Zo klein, zo groot

Mijn zoon heeft schoenmaat 44 en mijn dochter kan mijn kleren aan. Om me heen wordt gedebatteerd en gemusiceerd op een niveau dat ik maar amper bij kan benen. Mijn kinderen worden groot, en ik word steeds kleiner.

Dat besef dringt pas goed door als ik de oudste drie op de bank aantref, zes lange stelten in de knoop, achter één laptop. Ze gieren het uit, terwijl ze zinnetjes declameren die me vaag bekend voorkomen. Zinnetjes die nog dagenlang kwetterend over en weer zullen vliegen, als mussen die een vetbol hebben ontdekt. „Wat een leuke stukjes schreef u vroeger mam!” Die van de laatste jaren vinden ze een beetje saai. Altijd over boeken… Nee, dan die over hén gaan!

„Ja, maar dat kan nu niet meer, jullie hebben ook recht op privacy.” Niet nodig hoor, klinkt het genereus. Geen probleem als ik over hen wil schrijven. „Maar we zijn natuurlijk niet meer zo leuk als toen.” Nou vooruit, misschien dat ik het nog één keer doe, ter ere van tien jaar columnistschap. Dat mag, maar liefst wel zonder naam. Stel dat je later als officier van justitie gegoogled wordt…

Ze lezen me nog wat voor uit eigen werk (hoeveel ben ik vergeten!) en vertrekken dan naar boven. Met de stilte komen de mijmeringen. Inderdaad, wat waren ze als kleintjes toch leuk. Maar uit de hoeken van de kamer komen ook schaduwen aansluipen. Heb ik hen vroeger wel genoeg gezien? Niet alles is in de krant beland. Wie kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is? De moeheid, de depressies, de boosheid soms. Het is de tragiek van een ouder, wijzer en psychisch gezonder mens worden: je zou zoveel dingen over willen doen. Doe toch normaal, denk ik soms, als er iets te herdenken valt en de jubilaris het alleen maar heeft over zijn ”tekort in alles”. Nu doe ik het zelf en meen het nog ook. Het is de balans van 2019, en van een bijna 38-jarig leven.

Dat betekent niet dat je alleen maar fouten ziet. Het betekent naar je menszijn kijken met ontzag: wat wij tot stand brachten blijkt groter dan wijzelf met onze beperkingen. Zoals ik naar mijn opgetogen kinderen kijk, die nu via de ogen van hun moeder lezen hoe leuk en lief ze waren (en zijn). Dat heb ik niet bedacht, toen al helemaal niet. Alleen de typemachine was van mij, zei de schrijfster Flannery o’ Connor. De rest is Gods verhaal, geweven uit de rafels van ons kleine leven.

Dat is genade. Zo klein als Bethlehem, en zo groot als het Kind dat daar in de kribbe lag.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Nu ziet u mijn oog

Soms, als ik na een slechte nacht voor de spiegel sta en in mijn rode-adertjes-ogen kijk, zeg ik zachtjes een paar dichtregels op. „Een man ligt plat in ’t natte gras en schreit, maar glimlacht als de horizon weer kleurt: hij ziet een dag over zijn moeheid komen, een nieuwen dag, een nieuwen dag van strijd.” Het helpt niet natuurlijk, vermoeidheid bestrijden met dichtregels. Toch wel! Als je ergens woorden aan geeft, mooie goedgekozen woorden, wordt het dragelijk.

Leed wordt dragelijker wanneer je er een verhaal van maakt. Dat is wat Christy Lefteri deed nadat ze terugkwam uit een vluchtelingenkamp in Athene en de verhalen maar niet vergeten kon. ”De bijenhouder van Aleppo” is haar roman over een kapotgeschoten stad, over verkoolde bijenkorven, een dood zoontje, zijn getraumatiseerde vader Nuri en moeder Afra (kunstenares) die het licht in haar ogen kwijt is geraakt. De oorlog heeft alle honing uit hun leven weggezogen.

Ik voelde me bijna schuldig dat ik zo gretig las. Dat komt omdat Lefteri zo prachtig schrijven kan, omdat de ”De bijenhouder van Aleppo” ondanks alles een lied in zich heeft, een lied dat je helemaal uit wilt luisteren. Als de zon opkwam in Oost-Aleppo „werd het veld gedrenkt in licht en was vol van het gezoem van de bijen, het meest rustgevende geluid dat ik ken. Alsof de atmosfeer een lied zong, een enkele loepzuivere noot.” Het refrein van bloemen en bijen in dit boek, te midden van groot verlies, is de tegenstem die alles lichter, dragelijk maakt.

Ik dacht aan Job in de Bijbel, aan al zijn lijden en zijn vraag naar de rechtvaardigheid ervan. Als God gaat spreken, komt er geen rationeel antwoord. Gods antwoord is schoonheid, zegt de dichter Christian Wiman ergens. Tegenover Jobs vraag naar het lijden zet God poëtische beelden over het heelal en de aarde, zingt Hij een lied over de Plejaden en de Grote Beer, over de berggeit en het struisvogelvrouwtje, over het nijlpaard en de gier. Het had ook over Nuri’s bijen kunnen gaan. Job, lijkt God te zeggen, je wilt begrijpen, maar je zou moeten kijken en luisteren. Dan zul je iets vinden dat dieper gaat dan kennis. Door heel de schepping heen zul je het grondpatroon van Mijn grootheid zien – en je hart zal stil worden.

Aan het einde van het boek lijkt Afra het licht in haar ogen terug te krijgen. De littekens blijven. Maar weer schoonheid te kunnen zien, dat betekent hoop en troost. Daarmee kan een nieuwe dag aanbreken. In Lefteri’s verhaal, in Jobs verhaal, en wellicht in ons eigen verhaal. Als niets meer lijkt te rijmen, dicht God.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Lezen 2

Hierbij maak ik nog even schaamteloos reclame voor mijn schrijvende schoonzus , die na ‘Rebecca’ nu ook ‘Dusters and dreams’ bij De Banier vertaald wist te krijgen. https://www.debanier.nl/romans/theedoeken-en-toekomstdromen/

Theedoeken en toekomstdromen

Met de cover ‘Theedoeken en toekomstdromen’ ben ik niet erg gelukkig. Afgaande op die titel (en de nogal romantische dame en sfeer) zou ik Bucklands boeken persoonlijk nooit kiezen in de winkel, maar die zijn dan ook ietwat misleidend. Romantiek is er zeker, en de boeken lezen gemakkelijk weg. Maar Hannah kan dan ook meeslepend vertellen, en ze doet dat met vaart, humor en kennis van zaken. Voor iedereen die van geschiedenis en van Engeland houdt.

Daarbij is in dit boek kinderloosheid een centraal thema, dat christelijk beleefd en belicht wordt. De subtiele humor in Bucklands observaties en tussen de echtgenoten zorgt ervoor dat het én voor henzelf én voor de lezer allemaal niet te zwaar wordt.

Een recensent in het Reformatorisch Dagblad (RD 21-06-2019) meende dat het verhaal ‘qua spanning en ontknoping tamelijk flauw’ is. ‘De onvervulde kinderwens van het predikantsechtpaar wordt op de valreep op een wonderlijke manier vervuld, zodat ook de toekomstdroom waar de titel naar verwijst, een onverwachte invulling krijgt.’ Dat ‘flauw’ deel ik niet, of je moet wegen van God in het ‘echte’ leven ook flauw durven noemen. Zoals Buckland het beschrijft kan het gaan, en dat dat in een fictief verhaal overkomt als ‘toch nog een happy end’ maakt het mijns inziens nog niet direct ongeloofwaardig. Bovendien hoeven lang niet alle vragen wat betreft kinderloosheid opgelost te zijn als er een andere ‘onverwachte invulling’ voor in de plaats komt, hoe verwonderd je daar ook over kunt zijn. En wat te denken van alle nieuwe vragen en zorgen die adoptie (of pleegouderschap) met zich mee kan brengen. Schaduwen die ik aan het einde van dit boek ook wel zie opdoemen, al gaat het verhaal daar niet meer over. Theedoeken, toekomstdromen en toekomstuitdagingen dus.

(Blijft overigens wel een interessante kwestie: waarom we in boeken alle vormen van een happy end het liefst afkraken, terwijl we er in het echte leven dankbaar voor zijn)

N.a.v. “Theedoeken en toekomstdromen”, Hannah Buckland, uitgeverij De Banier, 2019

 

 

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Bruiloft

Tante Ma ligt op haar sterfbed, haar handen „samengebalde kleine klauwtjes.” „Ik ga, fluisterde tante Ma, naar de Bruiloft.” Dat laatste zinnetje uit ”Hoor nu mijn stem” bezorgde me een kleine schok. Een heel boek lang was ik niet geschokt geweest. Ik las het voor de tweede keer. De eerste keer had ik vaak gegrinnikt om de opmerkingsgave van Franca Treur, om de trefzekere spiegel die ze ons voorhoudt. De tweede keer zag ik veel scherper de hoofdpersoon, het kind Ina, dat zich altijd schuldig is blijven voelen over de dood van haar ouders (verongelukt terwijl ze Ina ophaalden). Een meisje dat zichzelf haat, en tegelijkertijd ontzettend haar best doet. Zou ze als haar tante Ma kunnen worden? Een kind van God, verzekerd van een plek in Zijn Vaderhart?

Een leeg boek, zoals sommigen beweren, is dit zeker niet. Dan heb je niet diep genoeg in de ogen van dit weeskind gekeken. Een slim kind is het, dat tijdens haar psychologiestudie ontdekt dat alles wat mensen over God zeggen door henzelf bedacht is. „Ja, tante Ma”, zegt ze tegen de stervende, al gelooft ze niet meer in de Bruiloft. Maar dat was de schok niet. Persoonlijk overtuigt bijna niets mij meer van Gods bestaan dan getuigenissen op de rand van de eeuwigheid. Glinsterende gezichten, brekende stemmen die stamelen over iets heerlijks, zwakke armen die zich verlangend uitstrekken naar iets wat wij niet kunnen zien. De feestzaal.

Maar steeds weer lacht de werkelijkheid je uit. Dat er meer wordt uitgezien naar nieuwe keukens dan naar de Bruiloft. Dat je aan het heilig avondmaal kunt zitten met een steenkoud hart. Dat de religieuze ervaringen die wij wel hebben zo vaak om onszelf lijken te draaien – wat overigens ook in tante Ma’s leven het geval leek te zijn. Zou het dan toch allemaal psychologie zijn? En dan word je wakker geschokt door dat ene woord Bruiloft (in een boek van Treur nota bene). Een woord dat geen zoete gevoelens oproept, maar een vreemde mengeling van pijn, wroeging en verlangen. Is dit wat David Wilkerson ”anguish” noemde? Als het hart van Jezus jouw hart inneemt, riep deze straatevangelist met zijn rauwe stem, dan wordt het eerst gedoopt in ”anguish”! Een heftige emotie over deze wereld, mijzelf incluis, die niet is wat ze zijn moet. Zo heftig dat het voelt als terugkerende pijn, als weeën. Een zucht naar vernieuwing, in en om je heen.

”Anguish” is op zichzelf geen gewenst gevoel. Niemand verlangt naar weeën, niemand roept ze zelf op. Maar zo komen wij in beweging. Zo komt de Bruiloft dichterbij. Daar is ons wezenbestaan vergeten. En wij, wij zijn in het Vaderhart.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Schrijven met hart en ziel

schrijvende vrouw met dienstbode

Sinds ik columns en artikelen publiceer krijg ik regelmatig de vraag om mee te lezen met een stuk tekst. Dat varieert van fictieve verhalen tot afscheidsbrieven. “Wil je even meelezen, meedenken, mee helpen verwoorden?”

Blijkbaar is iets aan het papier toevertrouwen best een spannend avontuur. Iets wat we liever niet helemaal alleen doen. Iets waar we een stok achter de deur voor nodig hebben, of een bezem die we nog eens door ons werk kunnen halen voor het definitief de wereld ingaat.

Schrijven doe je met hart en ziel. Het is iets persoonlijks, en je eigen schrijven beoordelen kan moeilijk zijn. Dit weet ik, en ook Tineke Smith (verhalenverteller en redacteur bij 10voortekst) weet dit uit eigen jarenlange ervaring.

Daarom willen we samen een ontmoetingsdag organiseren: ‘Schrijven met hart en ziel’.

Het moet zo’n dag worden waarop iedereen met schrijfwensen, -angsten of -problemen mag komen, naar een mooie en inspirerende plek. Een dag waar ruimte is voor zowel alleen zijn en gewoon lekker schrijven, alsook voor problemen of blokkades op schrijfgebied. Een dag waarop wij van harte jouw stok, bezem of luisterend oor willen  zijn. Of het nu gaat om het schrijven van een roman, om het optekenen van je levensverhaal of het beginnen aan die ene moeilijke brief waar je tegenop ziet; het mag allemaal.

Dit bericht is om te polsen wie er belangstelling heeft voor zo’n dag. Wie zou zich meteen aanmelden? Wat verwacht je ervan? Mail het ons via schrijvenmethartenziel@hotmail.com of reageer op dit bericht.

Na 20 september zullen wij de reacties verzamelen en bij voldoende animo een datum, plaats en prijs bekend maken.

NB Het maximaal aantal personen voor zo’n dag is 30, zodat we echt iedereen kunnen begeleiden. Bij meer belangstelling zullen we verschillende dagen organiseren. Qua richtprijs moet je denken aan ongeveer 70 euro per dag. Hierbij zit inbegrepen: een lezing en/of workshop, eventuele schrijfopdrachten (je mag dus ook schrijfsels of ideeën die je al hebt meenemen), intensieve begeleiding, koffie met iets lekkers, een heerlijke lunch, drinken gedurende de dag.

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Lezen

In de zomervakantie lezen mensen altijd meer dan gemiddeld. Of eigenlijk lézen ze dan vaak pas. Maar waarom? Je reinste kolder, mopperde onlangs een Bekende Nederlander. Lezen moet je gewoon altijd en overal en uitbundig doen, niet alleen in de vakantie.

Daarom aan het begin van het nieuwe seizoen maar weer een paar boekentips. Een selectie van wat ik in de vakantie (eindelijk uit-)las. In deze blog:

De expeditie naar de baobab

download

Wie van Karel Schoeman of van boeken over Zuid Afrika houdt, kan Wilma Stockenström niet zomaar passeren. De zuidafrikaanse Stockenström (1933) is auteur en acteur. Ze schreef gedichten, romans, toneelstukken en speelde filmrollen. Ze heeft veel prijzen gekregen voor haar werk. “De expeditie naar de baobab” (uit 1981) vond Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee zo goed dat hij het zelf in het Engels vertaalde. Daarom is het best gek dat haar werk in Nederland zo weinig bekendheid kreeg.  Uitgeverij Manuzio heeft inmiddels twee titels van haar uitgegeven, die ook al niet veel aandacht krijgen. Daarom nu een pleidooi: gun jezelf dit najaar een Stockenström.

De boekjes (novelles) zijn niet dik, dus er een ter hand nemen moet geen moeilijke opgave zijn. Volhouden misschien wel. Je moet er een fijnproever voor zijn. Kleine hapjes nemen en daar goed op kauwen. Neem om te oefenen deze eerste alinea van “De expeditie naar de baobab”.

Dan met verbittering. Maar ik heb mezelf verboden om verbitterd te zijn. Dan met spot, die alles vriendelijker opneemt, die zich doorzichtig houdt en zich nergens om bekommert; en ik kan vlug weer een boomstam binnenglippen, zoals een vogel zijn nest, en in mezelf lachen. En stil zijn ook, misschien alleen maar stil zijn om naar buiten te dromen, want het zevende zintuig is de slaap. 

Dit is bijna meer poëzie dan proza. Je zult deze zinnen dan ook niet begrijpen zonder de bereidheid om een oude, ietwat vreemde zwarte slavin beter te leren kennen. Zij is de vrouw die deze gedachten denkt. Of, zo stel ik me voor, zachtjes voor zichzelf uit mompelt. Want een gesprekspartner heeft ze niet. Niet meer. Ze vertelt ons lezers hoe ze als jong meisje het eigendom van diverse eigenaren is geweest, die alles met haar deden wat ze wilden. De een mocht ze, de ander niet. Nadat ze haar laatste eigenaar en metgezel in het leven op een dramatische manier verloor, dwaalt ze alleen verder en vindt in een grote holle baobabboom een huis. Daar mijmert ze alleen nog over het verleden, en leeft van wat de inlanders (die haar als bosgeest aanbidden) haar voorzetten. Het is een verhaal vol eenzaamheid, dat laat zich raden. Maar het is ook een verhaal vol Afrika, vol kleuren, geuren en mensen, die je, als je je mee laat nemen op de golfslag van de zinnen, gaat horen, zien en ruiken.  Een boek als een belevenis, waarin Stockenström alles tegelijk is: schrijver, dichter en acteur. Iemand die de gave van taal tot het uiterste verkent, en op die manier haar stem leent aan een slavin om haar te ontrukken aan haar naamloze ondergang.

Dr. Hans Ester in het nawoord: “De slavin wil niet ten onder gaan aan een vervliegende tijd. Zij schept haar eigen reis in een taal die drager is van haar vrijheid en haar vermogen om de regie over alle levenservaringen te behouden. Wilma Stockenstrom spreekt in haar werk een pessimistische levensvisie uit. Maar, in één vitaal opzicht is zij optimist, in haar geloof in de enorme kracht van het dichterlijk woord.”

N.a.v. “De expeditie naar de baobab; Wilma Stockenström; uitg. Manuzio, Kampen, 2017.

 

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Zingen van dorst

Of ik al gehoord heb dat Kinga Bán gestorven is, vraagt de eerste zoon die thuiskomt. Dat heb ik gelezen, maar veel meer weet ik niet over deze zangeres. In huize Stam wordt nu eenmaal meer Bach dan opwekking gedraaid. Hij zoekt een lied van Kinga op –„mijn lievelings”– dat we rondom de keukentafel beluisteren. De jongste kijkt kritisch. „Wel een beetje een gekke stem…” Zijn favoriete website is psalmboek.nl. (onmisbaar wanneer je op je slaapkamer kerkdiensten belegt).

Een paar dagen later lees ik dat opwekkingsliederen aansluiten bij de geloofsbeleving van mensen. Wie graag liederen van bijvoorbeeld Sela zingt, krijgt steeds meer moeite met een prediking van zonde en genade. Ik vraag me af of ik dat als een prognose moet beschouwen. Of de eerste zoon voorgesorteerd staat op afhaken, en de jongste onze gemeente niet zal verlaten.

Zelf houd ik ook niet zo van opwekking. Het is me vaak allemaal net iets te lief: de muziek, de teksten, de stemmen. Maar je komt er niet altijd onderuit. Tijdens de ontmoetingsdag van stichting Hart van Homo’s zongen we: ”Lopen op het water”. Terwijl ik worstelde met de melodie, werd er om me heen vol overgave meegezongen. Voordat ik het wist, kwamen de woorden binnen. „En als mijn voeten falen, dan faalt U niet… (…) En als de golven overslaan, dan blijf ik hopen op Uw Naam…” In deze zaal, op deze dag klonk dat allesbehalve triomfantelijk. Het klonk als een gebed.

Nu ben ik geen onderzoeker, maar zou het niet voor ten minste 50 procent zo zijn dat wat mensen graag zingen aansluit bij hun geloofsverlangen in plaats van bij hun geloofsbeleving? „Je zingt zoals je drinkt: van dorst” stond ooit op de muur van ons studentenhuis geschreven. Daaraan dacht ik toen ik een dementerende psalmen zag zingen. En toen ik hoorde over een 3-jarig meisje dat ”Ik zal er zijn” zong voordat de tumor uit haar buik verwijderd werd. Maar doen we dit niet allemaal weleens: met overbekende woorden een veilig nest maken voor ons angstige hart?

Zo zijn de liederen trouwens ook vaak ontstaan. Kinga Bán kon over de diepe pijn van het afscheid nemen van haar gezin nauwelijks praten, maar wel zingen. En ”Welk een vriend is onze Jezus” (mijn ‘lievelings’) kwam uit de pen van iemand die twee keer achter elkaar een verloofde verloor en zware depressies kende. Wij zingen van dorst, zoekend naar tegenwicht. Zo bezien heeft de een soms misschien een stevige psalm nodig, en de ander een opwekkend lied. Ik zeg het toch maar, voordat dit allemaal te lief klinkt.

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Lintjes of spijkers

Lid zijn van een afgescheiden gemeente heeft één voordeel: onverwacht kun je verrast worden door een stem uit de kerk van alle eeuwen. Onlangs, op een stille lijdenszondagmorgen, werd in de Kamper Poortkerk een preek van dr. Kohlbrugge gelezen. Dat ik diep onder de indruk was van deze zogenaamde ”Schedelpreek” uit 1847 is te zwak uitgedrukt. Het was alsof ik voor het eerst meegenomen werd naar een plateau hoog in een geestelijke Grand Canyon, met een duizelingwekkend uitzicht: Gods liefde. Je valt stil, bevatten is niet mogelijk.

Toen ik het leven van deze prediker nazocht vond ik verdriet, miskenning, eenzaamheid en lijden. Maar ook loffelijke getuigenissen. „In zijn gemeente was hij aller vader; als aan een grote spijker hing men aan hem kind en kleinkinderen.”

Tijd voor een lintje, zouden we nu zeggen. Daar wilde ik het vandaag eens over hebben. Ik wil geen zuurpruim zijn die anderen geen hulde gunt. En als men mij onverwacht riddert voor vijfduizend keer de keukenvloer boenen, zal ik niet protesteren. Maar iets aan die hele lintjesregen laat zich natuurlijk totaal niet rijmen met het geloof, en dat is het selectieproces. Want geloof aanmerkt de dingen die men niet ziet, en onderscheidingen krijg je alleen voor wat wél gezien en bewezen kan worden. Als we als christen al ridders slaan, zouden dat ongeziene lastdragers moeten zijn. Mantelzorgers bijvoorbeeld. Juist na Pasen zouden we moeten weten dat in Gods koninkrijk de kroon gaat naar wie in onze ogen geen heerlijkheid heeft. En dat de grootste liefde uitgaat naar wie daar het minst voor in aanmerking komt. Als íemand dat wist, dan Kohlbrugge. „Ik ben een harde schedel, nochtans ben ik zeer week gemaakt en gesmolten in Zijn liefde. Ik lig hier buiten op het kerkhof, nochtans ben ik in het Paradijs! Al het lijden is vergeten! Dat heeft Zijn grote liefde teweeggebracht, toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha.”

Ik stel voor dat we het lintje voortaan vervangen door een spijker. Die sla je in een lege witte muur. Als je er langs loopt denk je niet alleen aan vader Kohlbrugge, maar ook aan ”De soldaat die Jezus kruisigde” (Martinus Nijhoff). Die de hamer al heft, liefdevol zijn naam hoort noemen, en dan voorgoed het grote geheim beseft van zijn daad. „Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand /Trek ik een visch –zijn naam, zijn monogram– / In ied’ren muur, in ied’ren balk of stam / Of in mijn borst of, hurkend, in het zand / En antwoord als de menschen mij wat vragen: / „Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.”’ Groter eer is niet denkbaar.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

De hals van de fles

Iemand vertelde me dat ze tijdens het Heilig Avondmaal wel op haar stoel wilde gaan staan. Vermoedelijk worden er nu reformatorische wenkbrauwen gefronst. Wij zijn ingetogen mensen. En voor geestelijk hoog oplopende emoties moet je bijzonder oppassen.

Met vrees en beven las ik ooit ”Religieuze gevoelens” van de opwekkingsprediker Jonathan Edwards. Er bleef niet veel van me over – voor mijn gevoel. Tegelijkertijd kwam ik in zijn autobiografische ”Personal narrative” geestelijke bergtopervaringen tegen waaraan Edwards niet lijkt te tornen. Zo gaat hij op een dag te paard de natuur in, waar Jezus aan hem verschijnt met een majesteit en heerlijkheid die hem alle denken beneemt. Zijn hart is een vulkaan van vreugde en pijn tegelijk, zijn geest één brandend verlangen om Christus lief te hebben met een heilige, pure liefde. Een uur lang ligt hij plat op de grond, luid huilend.

Edwards schreef zijn verhandeling dan ook niet omdat geestelijke gevoelens inferieur zouden zijn, maar omdat ze essentieel zijn. Als geloven gaat over de relatie tussen Christus en de ziel zijn emoties daar een onderdeel van, dat kan niet anders. De vraag is: hoe zuiver is hun bron en richting? Daar zit het probleem. Wij kennen onszelf zo slecht.

En de ander nog slechter. In Bethanië zat een heel rijtje gefronste wenkbrauwen aan tafel. Niet zo overdreven Maria, een paar drupjes nardus was ook genoeg geweest, denk aan het geld. Maar dan zegt de Enige met het juiste zicht op de dingen: laat haar begaan, ze doet iets heel belangrijks in de heilsgeschiedenis!

Ik blijf daarover nadenken. Besefte Maria zelf ten volle wat ze deed? Misschien wel, misschien ook niet. Misschien maar half. Misschien ging ze „slaapwandelend haar weg” (A. A. van Ruler). In elk geval is ze uiterst kwetsbaar hier. Soms weet je niet wat je doet, of waarom je iets doet. Je weet alleen dat je hart je dringt, en dat het niet te stoppen is.

Maar Jezus weet dat het hier allemaal perfect klopt. Overvloed kan alleen maar beantwoord worden met overvloed. Zijn komende offer klopt met Maria’s emoties. Een overlopende beker kan alleen beantwoord worden met een overlopend hart. Of dat hart je nu op een stoel doet staan, de hals van een kostbare fles laat breken, in een vloed van tranen plat neerlegt, of iets heel anders, is in wezen hetzelfde. Hij weet dat.

Laat dat hart dan begaan, ondanks kritiek. Laat het maar breken, laat de liefde stromen. Misschien word je voor veel meer gebruikt dan je beseft en weet.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Bloemen uit Nashville

Deze column had vandaag in het Reformatorisch Dagblad moeten staan, maar werd niet geplaatst omdat ‘Nashville’ voorlopig een thema met een slot erop blijkt te zijn. 

Alle columnisten schreven over Nashville, dus ik maar niet. Als iedereen op de hoofdweg rijdt, ga ik liefst links of rechts. Maar laat ik nu juist in de zijstraatjes van Nashville dingen tegenkomen die niet onopgemerkt mogen blijven. Zoals het meest waardevolle dat mensen te zeggen hebben meestal niet in hun bewuste uitspraken zit maar in hun terzijdes, in ogenschijnlijk achteloze postscriptums, zo moet je de winst van Nashville niet zoeken in kerndiscussies of betogen, maar in de bijverschijnselen. In Nashvilles drassige berm bleken bloemen te groeien. Hierbij een troostboeketje, voor lezers met as op hun hoofd.

De NRC plaatste een zeer respectvol opgetekend portret van Gerrit. Homo, reformatorisch christen, uit de kast. Gerrit (30) vertelt dat hij celibatair leeft, omdat een relatie met een man zijn relatie met God zou beschadigen. ‘Ik zou het buiten het gebed laten.’ Hij houdt van kinderen, vindt bruiloften soms pijnlijk, maar zegt ook: ‘Ik hoef niet alles te hebben wat mijn hart begeert. (…) Hij geeft me kracht het kruis te dragen, en daarom zie ik dit leven als iets om dankbaar voor te zijn.’

Even later was daar moeder Kamphuis, in Trouw. Niet met haar gezicht in beeld, wel met haar volle moederhart voor een zoon (John Lapré) die wel voor een homo-relatie koos. Een verhaal over liefhebben en welkom heten tot het einde, al blijf je het fundamenteel oneens met iemands keuze. Een zeldzaam voorbeeld bovendien van eerlijke, kwetsbare communicatie tussen ouder en kind, waardoor juist liefde de boventoon kan blijven voeren.

Tenslotte verscheen onlangs (wat een timing) ‘Hoopvol leven’ van de Amerikaan Wesley Hill waarin hij zijn zoektocht naar celibatair leven als homo in alle facetten beschrijft. Een boek dat elke christen verplicht zou moeten lezen.

Drie bloemen, drie verhalen. Het waren verhalen die me overhaalden om ruim een jaar geleden bestuurslid van Hart van Homo’s te worden. (Een stichting die geen overheidssubsidie meer krijgt, maar – en dat is dan het lintje om het boeket – de afgelopen weken opvallend veel support ontving in allerlei vorm) Niet alleen de schrijnende verhalen raakten me, maar ook de hoopvolle – van “Gerrits”. Verhalen die een aparte aantrekkingskracht uitoefenden, omdat ze een boodschap hebben die steeds zeldzamer wordt. Dat kruisdragen achter Jezus aan rijker maakt. Dat een beperking een geheim kan inhouden. ‘Ik ga er niet minder maar meer ten volle van leven’ zegt Hill.

Dat Hill-perspectief gun ik niet alleen worstelende homo-jongeren, maar mezelf en iedereen. Daarom mag het in een definitief Nashville-document niet ontbreken.

PS Ik wil best helpen met herformuleren. Kunnen ze in elk geval niet meer roepen dat de NV typisch een product is van enkel mannen-in-zwarte-pakken. Maar dat natuurlijk geheel terzijde.

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/01/09/een-relatie-met-een-andere-man-zou-mijn-relatie-met-god-beschadigen-a3274460

https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/bij-anneke-kamphuis-zijn-haar-zoon-en-zijn-man-welkom-en-dat-waardeert-niet-iedereen-in-elspeet-~a286e4e1/

http://www.uitgeverijvanwijnen.nl/wesley-hill-9789051945638.html

Hart van homo´s

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties