Een mier op je bord

Vandaag maar eens een aanbeveling voor een boek dat tot nog toe minder aandacht kreeg dan het verdient (volgens mij, maar het is dan ook geschreven door een vriendin van me): Een mier op je bord van Ineke de Jong-den Hartog. Het is een boekje over de creativiteit van kinderen, en hoe je die als ouders of leerkrachten kunt aanwakkeren (omdat er in iedere volwassene altijd ook nog wel ergens een creatief kind zit!) zodat het vervolgens nog maar een klein stapje is om kennis te maken met kunst.

Hoe schep je een sfeer waarin ruimte is voor creatief talent, en voor kunst en cultuur? Ineke laat zien dat dat helemaal niet zo moeilijk hoeft te zijn als veel mensen denken.

een_mier_op_je_bord_voorkant_vierkant

Al eerder schreef ik een stukje tekst voor op haar website, dat ik hierbij maar weer herhaal:

“‘Een mier op je bord’ is eigenlijk geen boek dat je leest, maar een bril die je opzet. Door haar aanstekelijke toon en treffende voorbeelden laat Ineke de Jong je weer stukjes schoonheid ontdekken op plaatsen waar je anders overheen zou kijken. Schoonheid die meestal niet eens geld kost, nieuwe energie geeft, en de band met je kind op een speelse manier verstevigt. Alle ouders zouden zichzelf zo’n bril cadeau moeten doen.”

Kijk vooral ook even op de website http://www.inekedejong.nu voor meer informatie en allerlei interessante extraatjes.

En bekijk dit promotiefilmpje:  https://www.facebook.com/uitgeverijdebanier/videos/345357409620837/

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Coulissen

joods meisje

Niks zeggen, dacht ik steeds. Nu fluister ik het toch maar: vorige week heb ik een toneelstuk geschreven. Vlak voor kerst zal het in première gaan, in de gloednieuwe toneelzaal van Driestar educatief.
Het gaat over een piepjong joods kind, dat in 1943 wonderlijk ontkomt aan een enkele reis Treblinka, en jaren later op een al even wonderlijke wijze verenigd wordt met haar vader. In mijn ‘stuk’ is de joodse baby een oude vrouw geworden, die aan een schoolklas haar verhaal vertelt.
Omdat de deadline naderde, sloot ik mij een dag lang op om urenlang in de huid van deze vrouw te kruipen. Daarna fietste ik door de grijze novemberschemer naar huis. Toen pas merkte ik dat ik huilde. Waren dat krokodillentranen, valselijk opgewekt door de rol die ik gespeeld had? Of, iets sympathieker, empathische tranen: wat heeft de Tweede Wereldoorlog onnoemelijk veel lijden teweeggebracht?
Allebei niet, denk ik. Het waren mijn eigen echte tranen. Hier zit dan ook mijn moeite met de opvatting dat toneelspel een leugenachtige schijnvertoning zou zijn. Dan hebben we het over slechte kwaliteit. Zoals je een mening kunt hebben over mokkataart, terwijl je alleen die van de Lidl geproefd hebt (en nooit die van bakker Smit uit Kampen). Ware toneelspelers (en schrijvers, en predikanten) doen niet alsof. Ze spelen geen rol, ze wórden die rol. Niet omdat die rol hen verandert en dus valse emoties opwekt, maar omdat die iets diep in henzelf in beweging brengt.
Hoe meer je inzoomt, hoe meer het verhaal gaat raken aan je eigen verhaal. Al kun je soms niet eens zeggen hoe. Al kunnen tijd en omstandigheden totaal verschillend zijn. Blijkbaar kun je verrast worden door wat je eigen gemoed je vertelt als je in zo’n personage kruipt, zoals ik na mijn toneelstuk (dat ter geruststelling maar een kerstverhaal is). Zou ik –o schrik!– schrijvend misschien zelfs waarachtiger, meer mezelf zijn dan ik in de dagelijkse omgang ben…?
Laten predikanten die zich willen hoeden voor valse schijn de komende weken maar diep in hun rollen kruipen. Laten ze Zacharias en Elisabeth, Simeon en Anna zo levensecht neerzetten dat ze ons aller leven raken. Zodat de kerk een grote beweging van uitzien en verwachten wordt.
Wat een advent zal dat wezen, als de coulissen van een nieuwe hemel en aarde voor onze zintuigen openschuiven en wij die Man met de zachte witte doek zien staan, die alle tranen van de ogen afwissen zal.
Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Flitscarrière

Afbeeldingsresultaat voor Lilias trotter paardebloem
Leven ontstaat met een flits. Als een spermacel versmelt met een eicel, begint die eicel twee uur lang te flitsen, hebben wetenschappers ontdekt. Dat is de inhoud van een krantenknipsel uit 2016. „Het leven houdt zijn wonderen verborgen tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat”, denk ik met de dichter J. C. Bloem.
Want het knipsel dient als bladwijzer in een boek, dat hier als volgt belandde. Een dominee hield een preek, iemand hoorde die en raadde hem mij aan. In de preek werd verwezen naar een hymne. Google bracht mij niet alleen bij de tekst en melodie van dat lied, maar ook bij de vrouw erachter. Ik kreeg haar biografie te pakken en zie (flits!) daarin vond ik antwoord op een vraag van mijn hart.
Geen wetenschapper die het op de foto krijgt, maar zou die hele reis van kansel tot boek tot knipsel er van bovenaf ook niet uitzien als een serie lichtflitsen, een vreugdevuurwerk in een duister heelal?
Ik heb het over ”A passion for the impossible”, het levensverhaal van Lilias Trotter (1853-1928). Ze groeide op in een rijke Londense familie en bleek een uitzonderlijk teken- en schildertalent te bezitten, waarmee ze volgens haar leermeester onsterfelijk had kunnen worden. Maar Lilias werd zendeling in Algerije. Een lichtend spoor van ontmoetingen en ervaringen leidde haar naar die keuze, die door lang niet iedereen begrepen werd.
Trotters biografie laat prachtig zien dat mensen die tot hoger dienst geroepen worden weliswaar veel moeten opgeven, maar niet hun eigenheid en talenten. Niemand krijgt een ”no-calling” zoals ik eens ergens las, de roeping om iets niet (meer) te zijn, want dat kan tot wanhoop en depressie leiden. Wie je ook bent en wat je tevoren ook deed, alles zal je ten dienste blijken te staan. En wát je ook moet missen: ouders, een huis, een partner, een goede gezondheid, een carrière (al deze dingen golden voor Lilias), het is een uitnodiging om jezelf nauwer te verbinden aan Iemand Die juist uit verliezen méér winst kan maken dan je ooit voor mogelijk hield.
Lilias bleef kunstenaar in de manier waarop ze de Noord-Afrikaanse natuur beleefde en beschreef in meditaties, die ook nog eens voorzien werden van verfijnde tekeningen. De hymne ”Turn your eyes upon Jesus” is gebaseerd op een verhaal waarin Trotter in prachtige bewoordingen vertelt hoe ze tijdens haar wandeling een fonkelende ster zag. Het was slechts een half verwaaide paardenbloem, maar de ochtendzon raakte hem vol in zijn stervende bloemenhart en maakte de pluizen tot een aureool.
Het geheim van deze ster zat ’m in de focus. Trotters les van de paardenbloem is deze: wil je alles uit je leven halen wat erin zit, dan hoef je maar één ding te doen. Je volle gezicht keren naar de Zon, de ogen zoeken die onafgebroken op jou rusten. Al sinds dat eerste flitsende begin.
Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Zwitserleven

20180809_125955
Over Zwitserland zou ik schrijven, dat stond vast. Maar in mijn achterhoofd zat steeds een oude oom, klagend over de dominee die na elke zomer steevast weer die prachtige bergen bezong waar hij vakantie vierde. „Strontvervelend!”
Of dat aan dominee lag of aan oom, laat ik in het midden. Maar me dunkt: pas op met vakantieverhalen. Voor je het weet breng je een Facebookplaatje, het zwitserlevengevoel uit de reclame met zijn belofte van onbeperkt genieten. Maar echte verhalen hebben altijd barsten.
Daar zat ik dan in de trein, mezelf in de arm knijpend: ja, je bent echt onderweg. Ik stuurde wazige plaatjes van voorbijschietende stations naar huis, waar de jongens zich veel drukker maakten om de exotische namen die ik zou passeren dan om het feit dat ik het gezin voor een week achterliet.
Ergens halverwege de reis –de heuvels werden hoger, de dalen dieper, en iemand in de coupé tokkelde op een banjo– begon het prettig te tintelen. Maar toen ik bij Bern in het namiddaglicht de bergen zag en om me heen een zangerig kaboutertaaltje hoorde, sloeg een vage ongerustheid toe. Niet meer die van de moeder die haar gezin moet loslaten, maar die van de schrijver, die iets vast wil houden. Had ik wel zintuigen genoeg om alle indrukken op te zuigen? Mentale schijfruimte om ze te op te slaan? Woorden om ze te delen?
Hoe zal ik verhalen van de grootsheid van Kleine Scheiddegg, van bloemen langs de Hahnenmoos, van luchten die elke avond anders waren, van eeuwige sneeuw (die twee woorden uit een sprookje)? Van het geluk dat er iemand was om dit alles mee te delen?
In alles zit een barst. In het „immer wieder abschied nehmen”, dan hiervan, dan daarvan. Je staat op een bergtop en overziet een adembenemend dal. Maar er komt een moment dat je je weer om zult moeten draaien. „De mens ziet de wereld slechts in fragmenten”, zegt de rebbe tegen de kunstenaar Asjer Lev (in ”De gave van Asjer Lev”). „Maar de meester van het Heelal ziet de wereld in zijn geheel, niet verbrokkeld. Die wereld is goed. Onze manier van zien is verbrokkeld, Asjer Lev.”
Op bergen en in dalen (ook de figuurlijke) beleven mensen hun verbrokkelde perceptie. Dan vallen ze stil. Of ze praten met barsten, zeggen dat ze niets weten te zeggen. Zoals in augustus, toen een jonge dominee en vader verdronk in zo’n woeste gletsjerrivier waar ik me aan vergaapt had. „Woorden schieten tekort.” Of zoals de Schotse dominee Samuel Rutherford zei toen hij een vergelegen land (met een wonderschone Koning) wilde beschrijven, maar niet verder kwam dan: „Wisten we maar íéts van Zijn liefde… we zouden wel door vuur en water willen gaan om bij Hem te zijn.” Dat zinnetje ben ik nooit zat geworden. Het ware (Zwitser)leven, lieven, loven, gevangen in een barst van taal.
Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Lied op moeder de vrouw

Na aankondiging van het Boekenweekthema ”De moeder de vrouw” klonk uit alle hoeken verontwaardigd geblaas: ben ik als vrouw pas compleet als ik moeder ben? Al is de commotie overdreven, die vraag doet ertoe. Wat de sneer is van feministen en fulltime schrijvende vrouwen, kan tegelijk de diep verborgen twijfel zijn van hen die nooit moeder worden, om welke reden dan ook.
Exact op de dag dat de ophef ontstond ging de lectio continua in huize Stam over Richteren 5, waarin Debora haar lied zingt en zichzelf „een moeder in Israël” noemt. Dat bracht me tot de gedachte dat het woord moeder in de Bijbel zowel een letterlijke als figuurlijke betekenis heeft. Zelfs een stad kan een moeder zijn (Galaten 4:26). Bijbels gezien is een moeder iemand, of iets, die/dat leven voortbrengt en beschermt. Neem Jaël, de andere vrouw in Debora’s lied, die we in haar tent toch niet bepaald achter het aanrecht vinden. Terwijl ze met ferme klappen een pin door de slaap van Sisera dreef en zo een vernietiger van het volk uitschakelde, was ze levengevend bezig voor Israël. Het ware moederen mag men dus breed nemen, van kinderen baren tot rechtspreken en het doden van een legeraanvoerder aan toe.
Verder mijmerend over Debora kwam ik tot de conclusie dat de essentie van haar moeder-zijn in haar luistervermogen gelegen moet hebben. Intens luisterde ze naar Gods stem, scherp luisterde ze naar de mensen. Zo groeiden in haar binnenste de wijze woorden die ze uiteindelijk sprak. Levengevende woorden. Ooit, in mijn studentenjaren, poetste ik de kamer van zuster Antje. In volmaakte rust keek ze toe, vanuit de stoel waar ze niet zelf meer uit kon komen. Ze had iets wat mij vreemd jaloers maakte. Op een dag vroeg ik het haar: „Antje, hoe word je zo wijs als jij?”
“Gewoon erom vragen”, zei ze gevat. „Zo makkelijk is het! Alleen… het is niet los verkrijgbaar. Je krijgt er lijden bij.” Daarop sloot ze de ogen en zong in hoog vibrato haar lied: „Gij deed mij veel benauwdheid smaken/ en drukkend harteleed,/maar tot mijn hulp gereed/ zult Gij mij weder levend maken;/mij uit den afgrond trekken,/ en met Uw vleug’len dekken.”
„Dat wijze hart van koning Salomo was een luisterend hart”, zei Antje daarna. „Goed luisteren dus!” Ondeugend tikte ze tegen haar gehoorapparaten, door haar ”Philips oorbellen” genoemd. Plotseling zag ik voor me hoe Antje een gouden gehoorapparaat kreeg opgespeld door de burgemeester, voor zo veel jaren trouwe luisterdienst. Antje, diacones in ruste. Nooit getrouwd, nooit moeder geworden, maar onnavolgbaar bedreven in de luisterkunst, door pastor Margriet van der Kooi ook wel ”tevoorschijnvroedvrouwen” genoemd. Een Philips oorbel als lintje zal wel nooit ingang vinden, net zomin als dit Boekenweekgeschenk nog geschreven gaat worden door een vrouw. Maar liederen blijven we zingen.

Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Luie ouders

Je zou het niet denken, maar er zijn boeken die ik mijd. Opvoedboeken. Hoewel ik, als iedereen naar school is, toch graag op het dakterras zit te reflecteren met een stevig boek. Maar het probleem met een opvoedboek is dat je daar al snel niet lekker meer zit, omdat je nog van alles moet. Planborden maken, beloningssystemen uitdenken, een opruimcoach bellen. Pffft.

Daarom was ik zo gelukkig toen ”Luie ouders hebben gelijk” van de Brit Tom Hodgkinson verscheen. Luieren in de tuin heeft zijn hartelijke instemming. Evenals zo veel mogelijk middagdutjes doen en midden op de dag een glas wijn drinken, bijvoorbeeld terwijl je je kinderen baddert. Hodgkinsons filosofie: als ouders gelukkig en ontspannen zijn, zijn de kinderen dat ook. Zijn aanpak: laat kinderen hun gang gaan, hun gang gaan, hun gang gaan. Hodgkinsoniaans bezien is dat zeker geen verwaarlozing, maar een serieus opvoedprincipe. Als je zelf lang in bed blijft liggen, leren kinderen ontbijt maken. Verveling stimuleert het vermogen om zelf spelletjes te bedenken. Niet meteen op ruzies afstappen, dan leren ze die oplossen. Verder houden kinderen nog van werken, dus laat ze jou iets te drinken brengen in je hangmat!

Hodgkinson zet het allemaal sterk aan, maar juist dat maakt het zo’n plezierig boek. Wie zich erin mee laat nemen, voelt zijn verstijfde ouderkaken losser worden, vindt iets van de poëzie van het gezinsleven terug. Maar aan dit leuke boek zitten heel serieuze kanten, al zal Hodgkinson zelf zover niet willen gaan. Zoals ”ze hun gang laten gaan” een actieve daad is van de ouder, zo is ”lui zijn” dat ook. Het juiste luie ouderschap is niet goedkoop. Je moet je ideaal van een altijd opgeruimd huis opgeven. Accepteren dat er op je behang getekend wordt, en de neiging weerstaan er nieuw op te plakken. Het in bed uithouden met verontrustende ontbijt- en ruziegeluiden beneden, of erger.

Toch gaat ”kinderen hun gang laten gaan” niet zozeer over bergen hagelslag op brood of onbeperkt filmpjes kijken, het gaat gek genoeg over gezag. Want het gezag waarmee je zegt: „Nu zet jij je schoenen in het rek”, datzelfde gezag kan zeggen: „Nu ga jij een poosje je eigen gang.” Er groeien kinderen op die dat vermogen verloren hebben, omdat papa en mama elk moment beschikbaar zijn.

Actief lui zijn betekent ook sterven aan die vorm van almacht waarmee we onze kinderen denken te behoeden voor elke teleurstelling, te beschermen tegen elk gevaar. Luie ouders wippen hun vogeltjes niet over de rand van het nest uit liefdeloze luiheid, maar omdat ze hen willen zien vliegen. Zodat ze niet te pletter zullen vallen op de harde grond. Of erger nog: hun vleugels breken op een geloof dat niet altijd leuk zal zijn. Dat hun vraagt zichzelf te verloochenen, verlangens uit te stellen en te blijven vertrouwen dat Vader zorgt, ook als Hij Zich soms verbergt.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Illustratiewedstrijd

Doe mee met de wedstrijd die het Reformatorisch Dagblad vandaag aankondigde, en verras ons met een originele illustratie bij mijn verhaal ‘Vogeltje’!

https://www.rd.nl/boeken/doe-mee-met-rd-illustratiewedstrijd-1.1485687

https://www.rd.nl/boeken/het-verhaal-om-te-illustreren-vogeltje-1.1485691

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Cadeautjes

Er is een tijd om over je kinderen te schrijven, en een tijd om dat boek te sluiten. Wanneer hun kinderlijke spontaniteit langzaam overgaat in zelfbesef, moet je als moeder-columnist respectvol terugtreden vind ik, en je kinderen niet meer in de krant te kijk zetten.
Met ”Dominee komt met de trein” (RD 2-7-2016) meende ik die grens bereikt te hebben. Maar de in deze column beschreven zoon –toen 8 jaar oud, en in zijn spel en dromen een per trein reizende dominee– begeleidt intussen de diensten waarin zijn zesjarig broertje de kansel beklimt, die deze rol serieuzer neemt dan ooit. Wie in onze woonkamer soms vreemde bouwsels ontwaarde, krijgt nu opheldering.
Zet een houten speelgoedkeuken en -wasmachine op elkaar, plaats die tussen de open onderdeurtjes van een antieke kast waarvan je ook de bovenste lade als luifel boven je hoofd hebt uitgeschoven, plaats er een stoeltje achter en je hebt een prachtige, barokke preekstoel. Soms zit de hele familie braaf op de aangesleepte stoelen, om te luisteren en de vele opgegeven psalmen te zingen. Regelmatig draait onze organist zich verontwaardigd om: „Die psalm kan ik nog niet!” Ook „Nee, ik weet iets veel mooiers!” komt voor. Of: „Nu heb ik even geen zin meer hoor!”
Natuurlijk komt daar ruzie van (net als in het echte leven) maar ach, dan knettert het even flink en wordt het conflict nog diezelfde dienst opgelost. Laatst was onze kleine dominee half ziek thuis, en na wat bankhangen besloot hij toch een dienst te houden. De enige kerkganger was ik. A capella zongen we ”Opent uwen mond”, daarna luisterde ik naar zijn gebed. „Ik heb heel veel waterpokken overal. En ze doen veel pijn. Ze jeuken ook zo. Vooral deze hier, op mijn buik” (trui omhoog). Hij vroeg niet eens wat, vertelde alleen maar alles wat op zijn hart lag.
Dit was een preek met een glasheldere boodschap, een kinderpreek zoals ik er in mijn leven al meer heb gehad. Ik moest er ineens niet aan denken dat ook deze zoon zich binnenkort misschien zal schamen voor zo veel zichzelf-zijn. Een gevoel van verlies deed me mijn moederdagboek pakken en willekeurig openslaan. „Stille Zaterdag, 2013. Hier in huis worden driftig open graven getekend, en engelen daarnevens, en een lachende gele zon erboven. Die krijg ik dan heel enthousiast aangeboden van G. Daarbij moet ik steeds maar denken aan dat gedicht ”Iris tekent kruisiging” van Henk Knol. Het eindigt zo: „Ze zucht en vraagt: hoe schrijf je Golgotha? En etst mijn achteloze krabbel na. Legt dan haar kruiswegstatie in mijn schoot/ en glunder zegt ze: kijk pap, een cadeautje!””
Voor alles wat gebeurt is een uur. Een tijd om het boek dicht te doen, en een tijd om er weer in te bladeren. Om cadeautjes te vinden, en die weer door te geven.
20171231_195043
Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Medereizigers

