Je zult bereid moeten zijn het daarmee te doen, met alles wat zich broksgewijs nog zal openbaren. Gewillig volg je de reisleider, op het kompas van zijn verbeelding. Wetend dat, net als in ”Het uur van de engel”, je denken ergens onderweg een transformatie zal ondergaan. Je zult er steeds minder op gebrand zijn te weten wat er precies gebeurd is – hoe lagen de verhoudingen in het dorp precies, wie heeft schuld tegenover wie, wie was de held en wie de antiheld?
Het gaat om de klim naar de top, om het helder wordende licht over de ”wijdte” van het landschap en de mensen te zien vallen. En misschien wel het meest: over het pad dat ik zelf afleg. Waarvoor ik (willekeurig) gekozen heb, zoals een schrijver steeds (willekeurige) keuzes maakt in zijn verhaal.
Maar kan ik ook beamen wat Schoeman zijn historicus op een gegeven moment laat beseffen: niets is toevallig, er wordt mij getoond waarnaar ik moet kijken, het wordt me aangewezen, ik word geleid. Zal ik aan het einde van de reis mijn hand op Schoemans hand kunnen leggen, en schrijven wat hij schrijft in de laatste zin van zijn trilogie: „de taak is voltooid, de opdracht is volvoerd”?
Boekgegevens
Verliesfontein, Karel Schoeman; uitg. Brevier, Kampen, 2016; ISBN 978 94 915 8390 2; 288 blz.; € 22,50.
Geplaatst in Uncategorized
1 reactie
Heilige leegte
„Bent u weleens verliefd geweest?’
„Meerdere keren. Maar toen kwam er een veel grotere liefde in mijn leven. Die heb ik beantwoord.” Een oude monnik en een tienermeisje, naast elkaar op een houten bank tegen de kloostermuur. Vaderlijk buigt broeder Luc (in de film ”Des hommes et des Dieux”) zich naar het meisje toe, terwijl ze verliefdheden bespreken. Hij neemt haar volkomen serieus. ”There’s a holiness of the heart’s affections”.
Het meisje knikt verlegen. En denkt wat wij denken: dat is alleen weggelegd voor monniken. In onze tijd is de celibatair zoiets als een kerkkoepel tussen de lage huizen van Rome, schrijft priester Henri Nouwen. Hij maakt zich „leeg voor God”, te midden van gewone mensen die verwikkeld zijn in allerlei contacten.
Ook in protestantse kring ligt alle nadruk op intermenselijke relaties. We weten intussen dat we veel luisteren en praten moeten. Hoe essentieel aanraking is, en hoe belangrijk oogcontact. We geven huwelijkscatechese, zorgen voor onderhoudsbeurten via huwelijkscursussen en -seminars, geven boekjes uit. En de SGP roept: een stabiele relatie, gebaseerd op liefde en trouw, is een van de kostbaarste dingen in het leven!
Ik zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Maar zijn we niet ongemerkt gaan denken dat je de constante nabijheid van een ander mens, een goed huwelijk nodig hebt voor je welzijn en geluk? Is dat de reden waarom ”celibatairen” in reformatorische kring (hoewel dat meestal geen keuze is) zich vaak niet helemaal compleet voelen? Of er op z’n minst last van hebben dat getrouwden hen zo zien?
Het kan geen kwaad om nog even goed te luisteren naar Nouwen (en Paulus). Geen mens kan ons die liefde en erkenning geven waar we naar verlangen. Daarom moet elke getrouwde tegelijk ook ‘single’ zijn. En kan iedere single toch ‘bruid’ zijn. Elke christen moet een heilige leegte kennen, ruimte om alleen met de Geliefde te kunnen zijn. Zonder dat heilige middelpunt blijf je als alleenstaande inderdaad ten diepste incompleet. En seculariseren huwelijk en vriendschap, „als een stad zonder koepels.” Eenzaamheid, meditatie en gebed lijken niet rendabel meer. Maar de sloop van onze innerlijke kerkjes moet gestopt. Hoe zullen we liefde kunnen geven als we niet meer drinken aan de Bron ervan? Hoe zullen we alleen oud worden? Geliefden kunnen begraven? Staande blijven in een moeilijk huwelijk of gebroken gezin? Hoe zullen we het opbrengen om telkens weer de rit naar die inrichting of dat verpleeghuis te maken?
Ergens moet een houten bank staan waar je kunt zitten, je hart openleggen en peinzen over wat Samuel Rutherford –vriend van de Bruidegom– schreef: „Als we ook maar iets kenden van de schoonheid en lieflijkheid van Christus, zouden we wel door vuur en water willen gaan om bij Hem te zijn.”
Geplaatst in Uncategorized
4 reacties
