Een schrijvende schoonzus

Zo traag als ik ben in het produceren van een boek, zo snel was mijn (Engelse) schoonzus. Het is haar gewoon gelukt: een mooi en meeslepend verhaal schrijven dat op goed historisch onderzoek berust, met het lieflijk landschap van Kent als decor.

9200000040480964

Rebecca Stubbs is de dochter van een Engelse dorpspredikant in het Victoriaanse tijdperk. Haar kindertijd is een idylle van geborgenheid. Beide ouders geven zich helemaal aan de kerk en boerengemeenschap, waaronder veel armen. Maar dan komt de koorts, en Rebecca moet zich als wees alleen zien te redden.

Het vinden van haar eigen plaats in de wereld kost de nodige strijd. Ze wordt ‘housemaid’ in een groot landhuis. Zal ze ondanks eenzaamheid en hard werken haar geloof behouden? Zal ze – terwijl ze het leven van de mensen om haar heen tot bloei ziet komen – altijd een buitenstaander blijven?

Dit zegt de flap over Hannah Buckland (schrijversnaam):

“Hannah Buckland lives on her family’s farm in the beautiful county of Kent, England, with her husband and their two lively and delightful sons. She enjoys home life, meeting up with friends, and helping on the farm, especially during the busy lambing season. She works part-time as a nurse and is a member of a Baptist church.”

En dit zegt de flap over haar boek 😉

20160112_213136

Wie van Engeland (Kent), historie, de schrijfstijl van Charlotte Brontë en van domineesdochters houdt: ‘Rebecca Stubbs’ is te bestellen via deze link:

http://www.bol.com/nl/p/rebecca-stubbs/9200000040480964/

Laat u niet te zeer afschrikken door de nogal zoete Amerikaanse cover. Dat hoort er nu eenmaal bij.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Verwachting

Dichter-dominee Jaap Zijlstra is overleden. In het allerlaatste bericht op zijn facebook-pagina schreef hij:

“Tot mijn verdriet deel ik u mee, dat ik niet langer gedichten zal plaatsen. Ik ben er niet meer toe bij machte. Als u iets verheugends voor mij wilt doen, schrijft u dan volgend gedicht (Verwachting, CS) nauwkeurig over en bewaar het.

Ik ben uitgeput. Dank, dank, dank, jullie allen, voor alles. Vrede en alle goeds ! Jaap Zijlstra”

Laat ik nu ongeveer twee jaar geleden in de adventstijd een blogje gemaakt hebben over dit gedicht. Hierbij herblogd

2013-10-21 16.53.21

gemaakt tijdens een wandeling over de Zwartendijk – Kampen, tegen vijven.

VERWACHTING

Als de dag begint te doven
en de zon mij niet meer ziet,
als de schemering gaat komen
en ik stil word van verdriet,
als de nacht valt en mijn vogel
niet meer opdaagt met een lied –
na mijn duisternis Uw licht,
na mijn zwijgen Uw gedicht.

Jaap Zijlstra

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Stomme beelden

Mijn column van vandaag:

Zondagmiddag had er een kleine beeldenstorm plaats. De stenen kwamen van de kansel. Niet dat de voorganger zo’n woesteling is. Het was de Heidelbergse Catechismus: „Wij moeten niet wijzer zijn dan God, dewelke zijn Christenen niet door stomme beelden (verontwaardigde kinderblikken naast me), maar door de levende verkondiging Zijns Woords wil onderwezen hebben.” En wat zat er sinds de ochtendpreek nu net in mijn hoofd? Juist. Een stom beeld.

Als student Kunstgeschiedenis heb ik veel (Bijbelse) afbeeldingen moeten stampen. Regelmatig overkomt het me dat de Woordbediening in de vorm van zo’n beeld op mijn netvlies blijft staan, hardnekkig als een vastgelopen dia. Zo ook na die zondagmorgenpreek over de visitatie – een kunsthistorische term voor de ontmoeting tussen Maria en Elizabet.

Wat ik deze zondag voor me zag, was niet zo’n middeleeuws paneel met halo’s, weelderige gewaden, theatrale gebaren, bijfiguren en een wierooklucht. Het was een simpele kleine houtsnede van Margaret Adams Parker uit 2005 waarop een jonge en een oude vrouw elkaar treffen binnen de intieme omlijsting van een deurpost. Hun kleding is eenvoudig en functioneel, doet denken aan klederdracht. Zoals Elizabet hier is geportretteerd, oud en mild, zegt meer dan duizend woorden. Zo stel je je Kee van Kapelle voor uit ”In Zijn arm de lammeren”. Zo herinner ik me een van mijn Walcherse oudtantes, van wie ds. G. Boer gezegd zou hebben dat genade haar „gracieus” had gemaakt. Dat is de schoonheid van de godsvrucht. Dit zijn de protestantse ‘heiligen’ aan wie je je diepste zielenraadsel zou willen toevertrouwen.

Maar bij Elizabet is dat niet meer nodig. Ze weet alles al. Oneindig teer heeft ze haar linkerhand om Maria’s gezicht gelegd. In dit ‘stomme’ gebaar heeft Adams Parker alles samengebald wat Elizabet weet, zegt en gelooft. Die hand peilt en troost dat afgepeinsde hart, dat geen woorden vindt voor wat met de grootste welsprekendheid verteld nog steeds ongeloofwaardig zou zijn: dat dit niet een persoonlijke misser van Maria is, maar heil dat zich mensbreed en eeuwendiep uitstrekt naar Christus’ komst.

Ik heb niets tegen de Heidelberger, ik zou alleen willen weerspreken dat beelden –op wat voor manier dan ook– stom zijn. Beelden communiceren. Ze roepen iets in herinnering, zoals een stukje brood en een beker wijn ons hart kunnen opheffen tot Christus en wat Hij gedaan heeft om onze ziel te troosten. Protestantse beelden kennen hun plaats; ze vragen niet om aanbidding. Maar soms vraagt aanbidding om verbeelding. Een hart dat vol is van de levende verkondiging kan uit z’n voegen barsten. Dan staat het op en onderneemt de soms lange en moeizame reis naar een ander hart. Het schept een beeld, het maakt een gedicht, zingt een lofzang, of schrijft een paar vluchtige woorden in de marge van een krant.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Elk leven een kostbaar wonder

Recensie van “Winter in Gloster Huis” van Vonne van der Meer:

scale

In 2013 hield de schrijfster Vonne van der Meer een lezing over de toekomst van de roman. Ze had pittige kritiek op „de terreur van echt gebeurd” en op „toenemende obesitas” onder romans.

Haar roman ”Winter in Gloster Huis” lijkt een dappere poging om evenwicht te brengen: een dunnetje. En van begin tot eind aan haar eigen verbeelding ontsproten. Of toch niet helemaal?

In de bewuste lezing vroeg Van der Meer zich ook af waarom het geloof geen thema is in eigentijdse literatuur. Zijn schrijvers soms bang voor kritiek? Zelf beschreef ze in ”Het smalle pad van de liefde” (2013) hoe de hoofdpersoon, May, na overspel tot geloof komt. Literaire hoofden werden meewarig geschud. ”Maar dan volgt Mays bekering”, kopte Trouwrecensent Rob Schouten. Die aardse verliefdheid kon hij goed meemaken, maar de hemelse niet.

In ”Winter in Gloster Huis” gaat de auteur subtieler te werk. Het is 2024: onze koning zit al tien jaar op de troon, prinses Amalia heeft een minnaar, en het belangrijkste: de Klaar met leven-wet is aangenomen. Wie boven de tachtig is en doorleven zinloos vindt, mag er gelegitimeerd mee stoppen.

Kistje met diamanten Dan overlijdt ergens een oude vader. In het sterfhuis ligt een brief aan zijn twee zonen. Ze moeten zorgen dat ze erbij zijn als de (gehuurde) traplift wordt weggehaald. Want achter de rail bevindt zich een holte, waarin een kistje met diamanten moet staan. De vader heeft het toevallig gevonden toen een monteur de lift plaatste, net gedaan of het een onbetekenende jongensschat was en het kistje weer teruggeplaatst. „Als ik mijn heup niet gebroken had, was dat liftje er niet gekomen, en lag er nu geen fortuin op jullie te wachten.” Zo. Van der Meer heeft haar eerste zet gedaan: ouderdom mag dan lasten en kosten meebrengen – in dit geval brengt het, tegen alle verwachting in, ook iets óp!

De broers moeten iets goeds met hun geld doen, schrijft de vader. Daar gaan ze serieus mee aan de slag. Goede doelen, besluiten ze aanvankelijk. Maar voortvarende Richard komt met een ander plan: een hotel waar mensen in alle rust en comfort kunnen sterven. Gratis. Op een mooie plek aan een meer. Een zelfmoordhotel dus, concludeert broer Arthur somber. Hij was er al bang voor. Nee, corrigeert Richard, een Vaarwélhotel. Precies wat papa –die veel geleden heeft– gewild zou hebben.

Arthur weet het niet. Hij moet er eens even uit en bezoekt een toneeluitvoering van Shakespeares ”Koning Lear”. Hierin komt Gloster voor, een oude vader die ook twee zonen heeft, een echte en een bastaard. De laatste haalt Gloster over om de echte zoon, Edgar, te verbannen. Als Gloster oud en blind is, wil hij niet meer leven. Hij vraagt een onbekende bedelaar hem naar een steile klip te begeleiden. Wat hij niet weet –maar het publiek wel–, die vreemdeling is zijn eigen zoon.

Edgar laat zijn vader springen, maar niet van grote hoogte. Dat hij nog leeft, is aan de goden te danken, vertelt Edgar hem later. Gloster verzucht: „Voortaan zal ik ellende verdragen tot zij zelf uitroept: „Genoeg! Genoeg en sterf!”” Op dat moment krijgt Edward zijn visioen: het Gloster Huis. Een hotel, net als dat van zijn broer. Maar dan een plek waar hij mensen als Gloster kan redden en het leven teruggeven – „desnoods zonder toestemming, met een list.”

Redding Het had een roman kunnen worden die topzwaar van tegenstellingen was. In die valkuil is Van der Meer niet gestapt. Van Arthur maakt ze geen vrome jongen, van Richard geen keiharde zakenman. De broers blijven in overleg met elkaar. Bijna lichtvoetig rolt het verhaal verder af. Het Vaarwelhotel wordt, zoals te verwachten, een enorm succes.

Aan de overkant van het meer opereert Arthur in stilte in zíjn hotel. Wat hij gedaan heeft – iemand die denkt dat ze gaat sterven een slaapmiddel geven, haar ’s nachts per bootje afvoeren naar Gloster Huis en ondertussen de lijkkist vullen met zand– is waarschijnlijk strafbaar. Soms vraagt hij zich af met welk krankzinnig plan hij eigenlijk bezig is. Twee gasten heeft hij tot nog toe maar weten te ‘redden’. Noor, een eenzame vrouw, en Meneer Azim, een Turkse kok die zijn kinderen niet tot last wil zijn. Maar iets in Arthur kan niet meer stoppen. „Het was als vader worden, wat ik verwekt had kon ik niet meer wegdenken.”

Een toekomstscenario als dit laat zich zonder veel fantasie invullen. De dood wordt een vriend, het leven een vijand. Of zoals Arthur Richard voorhoudt: „Als je maar vaak genoeg hoort dat je deel uitmaakt van een plaag ga je dromen van je eigen uitroeiing.” Maar Van der Meer laat het hier niet bij. Langzaam verschuift er iets in het verhaal. Richards gastenlijst wordt te lang, hij raakt gestrest. Bovendien vervelen zijn gasten zich nogal voor ‘het’ eindelijk plaatsvindt. De broers sluiten een overeenkomst: Arthur zal boottochtjes gaan verzorgen voor Richards gasten, waarbij ze ook Gloster Huis ter kennismaking zullen aandoen.

Liefde Ondertussen bloeit Noor, die aan de overzijde alle aandacht en zorg krijgt, steeds meer op. Liefde kent geen leeftijden: in haar ouderdom wordt ze nog stapelverliefd op Meneer Azim. (Heeft de roman ”Lila” op de leestafel in Gloster Huis daar soms iets mee te maken?) Als een toneelgezelschap ”Koning Lear” komt uitvoeren, zit Noor naast Meneer Azim, haar hand op zijn kunstknie. Alles valt voor haar op z’n plaats. Na de uitvoering is ze totaal van slag: „Zo’n moeder die dag en nacht naast een wiegje zit, tegen haar kind praat, liedjes zingt… Dat snap ik… Maar wie ben ik voor jullie… dat jullie me zo nodig in leven willen houden?” Ze kan wel honderd worden; weten ze in Gloster Huis wel waar ze aan beginnen? Arthurs reactie is even nuchter als ontroerend.

Het is verleidelijk om veel uit dit boek te citeren, om elke symbolische laag te ontleden. Maar beter gaan lezers zelf naar het vergezicht toe dat Vonne van der Meer –de vrouw met de sleutel– hier opent. Op het eerste gezicht een pikdonkere hemel, maar hoe langer je kijkt hoe meer sterren er gaan pinkelen. Dat is –voor wie het zien wil– de schittering van geloof in deze roman. Zolang zon en maan er zijn, zullen er Arthurs zijn voor wie elk leven een kostbaar wonder blijft.

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Een nieuwe pagina

Naar aanleiding van mijn artikel over Elisabeth Elliot in ‘De Hervormde Vrouw’ opperde iemand het idee om haar publicaties weer in the picture te zetten, door bijvoorbeeld dagelijks stukjes tekst van haar op een website te plaatsen.

Nu zie ik daar vanwege tijdkrapte geen kans voor, maar het leek me wel een goed idee om af en toe iets van haar schrijfsels te belichten via dit weblog. Vandaar een nieuwe pagina: Elisabeth Elliot.

Met dank aan boekwinkeltjes heb ik onlangs weer een paar vertalingen van Elliots boeken aangeschaft, onder andere het vrij moeilijk te vinden’Hartstocht en reinheid.’ Hierin beschrijft ze haar worsteling in de liefde voor Jim Elliot, haar latere echtgenoot. Dat was omstreeks 1948, en beiden hielden een dagboek bij, waaruit ze later kon putten.

‘Het raamwerk van dit boek, ‘ schreef Elisabeth, ‘is het verhaal van vijf en een half jaar een man liefhebben, Jim, en van het leren van disciplines van verlangen, eenzaamheid, onzekerheid, hoop, vertrouwen en een onvoorwaardelijk verbonden zijn met Christus, een verbintenis die vereist dat ongeacht welke passie we ook voelen, we toch rein dienen te blijven.’

Anno 2015 is het nauwelijks meer te begrijpen dat verliefdheid zo’n strijd moet kosten, en dat het wachten op die ene man, en niet minder op God, zo lang moet zijn. Ik ben genoeg mensen tegengekomen die dit boek zwaar overdreven vonden. Toch zit er iets heel moois en aanstekelijks in de manier waarop deze twee jonge studenten met God leefden in al hun dagelijkse omstandigheden, en hoe ze ieder gevoel onder Zijn heerschappij wilden brengen. Dat is wat in dit boek vooral onder ‘reinheid’ wordt verstaan. En me dunkt dat we daar zeventig jaar later best weer eens bij bepaald mogen worden. ‘Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.’

Vandaag een citaat uit ‘Hartstocht en reinheid’ als aftrap op de E.E. pagina.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

De keus aan Hem

Onder het kopje Artikelen is nu het artikel ‘De keus aan Hem’ te lezen, zoals ik dat schreef voor het novembernummer van ‘De Hervormde Vrouw’.  Het is een levensschets van Elisabeth Elliot, de zendelinge die in het voorjaar van 2015 is overleden.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

De eindigheid der dagen

2012-11-15 12.14.412012-11-15 12.21.00

Vanwege het seizoen en voor het tegenwicht heb ik nog maar eens een oude column opgeduikeld over een andere ‘pastor’:

Ik heb iemand gekend die haar boekenkast indeelde op kleur. Dat zag er mooi uit. Nu ik verhuisplannen heb, denk ik erover mijn romans te gaan indelen op seizoen. Dan zet ik ‘Perenbomen bloeien wit’ bij het voorjaar, ‘Eilandgasten’ bij de zomer, ‘De herfst zal schitterend zijn’ bij de herfst en ‘De barre winter van negentig’ vanzelf op het berijpte winterplankje.

Natuurlijk zit ik na een twintigtal overduidelijke gevalletjes al met stapels ondefinieerbare titels. Die groepeer ik er dan omheen, na hun kaften gesorteerd te hebben op seizoensspecifieke tinten. Mijn herfstkast zal schitterend zijn, met randen van warm oranje, bruin en rood oplichtend in de kachelgloed.

Het boek dat onbetwist het hart zal vormen van deze kast, wil ik hierbij nog maar eens aanbevelen. Niet alleen de titel ‘De eindigheid der dagen’ is donker en herfstig, ook de hoofdpersoon zelf is het, een sombere lekenprediker uit de 19e eeuw die klungelig lange praatzinnen opschrijft zonder interpunctie die je tweemaal moet lezen en nog begrijp je ze niet ze zijn lang en plakkerig als herfstdraden ze laten je niet los. Zoiets dus.

Verder viel het me op dat het boek heel erg over ziekte gaat, over najaarsperikelen gesproken. Ik las het voor het eerst in het kraambed (een gezonde ziekte) en voor de tweede keer met lichte griep (een knusse ziekte). Beide keren was het aangenaam gezelschap. Want als er iets is dat eenzaam maakt, is het ziekte, zegt auteur Peter Hobbs in een interview. Hij schreef ‘De eindigheid der dagen’ na een lange periode van onwel zijn. Dan snap je gelijk waarom hoofdpersoon Charles Wenmoth zo tobt met zijn lichaam en waarom zo treffend beschreven is wat dat met zijn geest doet.

Wat de lucht boven het ruige Cornwall nóg donkerder maakt voor Charles is zijn heimelijke verliefdheid op Harriet French, een blind en terminaal ziek meisje dat hij bezoekt.

Zolang Charles maar aan haar bed mag zitten schijnt de zomerzon, maar nadat zij sterft – terwijl hij op pad is en er niet van weet – breekt er een ijzige winter aan. Voor hem en voor de lezer, die rilt vanwege al die treurige, uitzichtloze zinnen. Het geloof is voor Charles nog slechts een kleine harde steen van binnen, het is er, maar hij voelt niets meer. Verlamd van de winterkou blijft hij toch plichtsgetrouw de bijbel bestuderen. Dat geeft je hoop dat uit die kleine steen een rijsje zal voortkomen. Dat hij op een dag zal stuiten op psalm 92: ‘Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien….vruchten dragen…vet en groen zijn.’ Ik ruim maar vast een plaats in op de voorjaarsplanken.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Pastor

De RD-column van vandaag:

Pastor

Ergens is een plek, daar hoor ik thuis. Een houten bank waar met collectegeld namen ingekerfd zijn, en de vage contouren van een obscene tekening. Hier planten wij ons aan waterstromen: de vermoeiden, de verwonden, de dorstigen.  Even aan de jacht van het leven ontkomen.

Het is niet des schrijvers, verknocht zijn aan de kerk. Zo’n huwelijk duurt meestal niet lang. Sommige schrijvers schrijven de kerk letterlijk (van zich) af. Zo gaat dat na echtscheidingen; de ‘kinderen’ zijn de dupe.

Ik las een uit het zuidafrikaans vertaalde roman, waarvan de oorspronkelijke cover me aanvankelijk wel aansprak. Een houten kerkbank, mooi belicht. Daarboven de fiere titel ‘Pastor’. Maar over die bank ligt, als een vloek, een nette zwarte herenpantalon. Wijselijk koos de uitgever (Brevier) voor een meer neutrale titel – ‘Onverwerkt verleden”’ – en een lichtvoetiger flap: een meisje achter de piano. Dat is Kleintje Ziman, het aangenomen kind van twee alcoholisten.  Haar Pastor geeft haar pianoles. En liefde, en aandacht, en tijd. Ze hecht zich zo aan hem dat hij uiteindelijk alles met haar kan doen. Nog altijd liefdevol en geduldig, maar o zo verwondend.

Auteur Pat Stamatelos leeft zich niet uit in perversiteiten, maar schuwt ook geen details. Mede hierdoor kruipt het verhaal zo onder je huid dat je er echt van moet bijkomen – dit ter waarschuwing. Toch is het lezen van zo’n boek voor mij winst. Net als na ‘Mantel der liefde’ van dezelfde uitgever, groeit je empathie met misbruikslachtoffers aanzienlijk. De focus ligt dan ook helemaal op Kleintje, en haar latere angsten en depressies.

En Pastor? Dat is en blijft een alles ontkennend beest. Hoewel dat misschien de enige manier is om met zóveel pijn om te gaan – de dader afvoeren als beest – roept die broek behalve walging ook een diep medelijden bij mij op. Misbruik gaat aan de kerk en aan pastores niet voorbij; dat weet iedereen. Dat je nooit te snel over vergeving moet beginnen, begint na alle verhalen gelukkig ook goed door te dringen.

Maar wat als er nooit meer over begonnen wordt? Onder een pleister van stilte ettert de wond door. Er is geen nieuw begin voor wie dan ook – een biecht, een witte steen, een nieuwe naam.Hebben vele misbruikers niet net als seksverslaafden een gat in hun ziel, waarvan ze denken dat het met seks gedicht wordt? Maar hun werkelijke, al  sinds de kinderjaren onvervuld gebleven behoefte, is échte intimiteit, aanvaarding, koestering.

Misschien kunnen schrijvers om te beginnen – terwijl ze de eerlijkheid van Stamatelos behouden – van de dader een iets minder flat character maken. Voor inspiratie kun je nergens beter dan in de kerkbank terecht. De kerk is Gods plek. Zie het bloed, dat ‘beesten bij God’ vergeeft wat niet vergeven kán worden. Schrijf wat niet kán geschreven. Een roman als een zucht: o God, heel hem toch.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Gezegend Hij Die komt

Anton Mauve - Herfst op de hei

Nogmaals hartelijk dank voor de vele vele vele reacties op mijn essay over geboorteregeling.

Regelmatig kreeg ik de vraag waar je dat dagboekje van Hanna da Costa kunt kopen. Daar heb ik helaas geen antwoord op. Nieuw is het niet meer verkrijgbaar, en tweedehands exemplaren heb ik ook nog niet kunnen vinden. Maar wie weet leest de uitgever dit smeekschrift, en komt er spontaan een nieuwe druk.

Iemand die ook zeer lezenswaardige en diep-geestelijke dingen gezegd heeft over dit thema, is de hervormde ds. G. Boer (1913-1973). Zijn boek ‘Ik ben de Alpha’ – bijbellezingen en preken over Genesis 1 – is nog wel op Marktplaats te vinden. Dat geldt ook voor zijn prachtige bundeltje preken over Hebreeën 11, ‘Door het geloof’.

Een paar citaten uit de preek ‘Zij vreesden het gebod niet’, over de geboorte (en de ouders) van Mozes:

“Het gaat er niet om dat er een maximaal aantal kinderen, dat maar ter wereld gebracht kan worden, ook metterdaad ter wereld wordt gebracht. Maar het gaat er om dat wij in de vreze Gods wandelen. Ook in het verkrijgen van ons gezin. En dat blijkt nu uit zo velerlei houding, dat er geen geloof is. En geen gehoorzaamheid. Israël leefde voor de Messias. En u zegt: ja, maar die is nu gekomen. Jazeker, dat is waar. Maar dacht u niet, dat de wederkomst van Christus veel indrukwekkender is dan Zijn eerste komst in het vlees? Dacht u niet dat, met het oog op de gezinsvorming, ook in die verschrikkelijke tijd waarin wij leven, er hetzelfde geloof nodig is, opdat daar kinderen zullen zijn, die de Heere Jezus straks verwelkomen, en zeggen: Hosanna, gezegend Hij Die komt in de naam des Heeren? God weet raad, in elke situatie waarin we Hem nodig hebben.”

“Want wie zijn leven zal verliezen, die zal het behouden’. (…) Gemeente, wat tobben we dan? Heeft Christus dan die strijd niet gestreden? Heeft Hij dan niet gezegd, dat Hij een almachtig Bewaarder is? Heeft Hij dan in het verbond der genade niet gezegd: Ik wil Uw God zijn en de God van uw zaad? Ligt daar niet de belofte Gods te glanzen in het heilig evangelie, voor uw kinderen? Is God niet sterker dan de krokodillen ook van deze tijd en de Farao’s van deze tijd, en van de Herodessen van deze tijd? Het geloof is vaak zeer bedrukt als het ziet op wat voor ogen is. Dan wordt het gemangeld. En het is tegelijkertijd, wanneer God het oog er voor opent hoe groot de kracht van Christus is, zo verblijd over de voortgang van Zijn werk. Want het werk Gods gaat door. En dat gaat altijd door de onmogelijkheid heen. Daarom is de kerk al eeuwen een afgeschreven zaak geweest. Maar zij is er, God zij gedankt, tot op deze dag.”

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Alleen begaanbaar op de knieën

page_extra_large

Mijn essay over geboorteregeling, zoals vandaag verschenen in het Reformatorisch Dagblad, is nu ook hier te vinden:

Reformatorisch Dagblad (25)

Geplaatst in Uncategorized | 12 reacties