We deden een voorstelrondje. Het refrein ging zo: getrouwd met die-en-die en zus-en-zoveel kids. Totdat de muziek stopte, omdat iemand zei: „Ik ben Jos, en ik zie altijd als een berg tegen voorstelrondjes op.” Jos kwam me nader dan alle anderen, al had hij partner, kind noch carrière te melden. Het leven is een vreemde reis, ons hart een donker ding. Daarom moet je altijd goed tussen de voorstelregels door luisteren. En heel alert zijn wanneer iemand zijn donkere ding op een kiertje zet.
Jos deed me aan Barto denken. Ik zal Barto even voorstellen. Onderwijzer, en hoofdpersoon in de eerste protestants-christelijke roman (1923) over homofilie. Hij probeert zijn homo-zijn te verbergen, maar een verloving blijkt onhoudbaar. Barto’s moeder en ex-verloofde Anneke steunen hem in stilte, maar als hij op een dag zijn gehandicapte vriend troost met een kus op het voorhoofd en het gerucht rondgaat, raakt hij in één klap zijn baan, gezondheid en integriteit kwijt.
Barto: het gezicht van veel gezichtslozen, in het gebed meestal „diegenen die worstelen met hun geaardheid” genoemd, in het rijtje van gehandicapten, kinderlozen en alleengaanden. Dat Barto worstelt, maakt de roman goed invoelbaar. Je vraagt je af wat nu precies het zwaarst is: het homo-zijn, of de eenzaamheid van het onbegrepen zijn. „Ze waren al veroordeeld nog voor ze kwaad gedaan hadden.”
Voordat dit alles in zieligheid blijft hangen; er komt een keerpunt. Niet: na een lang proces vindt Barto vrede in een duurzame relatie met een man. Niet: iemand bidt voor Barto, waarop hij geneest en alsnog gelukkig met Anneke wordt. Er komt een ‘vreemde’ op Barto’s pad die zegt: Ik sta vlak naast u. Die zonder angst of schroom luistert naar Barto’s hele verhaal en zegt dat hun ‘kwestie’ geen mislukking is, geen zonde, maar een taak: „Misschien maakt God sommige menschen wel zoo gruwelijk eenzaam, omdat Hij aan hen, beter dan aan andere kan laten zien, wie Hij is. Begrenzing van het leven brengt altijd met zich het afsteken naar de diepte, waar de kostbaarste parelen liggen en het opstijgen naar de berghoogte, waar men de zuiverste lucht inademt omdat men het dichtst bij God is.”
De vreemde leidt Barto met zijn liefdesverlangen naar een Bron die nooit opraakt. Is dat het keerpunt? Dat de woestijn woestijn blijft, maar Barto al zijn hoop op de hemel leert zetten? Niet helemaal. Want, zegt de vreemde, wie het leven, zíjn leven met zijn eigen bijzondere opdracht, hoe zwaar ook, eerlijk uit Christus’ hand aanvaardt, krijgt er een overvloeiende beker voor terug. Midden in de (celibataire) woestijn kunnen bloemen groeien: zelfaanvaarding, innerlijke vrede, onafhankelijkheid van mensen, diepe vriendschap, liefde voor heel het bestaan.
Elke Barto is een wegwijzer naar dit geheim, dat elke reiziger naar de eeuwigheid zou moeten kennen. Neem hem op in de groep, en luister goed.
Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Kiek mien dan

Je column hangt bij ons op de wc! Die mededeling zou ik eens moeten gaan turven. Of mijn eigen toilet behangen met meegestuurd fotografisch bewijsmateriaal. Maar van zulk ”Kiek-mien-dan”-gedrag, zoals dat in mijn Kamper schoonfamilie heet, houd ik mij liever verre.
Is het trouwens wel zo’n eer om als knipsel op een toilet te eindigen? Nog niet zo lang geleden was de krant van gisteren het wc-papier van vandaag. Woorden vervlieten. Die gedachte zou een columnist nederig moeten houden, en allen die woorden te baren hebben. Onder druk komen gedachten als weeën, pers je er een boodschap uit die je zorgvuldig in doeken windt, de mensen toont, en dan is het voorbij. Na een dag is het kraambezoek je kind vergeten.
Tenzij de bezoekers doen wat Maria deed: woorden bewaren en overleggen in het hart. Daar hoorde ik onlangs een preek over, die ik nog niet vergeten ben. ”Archiveren en combineren” was het thema. Het hart is een archief, vol ladekasten en hangmappen. Elke dag komen er nieuwe stukken bij. De bedoeling van een archiefzaal is dat er iets onderzocht wordt. Dat gegevens met elkaar gecombineerd worden.
Toegepast: wat wij met de woorden van God moeten doen is ze niet alleen archiveren (bewaren), maar ook combineren (overleggen). Wat vanuit de Bijbel naar mij toekomt moet ik hechten aan de ‘stukken’ van mijn eigen leven; soms met nietjes, soms met paperclips.
Kiek mien dan, mijn column vullend met de preek van een ander. In de kerstvakantie is ons huis dan ook bepaald geen archiefzaal, maar meer een duiventil met veel gefladder en gekoer. Wat doe je als de gedachten zich vermenigvuldigen, maar het schrijven niet lukt? Vluchten naar de enige stille plek in huis… het kleinste kamertje. Dáár, in het meest verachte hoekje van ons (levens)huis bewaren én overleggen we kennelijk nog.
Laten we het daarom eren. Daar is het stil, daar ben je alleen en doet status er niet toe – de koningin gaat ook maar gewoon naar de wc, zei een oude buurvrouw vroeger. Daar krijg je soms zomaar een idee cadeau. Want stel nu dat ook dit stukje op toiletten belandt, en dat het daar per gratie heel 2018 door mag blijven hangen. En stel dat lezers dan meer dan duizend keer in die spiegel van drie woorden kijken.
Kiek mien dan: hoog opgericht of juist onpeilbaar diep gevallen. Kiek mien dan in mijn zwarte pak, of in mijn vale ochtendjas. Kiek mien dan: zingend of in tranen. Kiek mien dan, met mijn leven dat ik maar niet bij elkaar gepuzzeld krijg. Duizend keer Kiek mien dan. Totdat er al overleggend iets op z’n plaats begint te vallen. Totdat de rode draad verschijnt: Eer iets van mij begon te leven, was alles in Uw boek geschreven.
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie