Volgen en een schone dag

Omdat ik er al een paar keer vragen over kreeg: ja, het is mogelijk dit weblog te volgen. Ergens van onderen komt regelmatig – als het goed is – een grijs balkje op met ‘volg’. Als je daarop klikt en (anoniem) je mailadres invult, krijg je een berichtje zodra er iets nieuws op de site is geplaatst.

En…wat was het een schone dag vandaag. Een dag om je oudste per trein uit logeren te brengen en te ontdekken dat ze onderweg net zoveel van zwijgen en staren houdt als jij. Een dag om een eerste lentewandeling te maken in het bos van je kinderjaren, samen met je dochter en je ouders. Een dag om stillekens een zieltogende Polare-vestiging binnen te sluipen en wat vers bloed te doneren. Een dag om Rinus nieuwste Spruit te koesteren in een hoekje van de trein en samen met je buurvrouw in de lach te schieten om de schapenkop op de cover. Een dag om later thuis te komen dan gepland, omdat je niet kunt stoppen met lezen. Een dag waarop het water tegen zessen in zilveren plasjes op het pikzwarte land ligt. Een dag om bij de brug te treuzelen omdat het Kamper stadsfront imposant is als immer. Een dag om bij thuiskomst gelijk aan te schuiven en te genieten van wat je echtgenoot je opdient. Een dag om aan de balk te spijkeren.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Bruid en Bruidegom

Laat me vandaag – ter aanvulling op het stukje over lezen – nog iemand noemen die ik nu eigenlijk al tien jaar onafgebroken lees. Met tussenpozen dan, en meestal als voortreffelijk medicijn.

Het gaat om de brieven en dagboeken van Mary Winslow (1774-1854), die ze schreef aan haar kinderen en haar vrienden, nadat ze een dochtertje verloor en bijna tegelijkertijd weduwe werd.

Ik weet niet precies wat het is – soms heb je gewoon vriendinnen uit een andere eeuw.

In elk geval verstond Mary mijns inziens als geen ander het mysterion, het gescheiden en toch al verenigd zijn met de Bruidegom. Het terugverwachten van Hem was de kern van haar leven, hoe intelligent, belezen en ontwikkeld ze ook was. Mocht iemand twijfelen aan het bestaan van een dergelijke innige omgang met Jezus, lees dan Mary Winslow.

“Lieve vriend, het is net vijf uur ’s morgens; en ik heb juist mijn bureau geopend om u te vertellen hoe dikwijls ik aan u denk, hoezeer ik niet alleen verlang naar uw ziel in Christus Jezus en hoe graag ik zou horen dat u niet alleen veilig in Christus bent, maar ook dat u zich in Hem verheugt. Er is een gezegende werkelijkheid in ware godsdienst, een heilige werkelijkheid. Er bestaat zoiets als een nauwe, heilige omgang met de allerhoogste God, de eeuwige Vader, geopenbaard in Christus Jezus. (…) ‘Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, vóór de grondlegging der wereld.'”

“Nooit was Hij meer mijn Vriend dan toen Hij me familieleden, geld en land afnam, me verootmoedigde aan Zijn voeten en zei: ‘Ik ben met u, en zal met u zijn tot het einde.’ En nu had ik het om duizenden werelden niet willen missen. En dat zult ook u moeten zeggen. Ik draag u op mijn hart als een lieve mede-pelgrim naar een hemelse erfenis.”

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Lezen

 

Afgelopen dagen gewerkt aan een artikel voor ‘De Hervormde Vrouw’ over lezen. (na verschijning in april plaats ik het op mijn weblog) Aangezien ik zelf geen hervormde vrouw ben, was het een beetje tasten naar het lezerspubliek. En uit mijn eigen brein wist ik niet zoveel geleerdheid over dit onderwerp te zeven. Toch moesten er 1500 wijze woorden komen.

Maar gelukkig, er bleek een prachtig boek over te zijn. Enny de Bruijn heeft het al eens besproken in het RD: ‘Lees!’  van Tony Reinke. Hierin vind je werkelijk alle bezinning die je als lezende (orthodoxe) christen nodig hebt. Ik wil het hierbij iedereen van harte aanbevelen. Ook niet-lezers, want die moeten oppassen dat ze hun ziel niet tekort doen, is Reinkes betoog.

Ook ik-wil-wel-maar-geen-tijd-lezers krijgen een lesje. Ik heb het ook lang geroepen: bijna geen tijd meer om te lezen! Maar na Reinke heb ik weer een boek in de keuken liggen, voor onder het koken (heel toepasselijk: ‘De deugdzame huisvrouw’ van Rachel Held Evans) en eentje bij het bad (nee, niet ‘Badwater’), eentje in de tas (iets mystieks, ik verklap niet wat). Want ook al lees je maar kleine stukjes tegelijk, je leest wel. En dat is niet alleen goed voor je humeur, lezen is (letterlijk) van Levensbelang. ‘Een christen leest’ zei dr. H. van de Belt ooit tijdens een lezing. 

Maar vooral, hoog boven alles uit, de Bijbel. Want: ‘Als je de heerlijkheid van Christus hebt gezien, verandert dat de manier waarop je boeken – alle boeken – leest.’

Lees!

 

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Liefde

Vertel ons, dwaas, wie weet er meer over de liefde – degene die er vreugde uit schept of degene die eraan lijdt? Hij antwoordde: Je weet niets van liefde tenzij je beide kent.

(Ramon Lull, The Book of the Lover and the Beloved)

Wanneer ik mij inbeeld dat ik wil leren God lief te hebben – en mijn echtgenoot, en anderen die God me gaf om lief te hebben – laat me dit verlangen dan testen op mijn bereidheid om beproeving en pijn te verdragen. Als ik dat aanvaarden kan – ‘Ja, Heere!’- gelovend dat God er een doel mee heeft, dan ben ik bezig de les van de liefde te leren. Als ik het niet kan, is dat een helder bewijs dat mijn verlangen om lief te hebben niet waarachtig is.

Daily Devotional – Elisabeth Elliot (door mij vertaald)

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Bestaat meneer Gabriël echt?

Grappig, die steeds terugkerende vraag: heeft de ontmoeting met meneer Gabriël echt plaatsgevonden? (of zuig je soms alles uit je dikke duim?)

Blijkbaar doet het er toe. Of af. Tenminste, ik heb sterk het gevoel dat een bevestigend antwoord tot aanbeveling voor de lezer zal strekken.

Mede-columnist Gert van de Wege heeft aan dit gegeven al eens een column gewijd, die hier te lezen is: http://gertvandewege.blogspot.nl/2013/10/echt-niet-gebeurd.html

Maar ik begrijp de vragen wel. Als het een roman zou betreffen, weten we tenminste waar we aan toe zijn. Dan is misschien dertig procent waargebeurd, en zeventig procent verzonnen. Of andersom. In elk geval: je kunt er niet voetstoots van uitgaan dat het hele verhaal kant en klaar uit het leven gegrepen is. Dat hoort zo bij de ‘soort’, en wie daar niet van gediend is, die leest gewoon geen romans.

Maar een columnist, wat voor voor vlees hebben we dan in de kuip? Ik denk dat de meeste broeders en zusters RD-columnisten niet zoveel verzinnen. Hoewel..? Er zit een ondeugende tussen, een eerwaarde nog wel…Maar over het algemeen schrijven ze korte betoogjes, met als doel het overbrengen van diepe of minder diepe waarheden die je ook zonder veel verbeeldingskracht volgen kunt.

Kijk je naar andere dagbladen, dan zijn de columnisten meer een soort narren. Ook zij hebben altijd een ‘boodschap’ over te dragen, maar je mag alles, en dan ook letterlijk alles opschrijven om die creatief verpakt te brengen.

Het een is niet minder dan het ander, zo bedoel ik het niet. Het gaat erom dat je column ‘een stukje proza is waarin je puntig en uitdagend je visie uiteenzet’. De kwaliteit wordt bepaald door een bepaalde (puntige) samenhang van onderwerp, invalshoek, standpunt en stijl. Maar hoe je dat doet, is altijd een vrije en persoonlijke keuze.

Terug naar meneer Gabriël. “I love Gabriël!!” mailde een vriendin. Waarop ik vroeg: moet je niet eerst vragen of hij wel echt bestaat? Haar antwoord:

jij denkt dus hij bestaat.

jij staart dus hij bestaat.

jij schrijft dus hij bestaat.

Hij bestaat dus. Ik heb hem gezien. En beschreven. Maar hem ook – zoekend naar de waarheid die zich vrijwel altijd ergens achter de feiten en tussen de regels door bevindt – verkleed en bijgepunt totdat hij keurig in mijn columnlijstje paste. Voor wie het gelooft is het waar.

 

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Gedig vir jou

Al sou ons sleepvoet en doekvoet loop

hande krom soos haakdoringbos

al het die wind die gousblom gestroop

 

al het die jare ons uitoorlê

sal ek jou heel my lewe lank bly liefhê

 

(George Weideman)

Voor mijn verjaardag kreeg ik de cd: “Gedig vir jou”. Zuid-Afrikaanse poëzie met piano en zang. Nauwelijks onder te brengen in een of ander genre, maar heel erg mooi en subtiel gemaakt. Vandaar dat ik een beetje reclame maken wil.

In het tekstboekje vind je de complete gedichten van onder andere Elisabeth Eybers, George Weideman en Ernst van Heerden. Mistroostig, vrolijk, melancholiek en troostend.

Musiek 

Aan hierdie hart se tenger kelk

het U getik en fyn

uitdeinend sing die glas

sy melodie van pyn.

U lê ’n vinger op die rand

wat skrynend, weerloos tril,

en skielik word my hart

se fyne smartsang stil.

(Ernst van Heerden)

De cd kost 15 euro en is te bestellen via http://www.musicm.org

(Pssst.. het lijkt me trouwens ook een perfect valentijnscadeau. 😉

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Gabriël

De nieuwste column voor het Reformatorisch Dagblad:

Ik wilde nog eens schrijven over engelen, en ook over werkende moeders. Enig verband tussen de onderwerpen leek me niet waarschijnlijk. Of het moest zijn dat ik ze allebei voor me uit schoof; het eerste omdat ik er meer over lezen wilde, en het tweede omdat ik bang was op vele tenen te trappen, inclusief die van mezelf.

Met een schrijfboekje op zak nam ik de trein. Het was een van die maandelijkse dagen waarop alles een minder fleurig jasje draagt. Ik kwam naast een oudere man terecht. Glimmend geworden beige regenjas, morsige alpino. Voordat hij een dik bibliotheekboek dichtklapte en zijn trillende, met levervlekken bezaaide handen over het kaft vouwde, zag ik de titel: ‘De Krimoorlog’ van Orlando Figes.

‘Een interessante schrijver,’ zei ik. Laatst heb ik “Schrijf je me?” van hem gelezen.’ (liefdesbrieven van en naar een Goelagkamp)

‘Ja zegt u?’ zei hij. ‘Da boek heeft mij véél emosies gegeven. Dan ben ik alles van Figes gaan lezen.’ Geen trouwring. Ik dacht na over de tactische formulering van een volgend aasje.

‘Ik hoor uw onuitgesproken vraag.’

‘En het antwoord is..?’

Hij giechelde even zonder dat zijn gezicht van uitdrukking veranderde, en repeteerde iets binnensmonds. Dan luider: De herinneringen van ieder mens bevatten zaken die hij niet aan iedereen openbaart, maar hoogstens aan vrienden. Er zijn er ook die hij niet aan zijn vrienden zal onthullen, maar hoogstens aan zichzelf. Maar tenslotte zijn er ook dingen die een mens zelfs niet aan zichzelf durft te bekennen…‘Affijn, zoek da maar na in het verzameld werk van Dostojevski.’

Ik schoot in de lach. ‘Voor een student als gij is da toch nie moeilijk.’

‘Ik ben geen student.’

‘Wat is dan uw stiel?’

‘?’

‘Uw professie?’

‘Ik ben niets,’ zei ik. Het was een van die maandelijkse dagen waarop de neiging tot pathetiek even onbedwingbaar kan zijn als het eten van chocolade. ‘Ik heb geen echt afgeronde opleiding, geen echte baan ook; ik kreeg al snel vier kinderen.’

‘Kind, wat schoon.’ Het was een van die maandelijkse dagen waarop één woord in staat is om véél emosies op te roepen.

‘Een priester heeft ooit gezegd: “Beoordeel uw leven op verlies, en niet op winst. Niet op de wijn die u dronk, maar op die u vergoten hebt. Want de kracht der liefde bestaat in het offer der liefde. En hij die het meeste lijdt, heeft het meest te geven.”

‘Ik zie, u hebt een notiesieboek,’ knikte hij tevreden. ‘Welaan, zet daar bij:  Johannes 15:13.’ Er twinkelde iets in zijn houding. ‘Verzameld werk van Jésus.’

De conducteur kwam, mijn buurman strekte zijn arm over mijn boekje heen, en toonde zijn pas. Toen zag ik zijn naam: Gabriël  V.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Hoop

Hebben jullie het gemerkt? Vandaag is er hoop!

Op het voorjaar.

(Gelukkig valt Mertens snotneus niet zo op)

2014-01-28 11.49.01

Zo helder, helderder
dan water is de lucht
doorzichtig stil
te dun om te trillen
en helemaal nieuw
nog niets erin
geen stof geen vocht
geen rimpel
overal smelt het
zwelt het, glimt het
nu gaan de dingen
weer beginnen
te gebeuren
het eind
van de winter
en juist ook
tintelen stemmen
naar binnen.

Judith Herzberg

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Verhaaltje voor het slapengaan

Gijs gaat naar bed.

“Mam, wat wil je morgen graag voor je verjaardag: een televisie of iets met heel veel kusjes?”

“Iets met heel veel kusjes.”

“O gelukkig maar, anders had ik nog twee hele grote dozen nodig.”

Ik lees hem nog een hoofdstuk voor.

“Nu nog een zelf verzonnen verhaaltje.”

Er was eens een jongetje met een bruine krullenbol en wangen als appels. Hij heette Gijs. Op een dag kroop Gijs bij zijn moeder op schoot en zei: mama, vraag eens aan mij: ‘Vind je mij lief?’

Gijs, vind je mij lief? vroeg mama.

Nee, zei Gijs

Waarom niet?

Omdat je zo vaak boos op me bent.

Dat moet, als je stout bent.

Nee hoor. Want als jij niet meer boos doet, ben ik niet meer stout.

Even later. Gijs, vind je mij lief?

Nee. Dat zei ik toch al?

 

(MAM, je moet een verhaaltje VERZINNEN!

Even wachten, ik ben nog niet klaar.)

 

Toen moest mama heel erg huilen, en kroop boven in haar bed.

Gijs vond het heel naar.

Hij maakte heel het huis schoon, kocht een bos bloemen en zette die in een vaas op tafel. Daarna maakte hij een grote kersentaart met heel veel slagroom.

Mam, riep hij onderaan de trap. Maar hij hoorde niks. Hij sloop naar boven en zag een dikke bult onder de dekens. Hij duwde er zachtjes tegen. Gijs, zei de bult met een beverig stemmetje, vind je mij lief? 

Kom maar eens beneden kijken! riep Gijs, en gooide de dekens opzij.

Toen ze zag hoe netjes en mooi alles was, sneed mama de taart in tweeën. De ene helft at ze zelf op, de andere helft kreeg Gijs.

“Mam, jij bedenkt altijd verhaaltjes die half van de wereld zijn hè?”

“Misschien wel ja.”

“Zullen we dan morgen samen een kersentaart opeten?”

 

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Ziek

Vond u het stil?

Dat klopt; ik ben een aantal dagen flink ziek geweest. ’s Nachts dreef ik het bed uit, en kwam ik plotseling mensen tegen waarvan ik dacht dat ze al lang uit mijn leven vertrokken waren. Mijn hoofd was een zwaar kloppend gevaarte, en zonder pillen deed alles, alles pijn. Als je echt goed ziek bent, is dat even het enige verhaal in je leven.

Die laatste uitspraak leen ik van Peter Hobbs, schrijver van de roman ‘De eindigheid der dagen.’ Ik herinnerde me ineens dat hij in een interview een paar mooie dingen gezegd heeft over wat ziekte met je doet. Het maakt je eenzaam, dat voorop. ‘Ziekte is een vreemd land, waar je altijd alleen naar toe gaat.’

Ziekte laat je ook heel anders naar de wereld om je heen kijken – een beetje als wanneer je in het buitenland bent. Zoals je daar vaak niet alle gemakken van thuis hebt; zo beperkt ziekte je in mogelijkheden die je anders wel hebt.

Normaal gesproken houden we niet zo van een hele dag binnen zitten, Mert en ik. We wandelen, doen boodschappen, stappen op de fiets. Nu keek hij af en toe vragend naar zijn moeder, die maar op de bank bleef hangen. Hij duwde eens even op haar neus, die gelukkig nog steeds ‘toettt!’ kon zeggen. Af en toe kwam hij er gezellig bij hangen, zittend op mijn buik, zijn rugje tegen mijn opgetrokken benen. Een horizontale moeder biedt weer andere mogelijkheden dan een verticale.

Dan rommelde hij maar weer wat in de keuken en kwam op een gegeven moment terug met het bakkwastje. Hij ging op zijn stoeltje zitten, spreidde zijn handje in de lucht en liet het kwastje zachtjes tussen al de vingers door gaan. Vervolgens kreeg het andere handje een beurt. Alles onder zacht geneurie. Zo mooi, zo vredig.

Ik denk niet dat ik het opgemerkt had, als ik niet zo lamlendig op die bank had gehangen en keek naar het enige dat nog zonder veel  krachtsinspanning te bekijken viel. Ziekte maakt je, juist door de begrenzing, sensitief voor andere zaken dan normaal.

Het verbaast me dan ook niks dat Peter Hobbs ‘De eindigheid’ begon te schrijven in een tijd van ziekte. Wat Charles (de hoofdpersoon) zoal ziet en denkt, zijn precies de gedachten en observaties van iemand die voortdurend te maken heeft met fysieke beperkingen, met dreigende of aanwezige ziekte. Ze zijn totaal anders dan die van een ‘gewoon’ jong mens vol energie.

Misschien heeft het boek pijn wel als hoofdthema. Fysieke en emotionele pijn, die soms samenvloeien -hoe alleen is een mens dán. Pijn over het verleden dat onomkeerbaar is. Pijn om twijfels in zijn hart: ken ik Hem eigenlijk wel? Ook Harr, de jonge vrouw die hij vaak bezoekt, heeft veel pijn te verduren. Charles lijdt mee als een goed pastor, en nog veel meer als stille minnaar. Harr is de pijn van een toekomst, die hem ontglipt.  Maar tegelijk laat ze nog iets zien: ‘Haar ziel lijkt zo gezegend met de liefde van onze Meester dat ik door in haar aanwezigheid te verkeren het gevoel heb nader tot hem te komen. Zij moge dan in ziekte zijn vervallen haar beloning is dat ze is gered en haar gezelschap verlicht mijn lasten en brengt de worsteling van mijn ziel tot bedaren. Zij breekt de dag.’

Gezegende zieken zien niet zoveel meer, alleen nog datgene wat afdaalt en op ooghoogte komt. Het kruis, de Man die eraan hing. ‘Onze ziekten heeft Hij op zich genomen.’ De vraag naar de zekerheid daarvan, maakt dit boek een van die stille literaire schoonheden, die even kostbaar als zeldzaam zijn.

‘Een gevoelige en subtiele analyse van het geloof dat op de proef wordt gesteld’ (Sunday Times)

Wie halverwege gestruikeld is over de onmogelijke zinnen in dit boek – die groep is bij mijn weten vele malen groter dan die der liefhebbers – wordt bij dezen hartelijk gestimuleerd om een nieuwe leespoging te doen. Zie ook de column hierover in het archief.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties