Die wêreldjie wat ek bewoon

Ik loop achter. Dat geldt niet alleen de berg strijkgoed die ‘moedeloos oor ’n stoelrug hang’, of de weekplanner, die nog op vorige week staat en kreten oplevert als: “Jippie, mam, komt M. deze week alwéér?”. Het hele huishouden bestaat de laatste tijd uit ‘gebare sonder afloop of aanvang’ want – de achterliggende gedachte ontmaskerend – we gaan tóch verhuizen. Alsof je dan een maand lang je keukenvloer niet meer hoeft te boenen, of bedden verschonen.

Maar verhuismatig de hand aan de ploeg slaan, en vast iets in dozen gaan stoppen, is er ook niet echt bij. Want de papierwinkel is officieel nog niet rond, het wachten is op de laatste goedkeuring. En voor mijn idee mag je dan ook nog geen officiële verhuiswoede tonen. Behalve dan dat we een avond lang, bij alles wat er al te denken valt, onze hersens braken over welke boeken wegdoen en welke niet. Je boekenkast door je handen laten gaan: best confronterend en gedachten binnen in je vermenigvuldigend.

Momenteel probeer ik met een aantal kinderverhalen alvast een behangetje bij elkaar te schrijven, en alle klussen te klaren die niks met het aanstaande grote Klussen te maken hebben. Dat heeft omgekeerd natuurlijk wel z’n prijs. Als u een jongetje op straat tegenkomt met nog maar één knoop aan z’n jas, dan is het er een van mij.

Wat hebben we toch jarenlang een onbezorgde huurdersjeugd gehad, zeiden we pas tegen elkaar. Onverhoeds passeerden we de drempel der volwassenheid, en zijn mensen-met-een-hypotheek geworden. Van zo’n ontwikkelingssprong mag je best een beetje uit je doen zijn.

Eigenlijk moet ik daarover schrijven, denk ik dan. Maar het blog loopt ook al achter (eerst die knopen aanzetten). Ik liep met blogplannen voor een gedicht, in de week van de poëzie met het thema liefde. Te laat.

En ik wilde iets schrijven over Elisabeth Eybers, de zuidafrikaanse dichter die dit jaar honderd geworden zou zijn. Het Reformatorisch Dagblad wijdde er een mooi artikel aan: www.refdag.nl/boeken/hechting_en_onthechting_1_889157

Voor vandaag leen ik dan maar wat woorden van haar, die haar hele leven in poëzie vatte.

“Liewe leser: Ja, ek weet hoe ek-sentries vertoon my tuisgemaakte heelal, die wêreldjie wat ek bewoon, my drang om dit steeds uit te stal op so ’n eenpersoonskaal – maar miskien kan jy iets van jouself daarin sien?”

De gedichten zijn vrij klassiek van vorm, zodat je vooral op het zuidafrikaans moet puzzelen, maar toch origineel, soms humoristisch en altijd zonder een zweem van pathetiek. Ze wist alle emoties en aanverwante stadia van het leven te verwoorden: verliefdheid, huwelijk, zwangerschap, dichterschap, verhuizing en ontheemding, herinneringen, het loslaten en sterven van een zielsgeliefde, opstanding en vruchtdragen, en tenslotte ook de neergang van de ouderdom, die voor haar nogal eens samen viel met hoofdpijn en slapeloosheid. En teruggetrokkenheid. Misschien omdat ze voor al haar gedachten geen Adres (meer) had?

Ik probeer hier maandelijks een gedicht van haar te plaatsen, te beginnen met een vroeg (zwangerschaps)sonnet. Wie weet ga ik voor de volgende keer op zoek naar een verhuisgedicht.

Nou het ek jou reesds aarselend lief soos mens
die onvoltooide dinge sku bemin;
jy is nog niks as droom, ekstase, wens,
’n lied wat ek nie duidelik kan versin.

Ek ken jou nie en kan jou skaars vermoed
maar dieper as die hamer van my hart
wentel jou ongeduld; ons deel één bloed
en, vreemd verenig, bly ons to apart.

Wat sal díe dwase liefde later baat
as ek jou ken en tog nie langer het,
nie langer kan beskut teen alle kwaad
en alle teerheid langsaamaan verdwyn?

Die worsteling wat jou moet verlos is net
die aanvang van die skeiding en die pyn.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

2 Responses to Die wêreldjie wat ek bewoon

  1. cestbiencovitz's avatar cestbiencovitz schreef:

    Een verhuistip:

    Laat bij elk vertrek
    de deur een beetje open
    Waardoor je later stiekem
    weer in jezelf kunt lopen

    Like

Geef een reactie op stamvangent Reactie annuleren